nl
PAC 4600
BETRIEBSANLEITUNG
HEIZSTRAHLER
PAC
INSTRUCTIES
LOKALE AIRCONDITIONER
Inhoudsopgave
De actuele versie van deze handleiding kunt u downloaden via
de volgende link:
Aanwijzingen voor het gebruik van deze handleiding
Veiligheid
Informatie over het apparaat
PAC
Transport en opslag
Montage en in gebruik nemen
Bediening
Defecten en storingen
Veiligheid
https://hub.trotec.com/?id=43770
Onderhoud
Technische bijlage
Recycling
Lees deze handleiding vóór het in gebruik nemen / gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding
altijd in de directe omgeving van de opstellocatie resp. bij het apparaat.
Aanwijzingen voor het gebruik van deze
handleiding
Symbolen
Dit symbool wijst erop dat er gevaren bestaan voor
leven en gezondheid van personen vanwege zeer licht
ontvlambaar gas.
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door elektrische spanning.
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een
middelmatige risicograad, dat indien niet vermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.
Voorzichtig
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage
risicograad, dat indien niet vermeden gering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.
Het signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. op materiële schade), maar niet op gevaren.
Aanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en
veilig uitvoeren van uw werkzaamheden.
Handleiding opvolgen
Aanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de
handleiding moet worden opgevolgd.
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen kunnen een elektrische schok, brand en/ of zwaar letsel veroorzaken.Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen
voor later gebruik.Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en
bovendien door personen met verminderde geestelijke,sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek
aan ervaring en kennis worden gebruikt, als ze onder toezicht staan of m.b.t. het veilig gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd en de hierdoor ontstane gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door
kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.• Gebruik het apparaat niet in ruimten of omgevingen met
explosiegevaar en plaats het daar nooit.
• Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen.
• Plaats het apparaat rechtop en stabiel op een horizontaal
en vlakke ondergrond. Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand.• Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte
Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal. Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.• Het apparaat niet afdekken tijdens bedrijf.
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren
uit de buurt
• Controleer voor elk gebruik van het apparaat de
accessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijke
beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten of apparaatonderdelen.Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn
beschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren).Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrische
kabels of aan de netaansluiting!
• De netaansluiting moet voldoen aan de gegevens in de
• technische bijlage.
Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.Bij het kiezen van verlengsnoeren de technische gegevens
opvolgen. Het verlengsnoer volledig uitrollen. Voorkom elektrische overbelasting. Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit
het stopcontact trekken.Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het
stopcontact als u het apparaat niet gebruikt.
• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker
of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moet hetdoor de fabrikant of de klantendienst hiervan of door een
vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen, zodat gevaren worden voorkomen.Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de
gezondheid!
• Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten evenals met de opslag- en gebruiksomstandigheden, volgens de technische bijlage. Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn. Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en losse
voorwerpen.Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop en met een
geleegd condensreservoir resp. geleegde afvoerslang. Voor opslag of transport al het condens aftappen. Drink het niet. Er bestaat gevaar voor de gezondheid!• Plaats geen oplaadbare batterijen in de afstandsbediening.
• Gebruik het batterijtype AAA.
• Nooit batterijen opladen die niet oplaadbaar zijn.
• Verschillende batterijtypen, evenals nieuwe en gebruikte
batterijen mogen niet samen worden gebruikt.• De batterijen met de polen op de juiste plaats in het
batterijvak leggen.• Verwijder lege batterijen. Batterijen bevatten
milieugevaarlijke stoffen. De batterijen volgens de nationale voorschriften recyclen (zie hoofdstuk recyclen).Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening als u het
apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt.
• De aansluitklemmen van batterijen nooit kortsluiten!
• Batterijen niet inslikken! Wordt een batterij ingeslikt, kan
dit binnen 2 uur zorgen voor ernstige verbrandingen/ bijtwonden! Het verbrandingsletsel kan tot de dood leiden!• Denkt u dat een batterij is ingeslikt of op een andere wijze
in het lichaam is gekomen, bezoek dan direct een arts!• Houd nieuwe en gebruikte batterijen, evenals een geopend
• batterijvak, uit de buurt van kinderen.
Sluit het batterijvak niet meer goed, gebruik dan het apparaat niet meer met de afstandsbediening.Installeer het apparaat alleen volgens de nationale
installatievoorschriften.
• Het apparaat PAC mag alleen geïnstalleerd, bediend
en opgeslagen worden in een ruimte met een oppervlak
van meer dan 4 m2.
• Het apparaat zo opslaan, dat geen mechanische schade
kan ontstaan.
• De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij,
hermetisch gesloten systeem en mag alleen door
gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door de fabrikant worden onderhouden, resp. gerepareerd.
Veiligheidsaanwijzingen voor servicewerkzaamheden aan
de koudemiddelkringloop:• Iedereen die aan het koudemiddelkringloop werkt, moet
een vaardigheidsbewijs van een bevoegde instantie
kunnen tonen, die de competentie in de veilige omgangmet koudemiddelen op basis van een in de industrie
bekende procedure aantoont.Servicewerkzaamheden mogen uitsluitend volgens de
voorschriften van de fabrikant worden uitgevoerd. Is voorde onderhouds- en servicewerkzaamheden ondersteuning
van meer personen noodzakelijk, moet de persoon diegeschoold is in de omgang met brandbare koudemiddelen
de werkzaamheden continu bewaken.• Geen ontstekingsbronnen samen met het apparaat opslaan
in ongeventileerde ruimten.
• Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aanbevolen
middelen om het ontdooiproces te versnellen.
• Niet in boren en geen branders gebruiken.
• Houd er rekening mee dat het koudemiddel geurloos is.
• De nationale voorschriften voor gasinstallaties opvolgen.
• De maximale koudemiddelvulhoeveelheid in de technische
gegevens aanhouden.
Bedoeld gebruik
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het koelen, ventileren en ontvochtigen van de ruimtelucht in binnenruimten, volgens de technische gegevens. Elk ander gebruik dan het bedoeld gebruik is, geldt als verkeerd gebruik.
Veiligheidssymbolen en plaatjes op het apparaat
Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.
De volgende veiligheidssymbolen en plaatjes zijn aangebracht
op het apparaat:
Handleiding opvolgen
Dit symbool wijst u erop dat de gebruiksaanwijzing
moet worden opgevolgd.
Reparatiehandleiding opvolgen
Recycling-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de koudemiddelkringloop mogen alleen volgens de gegevens van de fabrikant en door personen met een bevoegdheidscertificaat worden uitgevoerd. De betreffende reparatiehandleiding is op aanvraag verkrijgbaar bij de fabrikant.
Logisch voorspelbaar verkeerd gebruik
• Plaats het apparaat niet op een natte resp. overstroomde
ondergrond. Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het apparaat.• Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht.
• Het apparaat nooit onderdompelen in water.
• Geen eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aanof ombouwwerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
Persoonlijke kwalificaties
Personen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren die bij werkzaamheden
met en aan elektrische apparaten in vochtige omgeving
ontstaan.
• De handleiding, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben
gelezen en begrepen.
Onderhoudswerkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door de fabrikant worden uitgevoerd. Installatiewerkzaamheden, waarvoor het loskoppelen enverbinden van de verbindingsleidingen tussen binnen- en
buitenunit noodzakelijk zijn en waarvoor dus een ingreep in de
koudemiddelkringloop nodig is, mogen alleen doorgespecialiseerde bedrijven voor koel- en koudetechniek worden
uitgevoerd
!!! ACHTUNG !!!1.Vor InbetriebnahmeMIND. 12 STUNDENaufrecht und stillstehen lassen!Das schützt den Kompressor, verlängertdie Lebensdauererheblich und verhindert soeinenVerlustderKühlleistung.2.DasKlimagerät muss immerBESONDERS VORSICHTIGaufdenBodengestellt werden! Ansonsten könnenMikrorisseinderBodenplatte undder Kondensatwanneentstehen,wasdazuführt, dass Kondenswasser aufdenBodentropft.FürSchäden,diedurch unsachgemäßenGebrauchentstehen,übernehmen wirKEINEGEWÄHRLEISTUNG!!!!WARNING !!!1.Before operation, stand upright and r e stforMIN 12 HOURS!Thisprotectsthe compressor, greatlyextending its lifeandpreventinglossofcooling performance.2.Theairconditioner must alwaysbeplacedonthewithCAUTION!Otherwise, microcracks may form inthebottomplate and the condensate pan,causingcondensationtodripontotheFordamages caused by improper use,WARRANTY WILLBE NULL ANDVOID!!!! ATTENTION !!!1.Avant la mise en service,laisser immobile en positionverticalePENDANT AU MOINS 12 HEURES ! Cela protège le compresseur, prolonge sensiblement la durée de vieet évite ainsi une diminution des performances derefroidissement.2.Le climatiseur doit toujours être posé sur le solAVECLES PLUS GRANDES PRÉCAUTIONS !Sinon, desmicro-fissures risquent de se former dans le socle ou lebac de récupération de l’eau de condensation, ce quientraînerait que cette dernière coule sur le sol.Toute utilisation incorrecte ou non conforme entraîneL’EXTINCTION DE LA GARANTIE !Gedrag bij noodgevallen
• Schakel het apparaat uit.
• Het apparaat van het stroomnet scheiden, door de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Hierbij de
• Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de
netaansluiting.
Informatie over het apparaat
Beschrijving van het apparaat
Het apparaat dient voor ruimtekoeling. Bovendien filtert enontvochtigt het de lucht en zorgt het zo voor een aangenaam
ruimteklimaat.De lokale ruimte-airconditioner heeft een binneneenheid voor
opstelling op de vloer binnen en een buiteneenheid voor wandof vloermontage in de buitenlucht. In de bedrijfsmodus Koelenwordt de door de compressor te leveren capaciteit exact
aangepast aan de vraag en wordt de gewenste temperatuur met
minimale temperatuurschommelingen geregeld. Door deze "Inverter-techniek" wordt, in tegenstelling tot conventionele split-systemen, energie bespaard en wordt de geluidsemissie tot een bijzonder geringe mate gereduceerd.Via de flexibele verbindingsleidingen wordt de warmte naar de
buiteneenheid getransporteerd. De buiteneenheid geeft deopgenomen warmte via een andere warmtewisselaar
(condensor) af aan de buitenlucht. Het tijdens koelbedrijfontstane condens wordt via een in de binneneenheid aanwezige
condenspomp naar de buiteneenheid getransporteerd en
verdampt op de warmtewisselaar.In de bedrijfsmodus Ventilatie biedt het apparaat de
mogelijkheid de ruimtelucht te circuleren, zonder deze te koelen.In de bedrijfsmodus Ontvochtiging wordt vocht onttrokken aan
de ruimtelucht.Het apparaat werkt volautomatisch en biedt talrijke andere
opties, het apparaat kan bijv. via de timer-functie automatisch tijdvertraagd worden in-, resp. uitgeschakeld.De bediening van het apparaat gebeurt via het bedieningspaneel
op de binneneenheid of via de meegeleverde infraroodafstandsbediening. het apparaat is aan alle zijden beschermd tegen spatwater.
Restgevaren
Koudemiddel difluormethaan (R32)! H220 – Zeer licht ontvlambaar gas. H280 – Bevat gas onder druk; kan ontploffen bij verwarming.
P210 – Verwijderd houden van warmte/vonken/open
vuur/hete oppervlakken en andere ontstekingsbronnen. Niet roken. P377 – Brand door lekkend gas: niet blussen, tenzij het lek veilig gedicht kan worden. P403 – Op een goed geventileerde locatie bewaren.
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de netstekker vast te pakken.
Van dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het
ondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordt
gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties!
Een vallend apparaat kan letsel veroorzaken! Bij hettransport en montage van het apparaat extra personen
roepen om u te helpen. Ga niet onder het opgetilde apparaat staan. Zorg dat het apparaat stabiel genoeg aan de wand is bevestigd.
Het apparaat is geen speelgoed en hoort niet in
kinderhanden.
Verstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos
rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijk speelgoed zijn.
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
Overzicht van het apparaat
Transport en opslag
Het apparaat kan beschadigd raken als het niet correct
wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m.b.t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen.
Transport
Houd er rekening mee dat er eventueel extra
transportvoorschriften zijn voor apparaten met brandbaar
koudemiddel. De plaatsing van de uitrusting of het maximale aantal apparaatonderdelen, dat samen mag worden getransporteerd, staat in de te gebruiken transportvoorschriften.Het apparaat is voorzien van transportrollen voor een eenvoudig
transport.Het apparaat is voorzien van een handgreep voor eenvoudig
transport.
Vóór elk transport de volgende instructies opvolgen:• Het apparaat van het stroomnet scheiden, door de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Hierbij de Verwijder de resterende condens uit het apparaat.• Gebruik het netsnoer niet als trektouw.
• Het apparaat alleen over vaste en gladde oppervlakken
rollen.
Volg na elk transport de volgende instructies op:• Plaats het apparaat na het transport rechtop.
Laat het apparaat minimaal 12 uur stilstaan, zodat het koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor. Het apparaat pas na 12 uur weer inschakelen! Anders kan decompressor beschadigd raken en het apparaat niet meer
werken.
Opslag
Vóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• Verwijder de resterende condens uit het apparaat.
• Het apparaat van het stroomnet scheiden, door de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Hierbij de
• De buiten- en binnenunit samen met aangesloten
verbindingsleiding opslaan.
Zorg voor de volgende opslagcondities als het apparaat niet
wordt gebruikt:• Bewaar het apparaat alleen in ruimten waar geen
ontstekingsbron (bijv. open vlammen, ingeschakeld gastoestel of een elektrische kachel) aanwezig is.• Het apparaat droog en tegen vocht en hitte beschermd
opslaan.
• Het apparaat rechtopstaand opslaan op een locatie die
beschermd is tegen stof en direct zonlicht.
Nr.
Aanduiding
Binneneenheid
Ontvanger voor afstandsbediening
Luchtuitlaat met verstelbare ventilatielamellen
Bedieningspaneel
Verbindingsleiding
Luchtinlaat
Transportgreep
Buiteneenheid
Luchtuitlaat
Luchtfilter
Ophanging voor de buiteneenheid
Condensafvoer
Afstandsbediening
Afdekking
Transportrollen
• Bescherm het apparaat indien nodig met een hoes tegen
het binnendringen van stof.Plaats geen andere apparaten of voorwerpen op het
apparaat, zodat beschadigingen aan het apparaat worden voorkomen. Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening.
Montage en in gebruik nemen
Leveromvang
• 1 x apparaat
2 x bevestigingsset
2 x bevestigingsband
2 x sleutel voor het losmaken van de snelkoppelingen
4 x plug en schroef
1 x afstandsbediening (zonder batterijen) 1 x handleiding
Apparaat uitpakken
• Open de doos en het apparaat hieruit halen.
• Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.
• Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het
netsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij het
afwikkelen.
In gebruik nemen
Het apparaat is seriematig uitgerust met een 3,0 m lange verbindingsleiding (5) (nuttige lengte: 2,3 m), tussen binneneenheid en buiteneenheid.Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten, volgens hoofdstuk technische gegevens.• Controleer de toestand van het netsnoer, voordat het
apparaat weer in gebruik wordt genomen. Bij twijfel aan de probleemloze toestand hiervan, contact opnemen met de klantendienst.Plaats het apparaat rechtop en stabiel op een horizontaal
en vlakke ondergrond. Voorkom struikelgevaar bij het leggen van het netsnoer, resp. andere elektrische snoeren, vooral bij het opstellen van het apparaat middenin een ruimte. Gebruik snoerbruggen.Plaats het apparaat alleen in ruimtes waarin eventuele
koudemiddelverliezen zich niet kunnen ophopen.Plaats het apparaat alleen in ruimten waar geen
ontstekingsbron (bijv. open vlammen, ingeschakeld gastoestel of een elektrische kachel) aanwezig is. Zorg dat verlengsnoeren volledig zijn uit-, resp. afgerold. Zorg dat de luchtinlaat en -uitlaat vrij zijn.Zorg dat gordijnen of andere voorwerpen de luchtstroming
niet hinderen.
Plaats voor het eerste gebruik batterijen in de
afstandsbediening.
Binneneenheid
De binneneenheid wordt op de gewenste locatie geplaatst, met de luchtuitlaatzijde gericht naar de ruimte, waarbij rekening moet worden gehouden met de minimale afstanden.
Verbindingsleiding
Op de productpagina van de PAC leggen wij u in
een video ook uit hoe u de verbindingsleidingen moet
loskoppelen, resp. aansluiten en waarmee u hierbij rekening moet houden.
Brandbare koudemiddel difluormethaan (R32)!Houd bij het installeren of bij onderhoud
ontstekingsbronnen evenals open vlammen,ingeschakelde gastoestellen en elektrische kachels uit
de buurt van de werkomgeving.
Het apparaat moet gedurende de gehele procedure van
het net gescheiden zijn! Het mag pas weer in gebruikworden genomen als alle verbindingen weer zijn
hersteld en gecontroleerd. De bevestigingen en alle afdekkingen moeten eerst weer zijn aangebracht.
ABCCD
Het weglekken van koudemiddel draagt bij aan de
klimaatverandering. Koudemiddelen met een geringbroeikaspotentieel dragen minder bij aan de
opwarming van de aarde dan die met een hoger
broeikaspotentieel. Dit apparaat bevat koudemiddel met een broeikaspotentieel van 675. Hierdoor heeft het weglekken van 1 kg van dit koudemiddel een 675 keer groter effect op de opwarming van de aarde dan 1 kg CO2, over een periode van 100 jaar. Geenwerkzaamheden aan de koudemiddelkringloop
uitvoeren en het apparaat niet demonteren – maak altijd gebruik van vakpersoneel.
De verbindingsleiding kan door een open raam of een
deurspleet naar buiten worden gelegd. De verbindingsleidingkan bij de buiteneenheid worden losgekoppeld en biedt zo de
mogelijkheid deze door een opening in de wand (Ø min. 60 mm) te leggen. Houd bij het leggen van de verbindingsleiding rekening met het volgende:• De verbindingsleiding mag nooit worden ingeklemd of
• dichtgeknikt.
Er mag geen trekkracht of andere mechanische kracht
worden uitgeoefend op de verbindingsleiding.
• De leidingisolatie en de beschermmantel mogen niet
worden beschadigd.
Instructies voor het loskoppelen en aansluiten van de
verbindingsleiding:• Het loskoppelen en verbinden van de leidingen mag alleen
gebeuren door een gecertificeerd vakbedrijf voor koel- en
koudetechniek.
• De apparaten slechts kort voor de montage scheiden en de
apparaten niet langer gescheiden houden dan absoluut
noodzakelijk is. Voordat de leidingen weer worden verbonden, moet worden gewaarborgd dat vuil, vochtigheid of anderevreemde voorwerpen de schroefkoppelingen niet nadelig
kunnen beïnvloeden.• Monteer na het verbinden van de leidingen altijd de
bevestigingsbeugel.
• Het apparaat kan bij een correcte uitvoering van de
werkzaamheden meerdere keren worden losgekoppeld en
weer worden verbonden, zonder dat eennoemenswaardige afname van de koelcapaciteit te
verwachten is.
Voor het verbinden van de condensslang is een
slangkoppeling nodig. Deze kunt u als accessoirekosteloos bestellen bij Trotec
(artikelnummer: 7.310.000.346).
Ga voor het loskoppelen van de verbindingsleidingen als volgt te
buiteneenheid verwijderen.
• Verwijder de afdekking (17) van het apparaat.
• De linker (SW 24) en rechter (SW 26) wartelmoer
losschroeven met de meegeleverde steeksleutels. Hierbij met een tweede steeksleutel SW 21 het koppelingsdeel tegenhouden. Losschroeven, tot de verbinding is gescheiden. Koudemiddel kan met zacht sissen ontsnappen.
• Beide slangen van elkaar trekken
161716SW 26SW 21SW 24
5.
Is de slangkoppeling niet gemonteerd, de doorzichtige condensafvoerslang (18) met een zijkniptang doorknippen.Voor het verbinden van de slanguiteinden de
slangkoppeling (19) gebruiken.Houd er rekening mee dat uit de condensafvoerslang
nog vloeistofresten kunnen komen.
• De linker (SW 24) en rechter (SW 26) wartelmoer
vastschroeven met de meegeleverde steeksleutels. Hierbij met een tweede steeksleutel SW 21 het koppelingsdeel tegenhouden. Vastschroeven, tot de verbinding lekdicht is. Koudemiddel kan met zacht sissen ontsnappen.
• Druk op de borglip aan de zijkant van de stekkerverbinding
en trek de stekker uit de stekkerbus. De stekkerverbinding bevindt zich onder de zwarte holte (20).
• De bevestigingsbeugel losschroeven en de losgekoppelde
verbindingsleidingen verwijderen.
bevestig deze met de bevestigingsbeugel. Zorg hierbij dateen voldoende lengte van de aan te sluiten leidingen is
gewaarborgd.
• Verbind de stekkerverbindingen en plaats ze onder de
zwarte holte.
• De slanguiteinden van de condensslang verbinden met een
slangkoppeling (artikelnummer: 7.310.000.346).
• Het koppelingsdeel in de wartelmoer steken.
• Controleer na het aansluiten van de verbindingsleidingen
de lekdichtheid van de schroefkoppelingen, door de leidingen iets heen en weer te bewegen.De schroefverbindingen mogen niet los zijn en er mag
geen sissend geluid te horen zijn.
• Plaats de afdekking van weer op de achterzijde van de
buiteneenheid.
• Bevestig de afdekking met de schroeven.
Buiteneenheid
De buiteneenheid geeft de uit de ruimte getransporteerde
warmte af aan de buitenlucht. Hiervoor kan de buiteneenheid opde vloer worden geplaatst of aan een buitenwand worden
opgehangen.
Afhankelijk van de weersomstandigheden, kan aan deachterzijde van de buiteneenheid condenswater uit de
condensafvoer stromen. Dit is normaal. Kies de montagelocatie van de buiteneenheid zodanig, dat doorhet uitstromende water geen schade kan ontstaan of
verbind de aansluiting met een afvoer.
181920SW 26SW 21SW 24
Opstellen op de vloer
Om de buiteneenheid op een terras of een balkon te plaatsen, is het gebruik van bevestigingshulpmiddelen niet noodzakelijk. Plaats de buitenunit horizontaal, beschermd tegen direct zonlicht. De ondergrond moet vlak en sterk genoeg zijn. Hierbij een minimale afstand van 20 cm vanaf de luchtinlaatzijde tot de wand aanhouden. Een vrije luchtuitstroom moet gewaarborgd zijn (min. 50 cm afstand tot hindernissen). De verbindingsleiding wordt door een spleet bij een raam of deur geleid.
Montage tegen de buitenwand met wandhouder
Een vallend apparaat kan letsel veroorzaken! Bij hettransport en montage van het apparaat extra personen
roepen om u te helpen. Ga niet onder het opgetilde apparaat staan. Zorg dat het apparaat stabiel genoeg aan de wand is bevestigd.
• Bevestig de meegeleverde wandhouders uit de
bevestigingsset op de wand.
• Hang de buiteneenheid in de wandhouders en bevestig
deze met de meegeleverde veiligheidsschroeven M4 (21).
De wandhouders kunnen met de meegeleverde
bevestigingselementen (pluggen 6 mm en schroeven) worden bevestigd. Mochten deze niet geschikt zijn voor de aard van de wand, moetde klant zorgen voor bevestigingselementen met voldoende
houdkracht. Zorg bij de montage dat de toevoerleiding niet wordt belast en de isolatie niet wordt beschadigd. De minimale afstanden aanhouden. De luchtuitlaat van binneneenheid en debuiteneenheid mag niet worden geblokkeerd
20 cm20 cm353 mm220 mm21
Montagehoogte
De buiteneenheid (onderkant) mag max. 1,8 m boven het opstelvlak van de binneneenheid worden gemonteerd. Wordt debuiteneenheid onder het opstelvlak van de binneneenheid
gemonteerd, mag een hoogteverschil van 1,5 m niet worden overschreden.
Luchtfilter plaatsen
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
Netsnoer aansluiten
• De netstekker aansluiten op een volgens de voorschriften
afgezekerd stopcontact.
Bevestiging op de buitenwand met bevestigingsbanden
De bevestiging van de buiteneenheid met bevestigingsbanden is
een andere mogelijkheid voor het bevestigen van de
buiteneenheid aan een wand of borstwering.• Hang de wandhouders aan de buiteneenheid en bevestig
ze met de veiligheidsschroeven M4 (21).
• Hang één kant van de bevestigingsbanden met de
karabijnhaak (22) in de bevestigingsogen (23) van de buiteneenheid.
• Hang het andere uiteinde van de bevestigingsbanden aan
de door de klant aan de wand of de borstwering aan te
brengen oogbouten (24). Zorg voor voldoende sterkte!
20 cmmax. 1,8 m22232421Bediening
Bedieningspaneel
Display van afstandsbediening
REMOTEDRAIN WATERAUTOSWINGTIMINGONOFFTIMERSETRESETTHERMO CONTROLCOMP. ONDE-HUM.FANLOMEDHIAUTOMODE252827263837293031333435363932422941403037433233422941403037433233344445464748 Nr.
Benaming
Functie
LED's ON/OFF
LED FAN
LED DE-HUM
Branden bij geactiveerde, resp. gedeactiveerd timer-functie
Weergave van de bedrijfsmodus ventilatie
Indicatie van de bedrijfsmodus ontvochtiging
LED's Ventilatorsnelheid
Tonen de actuele ventilatorsnelheid
Toets ON/OFF
Toets MODE
Apparaat in- of uitschakelen
Bedrijfsmodus kiezen:Koeling
Ontvochtiging
Ventilatie
LED COMP. ON
Compressorbedrijfsindicatie in de bedrijfsmodus koeling
Toets Waarde verlagen
Doeltemperatuur in stappen van 1 °C (16 °C tot 30 °C) voor de koeling verlagen
Toets Waarde verhogen
Doeltemperatuur in stappen van 1 °C(16 °C tot 30 °C) voor de koeling verhogen
Segmentweergave
Toets RESET
Toets SET
Toets AUTO SWING
LED DRAIN WATER
Ontvanger voor
afstandsbediening
Zender/ontvanger
afstandsbediening
Display
Toets FAN
Toets TIMER
LED SPEED
LED LOVER
LED Bedrijfsmodus
LED SET
LED WORK
Weergave van de doeltemperatuur in de bedrijfsmodus koeling
Weergave van de timer-resttijd
Weergave van de foutcodes, zie hoofdstuk defecten en storingen
Timer-functie resetten
Timer-functie Automatisch inschakelen in stappen van 1 uur (1 uur tot 24 uur) Timer-functie Automatisch uitschakelen in stappen van 1 uur (1 uur tot 24 uur)
Swing-functie in- of uitschakelen
Indicatie condensreservoir legen
Ontvangt het infraroodsignaal van de afstandsbediening
Communicatie tussen apparaat en afstandsbediening via infraroodsignaal
Weergave van de verschillende apparaatfuncties
Ventilatorsnelheid instellen
Timer-functie Automatisch inschakelen in stappen van 1 uur (1 uur tot 24 uur) Timer-functie Automatisch uitschakelen in stappen van 1 uur (1 uur tot 24 uur)
Indicatie voor ventilatorsnelheid (AUTO, HI, MED of LO)
Brandt als de afstandsbediening infraroodsignalen verzendt naar het apparaat
Indicatie van de ingestelde bedrijfsmodus (COOL/koeling, DE-HUM/ontvochtiging of FAN/ ventilatie)
Brandt, als de timer wordt ingesteld of al is ingesteld
Brandt, als de afstandsbediening is ingeschakeld
Ontvochtiging
In de bedrijfsmodus Ontvochtiging wordt de luchtvochtigheid in
de ruimte verlaagd.• De binneneenheid en de buiteneenheid samen in de te
ontvochtigen ruimte plaatsen. Zorg dat de binneneenheid geen warme lucht van de buiteneenheid aanzuigt.Hang de buiteneenheid niet mechanisch aan de
binneneenheid.
• Haal de condensafvoerslang aan de achterkant van de
binneneenheid uit de houder en verwijder de plug.• Het condens met verval afvoeren naar een afvoer of een
voldoende gedimensioneerd reservoir.Het ontstane condens wordt niet naar de buiteneenheid
gepompt.
• Druk op de toets ON/OFF (29).
• Met toets Waarde verlagen (32) de laagste
doeltemperatuur instellen.
• Druk op de toets MODE (30), tot de LED DE-HUM (27) op
het apparaat brandt. De LED Bedrijfsmodus (46) op de afstandsbediening
toontDE-HUM (ontvochtigen).
Wordt het apparaat gebruikt in een zeer vochtige
omgeving, moet het ontstane condens regelmatig worden afgevoerd.
Timer instellen
De timer werkt op twee manieren:• Automatisch inschakelen na een vooringesteld aantal uren.
Automatisch uitschakelen na een vooringesteld aantal
uren.
De functie kan in alle bedrijfsmodi en tijdens standby-modus
worden ingesteld. Het aantal uren kan tussen 1 en 24 uur liggen en in stappen van 1 uur worden ingesteld.
Het apparaat mag niet onbewaakt in een vrij
toegankelijke ruimte worden gebruikt, als de timer actief is.
Apparaat inschakelen
• Nadat het apparaat klaar voor gebruik is opgesteld, zoals
in het hoofdstuk in gebruik nemen is beschreven, kan het worden ingeschakeld.
• Druk op de toets ON/OFF (29).
Het apparaat wordt ingeschakeld.
• Kies de gewenste bedrijfsmodus.
Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld als het
condensreservoir vol is. De LED DRAIN WATER (38) knippert en een akoestisch signaal klinkt.
Bedrijfsmodi instellen
Het apparaat heeft de volgende bedrijfsmodi:Koeling
• Ventilatie
• Ontvochtiging
Koeling
In de bedrijfsmodus Koeling wordt de ruimte afgekoeld tot een
gewenste doeltemperatuur. Standaardinstelling is de bedrijfsmodus Koeling:• Druk herhaaldelijk op de toets MODE (30), tot de LED
FAN (26), resp. DE-HUM (27) op het apparaat uit gaat. De LED Bedrijfsmodus (46) van de afstandsbediening
geeft COOL (koeling) aan.
• Druk op de toets Waarde verlagen (32) of Waarde
verhogen (33), voor het instellen van de gewenste doeltemperatuur.De compressor wordt indien nodig ingeschakeld en de
LED COMP. ON (31) brandt.
• Kies met toets FAN (42) de gewenste ventilatorsnelheid:
AUTO, HI, MED of LO. De LED's Ventilatorsnelheid (28) op het apparaat
branden op basis van de ingestelde ventilatorsnelheid. De LED SPEED (44) op de afstandsbediening toont de
ingestelde ventilatorsnelheid.
Ventilatie
In de bedrijfsmodus Ventilatie circuleert de ruimtelucht en vindt
geen koeling, resp. ontvochtiging plaats.• Druk op de toets MODE (30), tot de LED FAN (26) op het
apparaat brandt. De LED Bedrijfsmodus (46) op de afstandsbediening
geeft FAN (ventilatie) aan.
• Kies met toets FAN (42) de gewenste ventilatorsnelheid:
AUTO, HI, MED of LO. De LED's Ventilatorsnelheid (28) op het apparaat
branden op basis van de ingestelde ventilatorsnelheid. De LED SPEED (44) op de afstandsbediening toont de
ingestelde ventilatorsnelheid
Swing-functie
De swing-functie kan indien nodig bij alle bedrijfsmodi extra
worden ingeschakeld. Met de swing-functie wordt de luchtuitlaat (3) automatisch bewogen en zorgt deze zo voor een doorlopende luchtcirculatie.• Druk op de toets AUTO SWING (37).
De ventilatielamellen bewegen doorlopend op en neer.
• Druk opnieuw op de toets AUTO SWING (37), voor het
stoppen van de ventilatielamellen in een bepaalde stand, resp. voor het uitschakelen van de swing-functie.
Buiten gebruik stellen
De netstekker niet aanraken met vochtige of natte
Schakel het werkende apparaat nooit uit door het uit
het stopcontact trekken van het netsnoer.Laat het apparaat 2 – 3 uur in de bedrijfsmodus ventilatie
draaien als u het apparaat gedurende een langere tijd, bijv. gedurende de winter, buiten gebruik stelt. Hierdoor wordt het restvocht uit het apparaat getransporteerd. Ga als volgt voor werk voor het buiten gebruik stellen:• Het apparaat uitschakelen.
• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
door de netstekker vast te pakken.
• Leeg het condensreservoir via de condensafvoerslang bij
de condensafvoer (12) aan de achterkant van de binneneenheid en via de plug bij de buiteneenheid.• Reinig het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud.
• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk opslag.
Automatisch inschakelen
• Druk op de toets SET (36), tot het gewenste aantal uren in
de segmentweergave (34) wordt weergegeven. Het gewenste aantal uren knippert. De LED SET (47) op de afstandsbediening brandt.• Druk op de toets Waarde verlagen (32), resp. Waarde
verhogen (33), voor het instellen van de gewenste doeltemperatuur.
• Druk op de toets MODE (30), voor het instellen van de
gewenste bedrijfsmodus. De LED voor de gewenste bedrijfsmodus brandt. De LED ON (25) brandt. De timer is ingesteld op het gewenste aantal uren.Het apparaat start na de ingestelde tijd in de ingestelde
bedrijfsmodus.
• Druk op de toets RESET (35), voor het deactiveren van de
timer-functie. De LED OFF (25) brandt.
Aanwijzingen voor het automatisch inschakelen:• Het scheiden van de voedingsspanning zorgt voor het
wissen van de instellingen voor het automatisch
inschakelen.
• Het handmatig inschakelen van het apparaat deactiveert
het automatisch inschakelen.
Automatisch uitschakelen
ü Het apparaat is ingeschakeld.• Druk op de toets SET (36), tot het gewenste aantal uren in
de segmentweergave (34) wordt weergegeven. Het gewenste aantal uren knippert. De LED ON (25) brandt. De LED SET (47) op de afstandsbediening brandt. De timer is ingesteld op het gewenste aantal uren. Het apparaat werkt, tot de vooringestelde tijd voor het
uitschakelen is verstreken.
• Druk op de toets RESET (35), voor het deactiveren van de
timer-functie. De LED OFF (25) brandt.
Aanwijzingen bij automatisch uitschakelen:• Het drukken op de toets ON/OFF (29) deactiveert het
automatisch uitschakelen.
Defecten en storingen
Het apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een
goede werking getest. Mochten er desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgende lijst.
Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel het apparaat daarna weer in.
Het apparaat start niet op:• Controleer de netaansluiting.
Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen. Constateert u beschadigingen, probeer dan niet het apparaat weer in gebruik te nemen. Is het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moet dezedoor de fabrikant of de klantendienst hiervan of door een
vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen, zodat gevaren worden vermeden. Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie.• De bedrijfstemperatuur in het hoofdstuk technische bijlage
aanhouden.
• Het condensreservoir kan vol zijn. Indien nodig het
condensreservoir legen. De LED DRAIN WATER (38) mag niet gaan branden.
• Mocht het apparaat niet opstarten, laat dan een elektrische
controle uitvoeren door een gespecialiseerd vakbedrijf of
door de fabrikant.
Het apparaat werkt zonder of met een gereduceerde
koelcapaciteit:• Controleer of de bedrijfsmodus Koeling is ingesteld.
Controleer de stand van de ventilatielamellen. De ventilatielamellen moeten zo ver mogelijk geopend zijn. Controleer de luchtfilter(s) op vervuilingen. Luchtfilter(s) indien nodig reinigen, resp. vervangen. Controleer de minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten. Zet het apparaat evt. verder in de ruimte. Controleer de temperatuurinstellingen op het apparaat. Verlaag de ingestelde temperatuur, als deze boven de ruimtetemperatuur ligt. Controleer de buitenunit van het apparaat op vervuilingen.Indien nodig de lamellen aan de binnenzijde van de
buitenunit reinigen.• Condenslekkage:
• Controleer het apparaat op lekkages.
De compressor start niet:• Controleer of de oververhittingsbeveiliging van de
compressor is geactiveerd. Scheid het apparaat van het stroomnet en laat het ca. 10 minuten afkoelen voordat het weer aansluit op het stroomnet.Controleer of de omgevingstemperatuur overeenkomt komt
met de doeltemperatuur (in de bedrijfsmodus Koeling). De compressor schakelt alleen in, als de omgevingstemperatuur hoger is dan de doeltemperatuur.• De compressor start evt. met 3 minuten vertraging, omdat
deze een interne beveiliging heeft tegen directe
herinschakeling.
Het apparaat wordt zeer heet, maakt herrie, resp. verliest capaciteit:• Controleer de luchtinlaat en het luchtfilter op vervuilingen.
Verwijder uitwendige vervuilingen. Controleer het apparaat uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat een inwendig vervuildapparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door de fabrikant.
• Het apparaat reageert niet op de infraroodafstandsbediening:
• Controleer of de afstand van de afstandsbediening t.o.v.
het apparaat niet te groot is en verklein de afstand, indien nodig. Zorg dat er geen hindernissen, zoals meubels of muren, aanwezig zijn tussen apparaat en afstandsbediening. Zorg voor zichtcontact tussen apparaat en afstandsbediening.Controleer de laadtoestand van de batterijen en vervang
ze, indien nodig.Controleer of de polen van de batterijen in de juiste richting
liggen als de batterijen net zijn vervangen.• Werkt het apparaat na deze controles nog niet
probleemloos: Neem contact op met de klantenservice. Breng het apparaatindien nodig voor reparatie naar een gespecialiseerd bedrijf op
het gebied van koel- en koudetechniek of naar de fabrikant.
Het apparaat maakt herrie, resp. trilt:• Controleer of het apparaat rechtop en stabiel staat.
Controleer of de ophanging en wandhouders van de
buitenunit waterpas zijn en of alle schroeven zijn
aangehaald
Foutcodes
Foutcode
Bij een storing wordt een foutcode weergegeven op de
segmentweergave (34). Bij de volgende storingsmeldingen contact opnemen met de klantenservice. Breng het apparaatvoor reparatie naar een gespecialiseerd bedrijf op het gebied
van koel- en koudetechniek of naar Trotec.
Foutbeschrijving
Mogelijke oorzaak / verhelpen van de fout
Communicatiefout tussen printplaat bij
binneneenheid en buiteneenheid
Sensor ruimtetemperatuur defect
Sensor verdamper defect
Sensor vloeistofleiding defect
Overtemperatuur vloeistofleiding
Sensor-compressor defect
• Controleer de 6-aderige verbinding en de stekercontacten CN202 (PCB 2)
• CN109 (PCB 3).
Vervang de verbindingskabel, indien nodig.
Vervang de sensor THRA (PCB 2).
Vervang de sensor THEP (PCB 2).
• De sensor THOP (PCB 3) is defect als de fout binnen een minuut na het
• inschakelen van het apparaat verschijnt. In dit geval de sensor
vervangen. Verschijnt de fout pas na enige bedrijfstijd, zijn de volgende oorzaken mogelijk:– Koudemiddelgebrek
– Defect van de ventilatormotor bij buiteneenheid
Opmerking: Stijgt de temperatuur bij de sensor THOP naar meer dan 58 °C, schakelt het apparaat uit en verschijnt de foutcode 32 op de segmentweergave.• Controleer het sensor THCT (PCB 3) en vervang deze indien nodig.
Controleer de temperatuur bij de compressor. Er kan sprake zijn van overtemperatuur. Controleer of de buitentemperatuur te hoog is (zie technische gegevens).Controleer of de ventilator van de buiteneenheid probleemloos draait
Toerentalregeling van compressor
defect
• De compressor kan defect zijn.
• Vervang de IPM-printplaat (PCB 4).
Heetgastemperatuur bij de
compressor te hoog
Temperatuur vloeistofleiding te hoog
Wisselspanning op hoofdprintplaat
(PCB 3) te laag. Transformator op printplaat niet OK.
Wisselspanning op hoofdprintplaat
(PCB 3) te hoog. Transformator op printplaat niet OK.
Gebrekkige stroomopname
hoofdprintplaat
IPM printplaat communicatiefout
IPM-printplaat defect
IPM-printplaat DC overspanning
• De compressor kan defect zijn.
• Controleer de temperatuur bij de compressor. Er kan sprake zijn van
overtemperatuur. Controleer of de buitentemperatuur te hoog is (zie technische gegevens). Controleer of de ventilator van de buiteneenheid probleemloos draait.• Zie foutcode 32
• Controleer de 5-aderige verbindingsleiding en de contacten:
CN1 (PCB 4) – CN111 (PCB 3) en CN2 (PCB 4) – CN110 (PCB 3).
Foutcode
Foutbeschrijving
IPM-module gebrekkige
stroomopname
Netvoeding over- of onderspanning
IPM algemene fout
PFC-module op IPM-printplaat defect
Mogelijke oorzaak / verhelpen van de fout
• Controleer de netvoeding.
Vervang de IPM-printplaat
Onderhoud
Onderhoudsintervallen
Onderhouds- en verzorgingsinterval
Altijd voor het in
gebruik nemen
Indien nodig Minimaal elke
2 weken
Minimaal elke
4 weken
Minimaal elke
6 maanden
Minimaal
jaarlijks
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van het
apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en vreemde
objecten controleren, indien nodig reinigen resp. vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en afvoerslang
leegmaken
Onderhouds- en verzorgingsrapport
Apparaattype:
Apparaatnummer:
Onderhouds- en verzorgingsinterval
Luchtinlaat en -uitlaat op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indiennodig reinigen
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van het
apparaat op vervuilingen
Luchtfilter vervangen
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en afvoerslang
leegmaken
Opmerkingen
• Datum:
Visuele controle van het inwendige van het apparaat
op vervuilingen
• Verwijder het luchtfilter.
• Schijn met een zaklamp in de openingen van het apparaat.
• Controleer het inwendige van het apparaat op vervuilingen.
• Ziet u een dikke stoflaag, laat dan het inwendige van het
apparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door de fabrikant.
• Plaats het luchtfilter weer.
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
Schakel het apparaat uit.• Het apparaat van het stroomnet scheiden, door de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Hierbij de
Werkzaamheden waarvoor het openen van het
apparaat noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door de fabrikant
worden uitgevoerd.
Koudemiddelkringloop
Brandbare koudemiddel difluormethaan (R32)!Houd bij het installeren of bij onderhoud
ontstekingsbronnen evenals open vlammen,ingeschakelde gastoestellen en elektrische kachels uit
de buurt van de werkomgeving.
• De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij,
hermetisch gesloten systeem en mag alleen door
gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door de fabrikant worden onderhouden, resp. gerepareerd.
Veiligheidssymbolen en plaatjes op het apparaat
Controleer regelmatig de veiligheidssymbolen en plaatjes op het
apparaat. Vervang onleesbare veiligheidssymbolen!
Behuizing reinigen
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek. Zorg dat geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, bijv. reinigingssprays, oplosmiddelen, alcoholhoudende reinigingsmiddelen ofschuurmiddelen voor het bevochtigen van de doek
Luchtfilter reinigen
Het luchtfilter moet worden gereinigd, zodra het vervuild is. Dit is bijv. merkbaar aan een gereduceerde capaciteit (zie hoofdstuk defecten en storingen).
Controleer of het luchtfilter niet versleten of
beschadigd is. De hoeken en randen van het luchtfilter mogen niet zijn vervormd of afgerond. Controleer voorhet weer plaatsen van het luchtfilter of het
onbeschadigd en droog is!• Verwijder het luchtfilter uit het apparaat.
Condens afvoeren (handmatig legen) In de bedrijfsmodus Koeling en Ontvochtiging ontstaat condens, dat voor het grootste deel via de afvoerlucht wordt afgevoerd.Het resterende condens verzamelt zich in een condensreservoir
in de behuizing. Het condens moet regelmatig worden verwijderd. Verzamelt zich teveel condens, schakelt het apparaat uit en signaleert dit via de LED DRAIN WATER (38). Daarnaast klinkt 8 x een kort akoestisch signaal.• Transporteer, resp. rol de binneneenheid voorzichtig naar
een geschikte locatie, voor het laten weglopen van het condens (bijv. een afvoer) of zet een geschikt opvangreservoir klaar onder de condensafvoer.
• Verwijder de condensafvoer (12) uit de bevestigingsclip.
• Het filter reinigen met een zachte, pluisvrije en licht
bevochtigde doek. Is het luchtfilter sterk vervuild, maak het dan schoon met warm water, vermengd met een neutraal reinigingsmiddel.
• Laat het filter volledig drogen. Plaats geen nat filter in het
apparaat!
• Plaats het luchtfilter weer in het apparaat.
• Verwijder de rubberplug uit de condensafvoerslang.
• Laat het condens volledig weglopen.
De LED DRAIN WATER (38) gaat uit, zodra het condens
is afgevoerd..
• Plaats de rubberplug weer in de condensafvoer. Zorg dat
de rubberplug goed vastzit, omdat anders ongecontroleerde waterlekkage kan ontstaan.
• Steek de condensafvoer (12) weer in de bevestigingsclip.
Activiteiten na het onderhoud
Wilt u het apparaat verder gebruiken:• Laat het apparaat minimaal 12 uur stilstaan, zodat het
koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor. Het apparaat pas na 12 uur weer inschakelen! Anders kan decompressor beschadigd raken en het apparaat niet meer
werken.
• Het apparaat weer aansluiten door de netstekker in het
stopcontact te steken.
Gebruikt u het apparaat langere tijd niet:• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk transport en
opslag.
Parameter
Koudemiddelleiding, lengte
Afmetingen binnenunit
(lengte x breedte x hoogte)
Afmetingen buitenunit
(lengte x breedte x hoogte)
Minimale afstand t.o.v. wanden en objecten:
Waarde
mm, bruikbaar: mm
Boven (A): Achter (B): Zijkant (C): Voor (D):
Gewicht binnenunit
Gewicht buitenunit
Batterij voor afstandsbediening
38 kg
12 kg
Type LR03 /
AAA – 1,5 V
• Luchtinlaattemperatuur: Droge kogel 27 °C / natte kogel
19 °C, buitentemperatuur: Droge kogel 35 °C / natte kogel 24 °C, max. luchtdebiet• Afstand 1 m vrije ruimte
• Bevat broeikasgas volgens Kyoto-protocol (zie hiervoor ook de
opmerking in het hoofdstuk "Verbindingsleiding")
Technische bijlage
Technische gegevens
Parameter
Model
Nominale koelcapaciteit 1)
Waarde
PAC
4,30 kW (1,80 kW tot 4,60 kW)
Energie-efficiëntieklasse 1) Energie-efficiëntiewaarde EER 1) Jaarlijks energieverbruik, QCE Toepassingsbereik (ruimte-inhoud), ca. 120 m³
4,7
B
318 kWh
Instelbereik binnenunit
Werkbereik buitenunit
Koudemiddel
Koudemiddelvulhoeveelheid
GWP-factor
CO2-equivalent
Druk zuigzijde
Druk uitlaatzijde
Toegestane druk max.
+16 °C tot +30 °C / 35% r. v. tot 80% r. v.
+21 °C tot +43 °C / 35% r. v. tot 80% r. v. R32 3) 0,97 kg 0,66 t
1,16 MPa
4,2 MPa
Condenspomp, pompopbrengst max.
mm mwk
Luchtvolumestroom per
snelheidsniveau, binnenunit
Luchtdebiet per snelheidsniveau,buitenunit
Geluidsdrukniveau per snelheid, binnenunit 2) Geluidsvermogen max., binnenunit /buitenunit
Voedingsbron
Beschermingsgraad binnenunit /buitenunit
Nominaal opgenomen elektrisch
vermogen 1) Nominaal opgenomen stroom 1) Elektrische aanloopstroom, LRA
Zekering
350 / 450 / 550 m³/uur
750 / 930 m³/uur
47 / 50 / 54 dB(A)
57 / 62 dB(A)
V / 1~ / 50 Hz
IP24 / IPX4
1,37 kW
5,82 A
8,00 A
T 16 A
Condenspomp, pompopbrengst
50 – 200 ml/uur
Elektrisch schema
PCB1:
PCB2:
PCB3:
PCB4:
PCB5:
CM:
CX1:
CX2:
FM1:
FM2:
LH:
MS1:
MS2:
SM:
Toetsenbordprintlaat
Besturingsprint
Hoofdprintplaat
IPM beveiligingsprintplaat
Condensorprintplaat
Compressor
Condensor verdamperventilator
Condensor condensorventilator
Verdamperventilator
Condensorventilator
Reactor
Microschakelaar storing (reservoir vol)
Microschakelaar condenspomp
Swing-motor
THCT:
THEP:
THOP:
THRA:
WM:
Kleurcode:
Sensor compressortemperatuur
Sensor verdamper
Sensor compressoreindtemperatuur
Sensor ruimtetemperatuur
Condenspomp
BK:
BR:
BU:
GR:
OR:
R:
W:
Y:
zwart
bruin
blauw
grijs
oranje
Rood
wit
geel
Reserveonderdeeloverzicht en reserveonderdeellijst -
binnenunit:
De positienummers in de reserveonderdelen
verschillen van de in de handleiding gebruikte
positienummers van de onderdelen.
Front wall
Recessed handle
Keypad circuit board
Keypad film
Upper cover
Discharge grille
Air-guide lamellae
Coupling for swing motor
Swing motor for lamellae
Holder for microswitch
Microswitch for pump
Float for pump
Microswitch (water tank full)
Float (water tank full)
Condensate pump
Sound absorption mat
Inner sound absorption sheet metal
Front sound absorption sheet metal
Condensation tank
Device base
Wheel
Right sound absorption sheet metal
Mainboard
Sensor for room temperature
Sensor for evaporator
Separating wall
Condenser (condenser fan)
Condenser (evaporator fan)
Choking coil
Fan casing
IPM protective circuit board
Condenser circuit board
Evaporator fan (compl.)
Evaporator
Fan motor, evaporator
Overheating protection for
compressor
Compressor (compl.)
Bottom plates (compl.)
Capillary tube
Seal for fastening clip
Fastening clip for pipe
Sheathing for fastening clip
Connection line
Coupling set
Air circulation filter
Rear wall
Feed-through for connecting line
Cover for connecting line
Sensor for compressor discharge
temperature
Control circuit board
Reserveonderdeeloverzicht en reserveonderdeellijst -
buitenunit:
De positienummers in de reserveonderdelen
verschillen van de in de handleiding gebruikte
positienummers van de onderdelen.
Spare parts (without figure)
Rear wall
Cover for screwing connection
Sheathing for fastening clip
Remote control
Condenser fan
Fastening set for external unit
(compl.)
Feed-through for connecting line 60
Coupling set
Wall holder
Device base
Fan motor (condenser)
Fan motor attachment
Fan casing
Fastening clip for coupling
Service connection
Condenser
Front wall
Recycling
De verpakkingsmaterialen altijd milieubewust en volgens de
geldende lokale recyclingvoorschriften recyclen.
PAC 4600
BETRIEBSANLEITUNG
HEIZSTRAHLER
PAC
INSTRUCTIES
LOKALE AIRCONDITIONER
Inhoudsopgave
De actuele versie van deze handleiding kunt u downloaden via
de volgende link:
Aanwijzingen voor het gebruik van deze handleiding
Veiligheid
Informatie over het apparaat
PAC
Transport en opslag
Montage en in gebruik nemen
Bediening
Defecten en storingen
Veiligheid
https://hub.trotec.com/?id=43770
Onderhoud
Technische bijlage
Recycling
Lees deze handleiding vóór het in gebruik nemen / gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding
altijd in de directe omgeving van de opstellocatie resp. bij het apparaat.
Aanwijzingen voor het gebruik van deze
handleiding
Symbolen
Dit symbool wijst erop dat er gevaren bestaan voor
leven en gezondheid van personen vanwege zeer licht
ontvlambaar gas.
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door elektrische spanning.
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een
middelmatige risicograad, dat indien niet vermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.
Voorzichtig
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage
risicograad, dat indien niet vermeden gering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.
Het signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. op materiële schade), maar niet op gevaren.
Aanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en
veilig uitvoeren van uw werkzaamheden.
Handleiding opvolgen
Aanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de
handleiding moet worden opgevolgd.
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen kunnen een elektrische schok, brand en/ of zwaar letsel veroorzaken.Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen
voor later gebruik.Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en
bovendien door personen met verminderde geestelijke,sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek
aan ervaring en kennis worden gebruikt, als ze onder toezicht staan of m.b.t. het veilig gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd en de hierdoor ontstane gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door
kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.• Gebruik het apparaat niet in ruimten of omgevingen met
explosiegevaar en plaats het daar nooit.
• Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen.
• Plaats het apparaat rechtop en stabiel op een horizontaal
en vlakke ondergrond. Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand.• Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte
Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal. Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.• Het apparaat niet afdekken tijdens bedrijf.
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren
uit de buurt
• Controleer voor elk gebruik van het apparaat de
accessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijke
beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten of apparaatonderdelen.Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn
beschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren).Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrische
kabels of aan de netaansluiting!
• De netaansluiting moet voldoen aan de gegevens in de
• technische bijlage.
Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.Bij het kiezen van verlengsnoeren de technische gegevens
opvolgen. Het verlengsnoer volledig uitrollen. Voorkom elektrische overbelasting. Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit
het stopcontact trekken.Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het
stopcontact als u het apparaat niet gebruikt.
• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker
of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moet hetdoor de fabrikant of de klantendienst hiervan of door een
vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen, zodat gevaren worden voorkomen.Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de
gezondheid!
• Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten evenals met de opslag- en gebruiksomstandigheden, volgens de technische bijlage. Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn. Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en losse
voorwerpen.Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop en met een
geleegd condensreservoir resp. geleegde afvoerslang. Voor opslag of transport al het condens aftappen. Drink het niet. Er bestaat gevaar voor de gezondheid!• Plaats geen oplaadbare batterijen in de afstandsbediening.
• Gebruik het batterijtype AAA.
• Nooit batterijen opladen die niet oplaadbaar zijn.
• Verschillende batterijtypen, evenals nieuwe en gebruikte
batterijen mogen niet samen worden gebruikt.• De batterijen met de polen op de juiste plaats in het
batterijvak leggen.• Verwijder lege batterijen. Batterijen bevatten
milieugevaarlijke stoffen. De batterijen volgens de nationale voorschriften recyclen (zie hoofdstuk recyclen).Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening als u het
apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt.
• De aansluitklemmen van batterijen nooit kortsluiten!
• Batterijen niet inslikken! Wordt een batterij ingeslikt, kan
dit binnen 2 uur zorgen voor ernstige verbrandingen/ bijtwonden! Het verbrandingsletsel kan tot de dood leiden!• Denkt u dat een batterij is ingeslikt of op een andere wijze
in het lichaam is gekomen, bezoek dan direct een arts!• Houd nieuwe en gebruikte batterijen, evenals een geopend
• batterijvak, uit de buurt van kinderen.
Sluit het batterijvak niet meer goed, gebruik dan het apparaat niet meer met de afstandsbediening.Installeer het apparaat alleen volgens de nationale
installatievoorschriften.
• Het apparaat PAC mag alleen geïnstalleerd, bediend
en opgeslagen worden in een ruimte met een oppervlak
van meer dan 4 m2.
• Het apparaat zo opslaan, dat geen mechanische schade
kan ontstaan.
• De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij,
hermetisch gesloten systeem en mag alleen door
gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door de fabrikant worden onderhouden, resp. gerepareerd.
Veiligheidsaanwijzingen voor servicewerkzaamheden aan
de koudemiddelkringloop:• Iedereen die aan het koudemiddelkringloop werkt, moet
een vaardigheidsbewijs van een bevoegde instantie
kunnen tonen, die de competentie in de veilige omgangmet koudemiddelen op basis van een in de industrie
bekende procedure aantoont.Servicewerkzaamheden mogen uitsluitend volgens de
voorschriften van de fabrikant worden uitgevoerd. Is voorde onderhouds- en servicewerkzaamheden ondersteuning
van meer personen noodzakelijk, moet de persoon diegeschoold is in de omgang met brandbare koudemiddelen
de werkzaamheden continu bewaken.• Geen ontstekingsbronnen samen met het apparaat opslaan
in ongeventileerde ruimten.
• Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aanbevolen
middelen om het ontdooiproces te versnellen.
• Niet in boren en geen branders gebruiken.
• Houd er rekening mee dat het koudemiddel geurloos is.
• De nationale voorschriften voor gasinstallaties opvolgen.
• De maximale koudemiddelvulhoeveelheid in de technische
gegevens aanhouden.
Bedoeld gebruik
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het koelen, ventileren en ontvochtigen van de ruimtelucht in binnenruimten, volgens de technische gegevens. Elk ander gebruik dan het bedoeld gebruik is, geldt als verkeerd gebruik.
Veiligheidssymbolen en plaatjes op het apparaat
Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.
De volgende veiligheidssymbolen en plaatjes zijn aangebracht
op het apparaat:
Handleiding opvolgen
Dit symbool wijst u erop dat de gebruiksaanwijzing
moet worden opgevolgd.
Reparatiehandleiding opvolgen
Recycling-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de koudemiddelkringloop mogen alleen volgens de gegevens van de fabrikant en door personen met een bevoegdheidscertificaat worden uitgevoerd. De betreffende reparatiehandleiding is op aanvraag verkrijgbaar bij de fabrikant.
Logisch voorspelbaar verkeerd gebruik
• Plaats het apparaat niet op een natte resp. overstroomde
ondergrond. Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het apparaat.• Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht.
• Het apparaat nooit onderdompelen in water.
• Geen eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aanof ombouwwerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
Persoonlijke kwalificaties
Personen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren die bij werkzaamheden
met en aan elektrische apparaten in vochtige omgeving
ontstaan.
• De handleiding, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben
gelezen en begrepen.
Onderhoudswerkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door de fabrikant worden uitgevoerd. Installatiewerkzaamheden, waarvoor het loskoppelen enverbinden van de verbindingsleidingen tussen binnen- en
buitenunit noodzakelijk zijn en waarvoor dus een ingreep in de
koudemiddelkringloop nodig is, mogen alleen doorgespecialiseerde bedrijven voor koel- en koudetechniek worden
uitgevoerd
!!! ACHTUNG !!!1.Vor InbetriebnahmeMIND. 12 STUNDENaufrecht und stillstehen lassen!Das schützt den Kompressor, verlängertdie Lebensdauererheblich und verhindert soeinenVerlustderKühlleistung.2.DasKlimagerät muss immerBESONDERS VORSICHTIGaufdenBodengestellt werden! Ansonsten könnenMikrorisseinderBodenplatte undder Kondensatwanneentstehen,wasdazuführt, dass Kondenswasser aufdenBodentropft.FürSchäden,diedurch unsachgemäßenGebrauchentstehen,übernehmen wirKEINEGEWÄHRLEISTUNG!!!!WARNING !!!1.Before operation, stand upright and r e stforMIN 12 HOURS!Thisprotectsthe compressor, greatlyextending its lifeandpreventinglossofcooling performance.2.Theairconditioner must alwaysbeplacedonthewithCAUTION!Otherwise, microcracks may form inthebottomplate and the condensate pan,causingcondensationtodripontotheFordamages caused by improper use,WARRANTY WILLBE NULL ANDVOID!!!! ATTENTION !!!1.Avant la mise en service,laisser immobile en positionverticalePENDANT AU MOINS 12 HEURES ! Cela protège le compresseur, prolonge sensiblement la durée de vieet évite ainsi une diminution des performances derefroidissement.2.Le climatiseur doit toujours être posé sur le solAVECLES PLUS GRANDES PRÉCAUTIONS !Sinon, desmicro-fissures risquent de se former dans le socle ou lebac de récupération de l’eau de condensation, ce quientraînerait que cette dernière coule sur le sol.Toute utilisation incorrecte ou non conforme entraîneL’EXTINCTION DE LA GARANTIE !Gedrag bij noodgevallen
• Schakel het apparaat uit.
• Het apparaat van het stroomnet scheiden, door de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Hierbij de
• Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de
netaansluiting.
Informatie over het apparaat
Beschrijving van het apparaat
Het apparaat dient voor ruimtekoeling. Bovendien filtert enontvochtigt het de lucht en zorgt het zo voor een aangenaam
ruimteklimaat.De lokale ruimte-airconditioner heeft een binneneenheid voor
opstelling op de vloer binnen en een buiteneenheid voor wandof vloermontage in de buitenlucht. In de bedrijfsmodus Koelenwordt de door de compressor te leveren capaciteit exact
aangepast aan de vraag en wordt de gewenste temperatuur met
minimale temperatuurschommelingen geregeld. Door deze "Inverter-techniek" wordt, in tegenstelling tot conventionele split-systemen, energie bespaard en wordt de geluidsemissie tot een bijzonder geringe mate gereduceerd.Via de flexibele verbindingsleidingen wordt de warmte naar de
buiteneenheid getransporteerd. De buiteneenheid geeft deopgenomen warmte via een andere warmtewisselaar
(condensor) af aan de buitenlucht. Het tijdens koelbedrijfontstane condens wordt via een in de binneneenheid aanwezige
condenspomp naar de buiteneenheid getransporteerd en
verdampt op de warmtewisselaar.In de bedrijfsmodus Ventilatie biedt het apparaat de
mogelijkheid de ruimtelucht te circuleren, zonder deze te koelen.In de bedrijfsmodus Ontvochtiging wordt vocht onttrokken aan
de ruimtelucht.Het apparaat werkt volautomatisch en biedt talrijke andere
opties, het apparaat kan bijv. via de timer-functie automatisch tijdvertraagd worden in-, resp. uitgeschakeld.De bediening van het apparaat gebeurt via het bedieningspaneel
op de binneneenheid of via de meegeleverde infraroodafstandsbediening. het apparaat is aan alle zijden beschermd tegen spatwater.
Restgevaren
Koudemiddel difluormethaan (R32)! H220 – Zeer licht ontvlambaar gas. H280 – Bevat gas onder druk; kan ontploffen bij verwarming.
P210 – Verwijderd houden van warmte/vonken/open
vuur/hete oppervlakken en andere ontstekingsbronnen. Niet roken. P377 – Brand door lekkend gas: niet blussen, tenzij het lek veilig gedicht kan worden. P403 – Op een goed geventileerde locatie bewaren.
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de netstekker vast te pakken.
Van dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het
ondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordt
gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties!
Een vallend apparaat kan letsel veroorzaken! Bij hettransport en montage van het apparaat extra personen
roepen om u te helpen. Ga niet onder het opgetilde apparaat staan. Zorg dat het apparaat stabiel genoeg aan de wand is bevestigd.
Het apparaat is geen speelgoed en hoort niet in
kinderhanden.
Verstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos
rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijk speelgoed zijn.
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
Overzicht van het apparaat
Transport en opslag
Het apparaat kan beschadigd raken als het niet correct
wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m.b.t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen.
Transport
Houd er rekening mee dat er eventueel extra
transportvoorschriften zijn voor apparaten met brandbaar
koudemiddel. De plaatsing van de uitrusting of het maximale aantal apparaatonderdelen, dat samen mag worden getransporteerd, staat in de te gebruiken transportvoorschriften.Het apparaat is voorzien van transportrollen voor een eenvoudig
transport.Het apparaat is voorzien van een handgreep voor eenvoudig
transport.
Vóór elk transport de volgende instructies opvolgen:• Het apparaat van het stroomnet scheiden, door de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Hierbij de Verwijder de resterende condens uit het apparaat.• Gebruik het netsnoer niet als trektouw.
• Het apparaat alleen over vaste en gladde oppervlakken
rollen.
Volg na elk transport de volgende instructies op:• Plaats het apparaat na het transport rechtop.
Laat het apparaat minimaal 12 uur stilstaan, zodat het koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor. Het apparaat pas na 12 uur weer inschakelen! Anders kan decompressor beschadigd raken en het apparaat niet meer
werken.
Opslag
Vóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• Verwijder de resterende condens uit het apparaat.
• Het apparaat van het stroomnet scheiden, door de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Hierbij de
• De buiten- en binnenunit samen met aangesloten
verbindingsleiding opslaan.
Zorg voor de volgende opslagcondities als het apparaat niet
wordt gebruikt:• Bewaar het apparaat alleen in ruimten waar geen
ontstekingsbron (bijv. open vlammen, ingeschakeld gastoestel of een elektrische kachel) aanwezig is.• Het apparaat droog en tegen vocht en hitte beschermd
opslaan.
• Het apparaat rechtopstaand opslaan op een locatie die
beschermd is tegen stof en direct zonlicht.
Nr.
Aanduiding
Binneneenheid
Ontvanger voor afstandsbediening
Luchtuitlaat met verstelbare ventilatielamellen
Bedieningspaneel
Verbindingsleiding
Luchtinlaat
Transportgreep
Buiteneenheid
Luchtuitlaat
Luchtfilter
Ophanging voor de buiteneenheid
Condensafvoer
Afstandsbediening
Afdekking
Transportrollen
• Bescherm het apparaat indien nodig met een hoes tegen
het binnendringen van stof.Plaats geen andere apparaten of voorwerpen op het
apparaat, zodat beschadigingen aan het apparaat worden voorkomen. Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening.
Montage en in gebruik nemen
Leveromvang
• 1 x apparaat
2 x bevestigingsset
2 x bevestigingsband
2 x sleutel voor het losmaken van de snelkoppelingen
4 x plug en schroef
1 x afstandsbediening (zonder batterijen) 1 x handleiding
Apparaat uitpakken
• Open de doos en het apparaat hieruit halen.
• Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.
• Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het
netsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij het
afwikkelen.
In gebruik nemen
Het apparaat is seriematig uitgerust met een 3,0 m lange verbindingsleiding (5) (nuttige lengte: 2,3 m), tussen binneneenheid en buiteneenheid.Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten, volgens hoofdstuk technische gegevens.• Controleer de toestand van het netsnoer, voordat het
apparaat weer in gebruik wordt genomen. Bij twijfel aan de probleemloze toestand hiervan, contact opnemen met de klantendienst.Plaats het apparaat rechtop en stabiel op een horizontaal
en vlakke ondergrond. Voorkom struikelgevaar bij het leggen van het netsnoer, resp. andere elektrische snoeren, vooral bij het opstellen van het apparaat middenin een ruimte. Gebruik snoerbruggen.Plaats het apparaat alleen in ruimtes waarin eventuele
koudemiddelverliezen zich niet kunnen ophopen.Plaats het apparaat alleen in ruimten waar geen
ontstekingsbron (bijv. open vlammen, ingeschakeld gastoestel of een elektrische kachel) aanwezig is. Zorg dat verlengsnoeren volledig zijn uit-, resp. afgerold. Zorg dat de luchtinlaat en -uitlaat vrij zijn.Zorg dat gordijnen of andere voorwerpen de luchtstroming
niet hinderen.
Plaats voor het eerste gebruik batterijen in de
afstandsbediening.
Binneneenheid
De binneneenheid wordt op de gewenste locatie geplaatst, met de luchtuitlaatzijde gericht naar de ruimte, waarbij rekening moet worden gehouden met de minimale afstanden.
Verbindingsleiding
Op de productpagina van de PAC leggen wij u in
een video ook uit hoe u de verbindingsleidingen moet
loskoppelen, resp. aansluiten en waarmee u hierbij rekening moet houden.
Brandbare koudemiddel difluormethaan (R32)!Houd bij het installeren of bij onderhoud
ontstekingsbronnen evenals open vlammen,ingeschakelde gastoestellen en elektrische kachels uit
de buurt van de werkomgeving.
Het apparaat moet gedurende de gehele procedure van
het net gescheiden zijn! Het mag pas weer in gebruikworden genomen als alle verbindingen weer zijn
hersteld en gecontroleerd. De bevestigingen en alle afdekkingen moeten eerst weer zijn aangebracht.
ABCCD
Het weglekken van koudemiddel draagt bij aan de
klimaatverandering. Koudemiddelen met een geringbroeikaspotentieel dragen minder bij aan de
opwarming van de aarde dan die met een hoger
broeikaspotentieel. Dit apparaat bevat koudemiddel met een broeikaspotentieel van 675. Hierdoor heeft het weglekken van 1 kg van dit koudemiddel een 675 keer groter effect op de opwarming van de aarde dan 1 kg CO2, over een periode van 100 jaar. Geenwerkzaamheden aan de koudemiddelkringloop
uitvoeren en het apparaat niet demonteren – maak altijd gebruik van vakpersoneel.
De verbindingsleiding kan door een open raam of een
deurspleet naar buiten worden gelegd. De verbindingsleidingkan bij de buiteneenheid worden losgekoppeld en biedt zo de
mogelijkheid deze door een opening in de wand (Ø min. 60 mm) te leggen. Houd bij het leggen van de verbindingsleiding rekening met het volgende:• De verbindingsleiding mag nooit worden ingeklemd of
• dichtgeknikt.
Er mag geen trekkracht of andere mechanische kracht
worden uitgeoefend op de verbindingsleiding.
• De leidingisolatie en de beschermmantel mogen niet
worden beschadigd.
Instructies voor het loskoppelen en aansluiten van de
verbindingsleiding:• Het loskoppelen en verbinden van de leidingen mag alleen
gebeuren door een gecertificeerd vakbedrijf voor koel- en
koudetechniek.
• De apparaten slechts kort voor de montage scheiden en de
apparaten niet langer gescheiden houden dan absoluut
noodzakelijk is. Voordat de leidingen weer worden verbonden, moet worden gewaarborgd dat vuil, vochtigheid of anderevreemde voorwerpen de schroefkoppelingen niet nadelig
kunnen beïnvloeden.• Monteer na het verbinden van de leidingen altijd de
bevestigingsbeugel.
• Het apparaat kan bij een correcte uitvoering van de
werkzaamheden meerdere keren worden losgekoppeld en
weer worden verbonden, zonder dat eennoemenswaardige afname van de koelcapaciteit te
verwachten is.
Voor het verbinden van de condensslang is een
slangkoppeling nodig. Deze kunt u als accessoirekosteloos bestellen bij Trotec
(artikelnummer: 7.310.000.346).
Ga voor het loskoppelen van de verbindingsleidingen als volgt te
buiteneenheid verwijderen.
• Verwijder de afdekking (17) van het apparaat.
• De linker (SW 24) en rechter (SW 26) wartelmoer
losschroeven met de meegeleverde steeksleutels. Hierbij met een tweede steeksleutel SW 21 het koppelingsdeel tegenhouden. Losschroeven, tot de verbinding is gescheiden. Koudemiddel kan met zacht sissen ontsnappen.
• Beide slangen van elkaar trekken
161716SW 26SW 21SW 24
5.
Is de slangkoppeling niet gemonteerd, de doorzichtige condensafvoerslang (18) met een zijkniptang doorknippen.Voor het verbinden van de slanguiteinden de
slangkoppeling (19) gebruiken.Houd er rekening mee dat uit de condensafvoerslang
nog vloeistofresten kunnen komen.
• De linker (SW 24) en rechter (SW 26) wartelmoer
vastschroeven met de meegeleverde steeksleutels. Hierbij met een tweede steeksleutel SW 21 het koppelingsdeel tegenhouden. Vastschroeven, tot de verbinding lekdicht is. Koudemiddel kan met zacht sissen ontsnappen.
• Druk op de borglip aan de zijkant van de stekkerverbinding
en trek de stekker uit de stekkerbus. De stekkerverbinding bevindt zich onder de zwarte holte (20).
• De bevestigingsbeugel losschroeven en de losgekoppelde
verbindingsleidingen verwijderen.
bevestig deze met de bevestigingsbeugel. Zorg hierbij dateen voldoende lengte van de aan te sluiten leidingen is
gewaarborgd.
• Verbind de stekkerverbindingen en plaats ze onder de
zwarte holte.
• De slanguiteinden van de condensslang verbinden met een
slangkoppeling (artikelnummer: 7.310.000.346).
• Het koppelingsdeel in de wartelmoer steken.
• Controleer na het aansluiten van de verbindingsleidingen
de lekdichtheid van de schroefkoppelingen, door de leidingen iets heen en weer te bewegen.De schroefverbindingen mogen niet los zijn en er mag
geen sissend geluid te horen zijn.
• Plaats de afdekking van weer op de achterzijde van de
buiteneenheid.
• Bevestig de afdekking met de schroeven.
Buiteneenheid
De buiteneenheid geeft de uit de ruimte getransporteerde
warmte af aan de buitenlucht. Hiervoor kan de buiteneenheid opde vloer worden geplaatst of aan een buitenwand worden
opgehangen.
Afhankelijk van de weersomstandigheden, kan aan deachterzijde van de buiteneenheid condenswater uit de
condensafvoer stromen. Dit is normaal. Kies de montagelocatie van de buiteneenheid zodanig, dat doorhet uitstromende water geen schade kan ontstaan of
verbind de aansluiting met een afvoer.
181920SW 26SW 21SW 24
Opstellen op de vloer
Om de buiteneenheid op een terras of een balkon te plaatsen, is het gebruik van bevestigingshulpmiddelen niet noodzakelijk. Plaats de buitenunit horizontaal, beschermd tegen direct zonlicht. De ondergrond moet vlak en sterk genoeg zijn. Hierbij een minimale afstand van 20 cm vanaf de luchtinlaatzijde tot de wand aanhouden. Een vrije luchtuitstroom moet gewaarborgd zijn (min. 50 cm afstand tot hindernissen). De verbindingsleiding wordt door een spleet bij een raam of deur geleid.
Montage tegen de buitenwand met wandhouder
Een vallend apparaat kan letsel veroorzaken! Bij hettransport en montage van het apparaat extra personen
roepen om u te helpen. Ga niet onder het opgetilde apparaat staan. Zorg dat het apparaat stabiel genoeg aan de wand is bevestigd.
• Bevestig de meegeleverde wandhouders uit de
bevestigingsset op de wand.
• Hang de buiteneenheid in de wandhouders en bevestig
deze met de meegeleverde veiligheidsschroeven M4 (21).
De wandhouders kunnen met de meegeleverde
bevestigingselementen (pluggen 6 mm en schroeven) worden bevestigd. Mochten deze niet geschikt zijn voor de aard van de wand, moetde klant zorgen voor bevestigingselementen met voldoende
houdkracht. Zorg bij de montage dat de toevoerleiding niet wordt belast en de isolatie niet wordt beschadigd. De minimale afstanden aanhouden. De luchtuitlaat van binneneenheid en debuiteneenheid mag niet worden geblokkeerd
20 cm20 cm353 mm220 mm21
Montagehoogte
De buiteneenheid (onderkant) mag max. 1,8 m boven het opstelvlak van de binneneenheid worden gemonteerd. Wordt debuiteneenheid onder het opstelvlak van de binneneenheid
gemonteerd, mag een hoogteverschil van 1,5 m niet worden overschreden.
Luchtfilter plaatsen
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
Netsnoer aansluiten
• De netstekker aansluiten op een volgens de voorschriften
afgezekerd stopcontact.
Bevestiging op de buitenwand met bevestigingsbanden
De bevestiging van de buiteneenheid met bevestigingsbanden is
een andere mogelijkheid voor het bevestigen van de
buiteneenheid aan een wand of borstwering.• Hang de wandhouders aan de buiteneenheid en bevestig
ze met de veiligheidsschroeven M4 (21).
• Hang één kant van de bevestigingsbanden met de
karabijnhaak (22) in de bevestigingsogen (23) van de buiteneenheid.
• Hang het andere uiteinde van de bevestigingsbanden aan
de door de klant aan de wand of de borstwering aan te
brengen oogbouten (24). Zorg voor voldoende sterkte!
20 cmmax. 1,8 m22232421Bediening
Bedieningspaneel
Display van afstandsbediening
REMOTEDRAIN WATERAUTOSWINGTIMINGONOFFTIMERSETRESETTHERMO CONTROLCOMP. ONDE-HUM.FANLOMEDHIAUTOMODE252827263837293031333435363932422941403037433233422941403037433233344445464748 Nr.
Benaming
Functie
LED's ON/OFF
LED FAN
LED DE-HUM
Branden bij geactiveerde, resp. gedeactiveerd timer-functie
Weergave van de bedrijfsmodus ventilatie
Indicatie van de bedrijfsmodus ontvochtiging
LED's Ventilatorsnelheid
Tonen de actuele ventilatorsnelheid
Toets ON/OFF
Toets MODE
Apparaat in- of uitschakelen
Bedrijfsmodus kiezen:Koeling
Ontvochtiging
Ventilatie
LED COMP. ON
Compressorbedrijfsindicatie in de bedrijfsmodus koeling
Toets Waarde verlagen
Doeltemperatuur in stappen van 1 °C (16 °C tot 30 °C) voor de koeling verlagen
Toets Waarde verhogen
Doeltemperatuur in stappen van 1 °C(16 °C tot 30 °C) voor de koeling verhogen
Segmentweergave
Toets RESET
Toets SET
Toets AUTO SWING
LED DRAIN WATER
Ontvanger voor
afstandsbediening
Zender/ontvanger
afstandsbediening
Display
Toets FAN
Toets TIMER
LED SPEED
LED LOVER
LED Bedrijfsmodus
LED SET
LED WORK
Weergave van de doeltemperatuur in de bedrijfsmodus koeling
Weergave van de timer-resttijd
Weergave van de foutcodes, zie hoofdstuk defecten en storingen
Timer-functie resetten
Timer-functie Automatisch inschakelen in stappen van 1 uur (1 uur tot 24 uur) Timer-functie Automatisch uitschakelen in stappen van 1 uur (1 uur tot 24 uur)
Swing-functie in- of uitschakelen
Indicatie condensreservoir legen
Ontvangt het infraroodsignaal van de afstandsbediening
Communicatie tussen apparaat en afstandsbediening via infraroodsignaal
Weergave van de verschillende apparaatfuncties
Ventilatorsnelheid instellen
Timer-functie Automatisch inschakelen in stappen van 1 uur (1 uur tot 24 uur) Timer-functie Automatisch uitschakelen in stappen van 1 uur (1 uur tot 24 uur)
Indicatie voor ventilatorsnelheid (AUTO, HI, MED of LO)
Brandt als de afstandsbediening infraroodsignalen verzendt naar het apparaat
Indicatie van de ingestelde bedrijfsmodus (COOL/koeling, DE-HUM/ontvochtiging of FAN/ ventilatie)
Brandt, als de timer wordt ingesteld of al is ingesteld
Brandt, als de afstandsbediening is ingeschakeld
Ontvochtiging
In de bedrijfsmodus Ontvochtiging wordt de luchtvochtigheid in
de ruimte verlaagd.• De binneneenheid en de buiteneenheid samen in de te
ontvochtigen ruimte plaatsen. Zorg dat de binneneenheid geen warme lucht van de buiteneenheid aanzuigt.Hang de buiteneenheid niet mechanisch aan de
binneneenheid.
• Haal de condensafvoerslang aan de achterkant van de
binneneenheid uit de houder en verwijder de plug.• Het condens met verval afvoeren naar een afvoer of een
voldoende gedimensioneerd reservoir.Het ontstane condens wordt niet naar de buiteneenheid
gepompt.
• Druk op de toets ON/OFF (29).
• Met toets Waarde verlagen (32) de laagste
doeltemperatuur instellen.
• Druk op de toets MODE (30), tot de LED DE-HUM (27) op
het apparaat brandt. De LED Bedrijfsmodus (46) op de afstandsbediening
toontDE-HUM (ontvochtigen).
Wordt het apparaat gebruikt in een zeer vochtige
omgeving, moet het ontstane condens regelmatig worden afgevoerd.
Timer instellen
De timer werkt op twee manieren:• Automatisch inschakelen na een vooringesteld aantal uren.
Automatisch uitschakelen na een vooringesteld aantal
uren.
De functie kan in alle bedrijfsmodi en tijdens standby-modus
worden ingesteld. Het aantal uren kan tussen 1 en 24 uur liggen en in stappen van 1 uur worden ingesteld.
Het apparaat mag niet onbewaakt in een vrij
toegankelijke ruimte worden gebruikt, als de timer actief is.
Apparaat inschakelen
• Nadat het apparaat klaar voor gebruik is opgesteld, zoals
in het hoofdstuk in gebruik nemen is beschreven, kan het worden ingeschakeld.
• Druk op de toets ON/OFF (29).
Het apparaat wordt ingeschakeld.
• Kies de gewenste bedrijfsmodus.
Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld als het
condensreservoir vol is. De LED DRAIN WATER (38) knippert en een akoestisch signaal klinkt.
Bedrijfsmodi instellen
Het apparaat heeft de volgende bedrijfsmodi:Koeling
• Ventilatie
• Ontvochtiging
Koeling
In de bedrijfsmodus Koeling wordt de ruimte afgekoeld tot een
gewenste doeltemperatuur. Standaardinstelling is de bedrijfsmodus Koeling:• Druk herhaaldelijk op de toets MODE (30), tot de LED
FAN (26), resp. DE-HUM (27) op het apparaat uit gaat. De LED Bedrijfsmodus (46) van de afstandsbediening
geeft COOL (koeling) aan.
• Druk op de toets Waarde verlagen (32) of Waarde
verhogen (33), voor het instellen van de gewenste doeltemperatuur.De compressor wordt indien nodig ingeschakeld en de
LED COMP. ON (31) brandt.
• Kies met toets FAN (42) de gewenste ventilatorsnelheid:
AUTO, HI, MED of LO. De LED's Ventilatorsnelheid (28) op het apparaat
branden op basis van de ingestelde ventilatorsnelheid. De LED SPEED (44) op de afstandsbediening toont de
ingestelde ventilatorsnelheid.
Ventilatie
In de bedrijfsmodus Ventilatie circuleert de ruimtelucht en vindt
geen koeling, resp. ontvochtiging plaats.• Druk op de toets MODE (30), tot de LED FAN (26) op het
apparaat brandt. De LED Bedrijfsmodus (46) op de afstandsbediening
geeft FAN (ventilatie) aan.
• Kies met toets FAN (42) de gewenste ventilatorsnelheid:
AUTO, HI, MED of LO. De LED's Ventilatorsnelheid (28) op het apparaat
branden op basis van de ingestelde ventilatorsnelheid. De LED SPEED (44) op de afstandsbediening toont de
ingestelde ventilatorsnelheid
Swing-functie
De swing-functie kan indien nodig bij alle bedrijfsmodi extra
worden ingeschakeld. Met de swing-functie wordt de luchtuitlaat (3) automatisch bewogen en zorgt deze zo voor een doorlopende luchtcirculatie.• Druk op de toets AUTO SWING (37).
De ventilatielamellen bewegen doorlopend op en neer.
• Druk opnieuw op de toets AUTO SWING (37), voor het
stoppen van de ventilatielamellen in een bepaalde stand, resp. voor het uitschakelen van de swing-functie.
Buiten gebruik stellen
De netstekker niet aanraken met vochtige of natte
Schakel het werkende apparaat nooit uit door het uit
het stopcontact trekken van het netsnoer.Laat het apparaat 2 – 3 uur in de bedrijfsmodus ventilatie
draaien als u het apparaat gedurende een langere tijd, bijv. gedurende de winter, buiten gebruik stelt. Hierdoor wordt het restvocht uit het apparaat getransporteerd. Ga als volgt voor werk voor het buiten gebruik stellen:• Het apparaat uitschakelen.
• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
door de netstekker vast te pakken.
• Leeg het condensreservoir via de condensafvoerslang bij
de condensafvoer (12) aan de achterkant van de binneneenheid en via de plug bij de buiteneenheid.• Reinig het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud.
• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk opslag.
Automatisch inschakelen
• Druk op de toets SET (36), tot het gewenste aantal uren in
de segmentweergave (34) wordt weergegeven. Het gewenste aantal uren knippert. De LED SET (47) op de afstandsbediening brandt.• Druk op de toets Waarde verlagen (32), resp. Waarde
verhogen (33), voor het instellen van de gewenste doeltemperatuur.
• Druk op de toets MODE (30), voor het instellen van de
gewenste bedrijfsmodus. De LED voor de gewenste bedrijfsmodus brandt. De LED ON (25) brandt. De timer is ingesteld op het gewenste aantal uren.Het apparaat start na de ingestelde tijd in de ingestelde
bedrijfsmodus.
• Druk op de toets RESET (35), voor het deactiveren van de
timer-functie. De LED OFF (25) brandt.
Aanwijzingen voor het automatisch inschakelen:• Het scheiden van de voedingsspanning zorgt voor het
wissen van de instellingen voor het automatisch
inschakelen.
• Het handmatig inschakelen van het apparaat deactiveert
het automatisch inschakelen.
Automatisch uitschakelen
ü Het apparaat is ingeschakeld.• Druk op de toets SET (36), tot het gewenste aantal uren in
de segmentweergave (34) wordt weergegeven. Het gewenste aantal uren knippert. De LED ON (25) brandt. De LED SET (47) op de afstandsbediening brandt. De timer is ingesteld op het gewenste aantal uren. Het apparaat werkt, tot de vooringestelde tijd voor het
uitschakelen is verstreken.
• Druk op de toets RESET (35), voor het deactiveren van de
timer-functie. De LED OFF (25) brandt.
Aanwijzingen bij automatisch uitschakelen:• Het drukken op de toets ON/OFF (29) deactiveert het
automatisch uitschakelen.
Defecten en storingen
Het apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een
goede werking getest. Mochten er desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgende lijst.
Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel het apparaat daarna weer in.
Het apparaat start niet op:• Controleer de netaansluiting.
Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen. Constateert u beschadigingen, probeer dan niet het apparaat weer in gebruik te nemen. Is het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moet dezedoor de fabrikant of de klantendienst hiervan of door een
vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen, zodat gevaren worden vermeden. Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie.• De bedrijfstemperatuur in het hoofdstuk technische bijlage
aanhouden.
• Het condensreservoir kan vol zijn. Indien nodig het
condensreservoir legen. De LED DRAIN WATER (38) mag niet gaan branden.
• Mocht het apparaat niet opstarten, laat dan een elektrische
controle uitvoeren door een gespecialiseerd vakbedrijf of
door de fabrikant.
Het apparaat werkt zonder of met een gereduceerde
koelcapaciteit:• Controleer of de bedrijfsmodus Koeling is ingesteld.
Controleer de stand van de ventilatielamellen. De ventilatielamellen moeten zo ver mogelijk geopend zijn. Controleer de luchtfilter(s) op vervuilingen. Luchtfilter(s) indien nodig reinigen, resp. vervangen. Controleer de minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten. Zet het apparaat evt. verder in de ruimte. Controleer de temperatuurinstellingen op het apparaat. Verlaag de ingestelde temperatuur, als deze boven de ruimtetemperatuur ligt. Controleer de buitenunit van het apparaat op vervuilingen.Indien nodig de lamellen aan de binnenzijde van de
buitenunit reinigen.• Condenslekkage:
• Controleer het apparaat op lekkages.
De compressor start niet:• Controleer of de oververhittingsbeveiliging van de
compressor is geactiveerd. Scheid het apparaat van het stroomnet en laat het ca. 10 minuten afkoelen voordat het weer aansluit op het stroomnet.Controleer of de omgevingstemperatuur overeenkomt komt
met de doeltemperatuur (in de bedrijfsmodus Koeling). De compressor schakelt alleen in, als de omgevingstemperatuur hoger is dan de doeltemperatuur.• De compressor start evt. met 3 minuten vertraging, omdat
deze een interne beveiliging heeft tegen directe
herinschakeling.
Het apparaat wordt zeer heet, maakt herrie, resp. verliest capaciteit:• Controleer de luchtinlaat en het luchtfilter op vervuilingen.
Verwijder uitwendige vervuilingen. Controleer het apparaat uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat een inwendig vervuildapparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door de fabrikant.
• Het apparaat reageert niet op de infraroodafstandsbediening:
• Controleer of de afstand van de afstandsbediening t.o.v.
het apparaat niet te groot is en verklein de afstand, indien nodig. Zorg dat er geen hindernissen, zoals meubels of muren, aanwezig zijn tussen apparaat en afstandsbediening. Zorg voor zichtcontact tussen apparaat en afstandsbediening.Controleer de laadtoestand van de batterijen en vervang
ze, indien nodig.Controleer of de polen van de batterijen in de juiste richting
liggen als de batterijen net zijn vervangen.• Werkt het apparaat na deze controles nog niet
probleemloos: Neem contact op met de klantenservice. Breng het apparaatindien nodig voor reparatie naar een gespecialiseerd bedrijf op
het gebied van koel- en koudetechniek of naar de fabrikant.
Het apparaat maakt herrie, resp. trilt:• Controleer of het apparaat rechtop en stabiel staat.
Controleer of de ophanging en wandhouders van de
buitenunit waterpas zijn en of alle schroeven zijn
aangehaald
Foutcodes
Foutcode
Bij een storing wordt een foutcode weergegeven op de
segmentweergave (34). Bij de volgende storingsmeldingen contact opnemen met de klantenservice. Breng het apparaatvoor reparatie naar een gespecialiseerd bedrijf op het gebied
van koel- en koudetechniek of naar Trotec.
Foutbeschrijving
Mogelijke oorzaak / verhelpen van de fout
Communicatiefout tussen printplaat bij
binneneenheid en buiteneenheid
Sensor ruimtetemperatuur defect
Sensor verdamper defect
Sensor vloeistofleiding defect
Overtemperatuur vloeistofleiding
Sensor-compressor defect
• Controleer de 6-aderige verbinding en de stekercontacten CN202 (PCB 2)
• CN109 (PCB 3).
Vervang de verbindingskabel, indien nodig.
Vervang de sensor THRA (PCB 2).
Vervang de sensor THEP (PCB 2).
• De sensor THOP (PCB 3) is defect als de fout binnen een minuut na het
• inschakelen van het apparaat verschijnt. In dit geval de sensor
vervangen. Verschijnt de fout pas na enige bedrijfstijd, zijn de volgende oorzaken mogelijk:– Koudemiddelgebrek
– Defect van de ventilatormotor bij buiteneenheid
Opmerking: Stijgt de temperatuur bij de sensor THOP naar meer dan 58 °C, schakelt het apparaat uit en verschijnt de foutcode 32 op de segmentweergave.• Controleer het sensor THCT (PCB 3) en vervang deze indien nodig.
Controleer de temperatuur bij de compressor. Er kan sprake zijn van overtemperatuur. Controleer of de buitentemperatuur te hoog is (zie technische gegevens).Controleer of de ventilator van de buiteneenheid probleemloos draait
Toerentalregeling van compressor
defect
• De compressor kan defect zijn.
• Vervang de IPM-printplaat (PCB 4).
Heetgastemperatuur bij de
compressor te hoog
Temperatuur vloeistofleiding te hoog
Wisselspanning op hoofdprintplaat
(PCB 3) te laag. Transformator op printplaat niet OK.
Wisselspanning op hoofdprintplaat
(PCB 3) te hoog. Transformator op printplaat niet OK.
Gebrekkige stroomopname
hoofdprintplaat
IPM printplaat communicatiefout
IPM-printplaat defect
IPM-printplaat DC overspanning
• De compressor kan defect zijn.
• Controleer de temperatuur bij de compressor. Er kan sprake zijn van
overtemperatuur. Controleer of de buitentemperatuur te hoog is (zie technische gegevens). Controleer of de ventilator van de buiteneenheid probleemloos draait.• Zie foutcode 32
• Controleer de 5-aderige verbindingsleiding en de contacten:
CN1 (PCB 4) – CN111 (PCB 3) en CN2 (PCB 4) – CN110 (PCB 3).
Foutcode
Foutbeschrijving
IPM-module gebrekkige
stroomopname
Netvoeding over- of onderspanning
IPM algemene fout
PFC-module op IPM-printplaat defect
Mogelijke oorzaak / verhelpen van de fout
• Controleer de netvoeding.
Vervang de IPM-printplaat
Onderhoud
Onderhoudsintervallen
Onderhouds- en verzorgingsinterval
Altijd voor het in
gebruik nemen
Indien nodig Minimaal elke
2 weken
Minimaal elke
4 weken
Minimaal elke
6 maanden
Minimaal
jaarlijks
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van het
apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en vreemde
objecten controleren, indien nodig reinigen resp. vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en afvoerslang
leegmaken
Onderhouds- en verzorgingsrapport
Apparaattype:
Apparaatnummer:
Onderhouds- en verzorgingsinterval
Luchtinlaat en -uitlaat op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indiennodig reinigen
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van het
apparaat op vervuilingen
Luchtfilter vervangen
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en afvoerslang
leegmaken
Opmerkingen
• Datum:
Visuele controle van het inwendige van het apparaat
op vervuilingen
• Verwijder het luchtfilter.
• Schijn met een zaklamp in de openingen van het apparaat.
• Controleer het inwendige van het apparaat op vervuilingen.
• Ziet u een dikke stoflaag, laat dan het inwendige van het
apparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door de fabrikant.
• Plaats het luchtfilter weer.
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
Schakel het apparaat uit.• Het apparaat van het stroomnet scheiden, door de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Hierbij de
Werkzaamheden waarvoor het openen van het
apparaat noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door de fabrikant
worden uitgevoerd.
Koudemiddelkringloop
Brandbare koudemiddel difluormethaan (R32)!Houd bij het installeren of bij onderhoud
ontstekingsbronnen evenals open vlammen,ingeschakelde gastoestellen en elektrische kachels uit
de buurt van de werkomgeving.
• De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij,
hermetisch gesloten systeem en mag alleen door
gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door de fabrikant worden onderhouden, resp. gerepareerd.
Veiligheidssymbolen en plaatjes op het apparaat
Controleer regelmatig de veiligheidssymbolen en plaatjes op het
apparaat. Vervang onleesbare veiligheidssymbolen!
Behuizing reinigen
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek. Zorg dat geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, bijv. reinigingssprays, oplosmiddelen, alcoholhoudende reinigingsmiddelen ofschuurmiddelen voor het bevochtigen van de doek
Luchtfilter reinigen
Het luchtfilter moet worden gereinigd, zodra het vervuild is. Dit is bijv. merkbaar aan een gereduceerde capaciteit (zie hoofdstuk defecten en storingen).
Controleer of het luchtfilter niet versleten of
beschadigd is. De hoeken en randen van het luchtfilter mogen niet zijn vervormd of afgerond. Controleer voorhet weer plaatsen van het luchtfilter of het
onbeschadigd en droog is!• Verwijder het luchtfilter uit het apparaat.
Condens afvoeren (handmatig legen) In de bedrijfsmodus Koeling en Ontvochtiging ontstaat condens, dat voor het grootste deel via de afvoerlucht wordt afgevoerd.Het resterende condens verzamelt zich in een condensreservoir
in de behuizing. Het condens moet regelmatig worden verwijderd. Verzamelt zich teveel condens, schakelt het apparaat uit en signaleert dit via de LED DRAIN WATER (38). Daarnaast klinkt 8 x een kort akoestisch signaal.• Transporteer, resp. rol de binneneenheid voorzichtig naar
een geschikte locatie, voor het laten weglopen van het condens (bijv. een afvoer) of zet een geschikt opvangreservoir klaar onder de condensafvoer.
• Verwijder de condensafvoer (12) uit de bevestigingsclip.
• Het filter reinigen met een zachte, pluisvrije en licht
bevochtigde doek. Is het luchtfilter sterk vervuild, maak het dan schoon met warm water, vermengd met een neutraal reinigingsmiddel.
• Laat het filter volledig drogen. Plaats geen nat filter in het
apparaat!
• Plaats het luchtfilter weer in het apparaat.
• Verwijder de rubberplug uit de condensafvoerslang.
• Laat het condens volledig weglopen.
De LED DRAIN WATER (38) gaat uit, zodra het condens
is afgevoerd..
• Plaats de rubberplug weer in de condensafvoer. Zorg dat
de rubberplug goed vastzit, omdat anders ongecontroleerde waterlekkage kan ontstaan.
• Steek de condensafvoer (12) weer in de bevestigingsclip.
Activiteiten na het onderhoud
Wilt u het apparaat verder gebruiken:• Laat het apparaat minimaal 12 uur stilstaan, zodat het
koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor. Het apparaat pas na 12 uur weer inschakelen! Anders kan decompressor beschadigd raken en het apparaat niet meer
werken.
• Het apparaat weer aansluiten door de netstekker in het
stopcontact te steken.
Gebruikt u het apparaat langere tijd niet:• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk transport en
opslag.
Parameter
Koudemiddelleiding, lengte
Afmetingen binnenunit
(lengte x breedte x hoogte)
Afmetingen buitenunit
(lengte x breedte x hoogte)
Minimale afstand t.o.v. wanden en objecten:
Waarde
mm, bruikbaar: mm
Boven (A): Achter (B): Zijkant (C): Voor (D):
Gewicht binnenunit
Gewicht buitenunit
Batterij voor afstandsbediening
38 kg
12 kg
Type LR03 /
AAA – 1,5 V
• Luchtinlaattemperatuur: Droge kogel 27 °C / natte kogel
19 °C, buitentemperatuur: Droge kogel 35 °C / natte kogel 24 °C, max. luchtdebiet• Afstand 1 m vrije ruimte
• Bevat broeikasgas volgens Kyoto-protocol (zie hiervoor ook de
opmerking in het hoofdstuk "Verbindingsleiding")
Technische bijlage
Technische gegevens
Parameter
Model
Nominale koelcapaciteit 1)
Waarde
PAC
4,30 kW (1,80 kW tot 4,60 kW)
Energie-efficiëntieklasse 1) Energie-efficiëntiewaarde EER 1) Jaarlijks energieverbruik, QCE Toepassingsbereik (ruimte-inhoud), ca. 120 m³
4,7
B
318 kWh
Instelbereik binnenunit
Werkbereik buitenunit
Koudemiddel
Koudemiddelvulhoeveelheid
GWP-factor
CO2-equivalent
Druk zuigzijde
Druk uitlaatzijde
Toegestane druk max.
+16 °C tot +30 °C / 35% r. v. tot 80% r. v.
+21 °C tot +43 °C / 35% r. v. tot 80% r. v. R32 3) 0,97 kg 0,66 t
1,16 MPa
4,2 MPa
Condenspomp, pompopbrengst max.
mm mwk
Luchtvolumestroom per
snelheidsniveau, binnenunit
Luchtdebiet per snelheidsniveau,buitenunit
Geluidsdrukniveau per snelheid, binnenunit 2) Geluidsvermogen max., binnenunit /buitenunit
Voedingsbron
Beschermingsgraad binnenunit /buitenunit
Nominaal opgenomen elektrisch
vermogen 1) Nominaal opgenomen stroom 1) Elektrische aanloopstroom, LRA
Zekering
350 / 450 / 550 m³/uur
750 / 930 m³/uur
47 / 50 / 54 dB(A)
57 / 62 dB(A)
V / 1~ / 50 Hz
IP24 / IPX4
1,37 kW
5,82 A
8,00 A
T 16 A
Condenspomp, pompopbrengst
50 – 200 ml/uur
Elektrisch schema
PCB1:
PCB2:
PCB3:
PCB4:
PCB5:
CM:
CX1:
CX2:
FM1:
FM2:
LH:
MS1:
MS2:
SM:
Toetsenbordprintlaat
Besturingsprint
Hoofdprintplaat
IPM beveiligingsprintplaat
Condensorprintplaat
Compressor
Condensor verdamperventilator
Condensor condensorventilator
Verdamperventilator
Condensorventilator
Reactor
Microschakelaar storing (reservoir vol)
Microschakelaar condenspomp
Swing-motor
THCT:
THEP:
THOP:
THRA:
WM:
Kleurcode:
Sensor compressortemperatuur
Sensor verdamper
Sensor compressoreindtemperatuur
Sensor ruimtetemperatuur
Condenspomp
BK:
BR:
BU:
GR:
OR:
R:
W:
Y:
zwart
bruin
blauw
grijs
oranje
Rood
wit
geel
Reserveonderdeeloverzicht en reserveonderdeellijst -
binnenunit:
De positienummers in de reserveonderdelen
verschillen van de in de handleiding gebruikte
positienummers van de onderdelen.
Front wall
Recessed handle
Keypad circuit board
Keypad film
Upper cover
Discharge grille
Air-guide lamellae
Coupling for swing motor
Swing motor for lamellae
Holder for microswitch
Microswitch for pump
Float for pump
Microswitch (water tank full)
Float (water tank full)
Condensate pump
Sound absorption mat
Inner sound absorption sheet metal
Front sound absorption sheet metal
Condensation tank
Device base
Wheel
Right sound absorption sheet metal
Mainboard
Sensor for room temperature
Sensor for evaporator
Separating wall
Condenser (condenser fan)
Condenser (evaporator fan)
Choking coil
Fan casing
IPM protective circuit board
Condenser circuit board
Evaporator fan (compl.)
Evaporator
Fan motor, evaporator
Overheating protection for
compressor
Compressor (compl.)
Bottom plates (compl.)
Capillary tube
Seal for fastening clip
Fastening clip for pipe
Sheathing for fastening clip
Connection line
Coupling set
Air circulation filter
Rear wall
Feed-through for connecting line
Cover for connecting line
Sensor for compressor discharge
temperature
Control circuit board
Reserveonderdeeloverzicht en reserveonderdeellijst -
buitenunit:
De positienummers in de reserveonderdelen
verschillen van de in de handleiding gebruikte
positienummers van de onderdelen.
Spare parts (without figure)
Rear wall
Cover for screwing connection
Sheathing for fastening clip
Remote control
Condenser fan
Fastening set for external unit
(compl.)
Feed-through for connecting line 60
Coupling set
Wall holder
Device base
Fan motor (condenser)
Fan motor attachment
Fan casing
Fastening clip for coupling
Service connection
Condenser
Front wall
Recycling
De verpakkingsmaterialen altijd milieubewust en volgens de
geldende lokale recyclingvoorschriften recyclen.