nl
PAC 3550 PRO
BETRIEBSANLEITUNG
HEIZSTRAHLER
PAC PRO
BEDIENINGSHANDLEIDING
LOKALE AIRCONDITIONER
Inhoudsopgave
Opmerkingen m.b.t. de bedieningshandleidingVeiligheid
Informatie over het apparaat
Transport en opslag
Montage en installeren
De actuele versie van de bedieningshandleiding en de
EU-conformiteitsverklaring, kunt u downloaden via de volgende link:
PAC PRO
Bediening
https://hub.trotec.com/?id=41283
Defecten en storingen
Onderhoud
Technische bijlage
Recycling
Veiligheid
Lees deze handleiding vóór het in gebruik nemen / gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding in de
directe omgeving van de opstellocatie, resp. het apparaat!
Opmerkingen m.b.t. de bedieningshandleiding
Symbolen
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door elektrische spanning.
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een
middelmatige risicograad, dat indien niet vermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.
Voorzichtig
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage
risicograad, dat indien niet vermeden gering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.
Dit signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. materiële schade), maar niet op gevaren.
Aanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en
veilig uitvoeren van uw werkzaamheden.
Handleiding opvolgen
Aanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de
bedieningshandleiding moet worden opgevolgd.
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen kan een elektrische schok, brand en / of ernstig letsel veroorzaken.Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen
voor later gebruik.Het apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door
personen met verminderde geestelijke, sensorische ofmentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en /
of kennis worden gebruikt, als ze onder toezicht staan of m.b.t. het veilig gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd en de hierdoor ontstane gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet
door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.
• Gebruik het apparaat niet in ruimten met explosiegevaar.
• Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen.
• Plaats het apparaat rechtop en stabiel.
Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand.
• Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte
handen. Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal.• Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.
• Dek het apparaat tijdens gebruik niet af en transporteer
het dan niet.
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren
op afstand. Gebruik het apparaat alleen onder toezicht
Bedoeld gebruik
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het koelen, ventileren en ontvochtigen van de ruimtelucht in binnenruimten, volgens de technische gegevens.
Niet bedoeld gebruik
• Plaats het apparaat niet op een natte resp. overstroomde
ondergrond. Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het apparaat.
• Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht.
• Eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aan- of
ombouwwerkzaamheden aan het apparaat zijn verboden.Elk ander gebruik en andere bediening dan is opgenomen
in deze handleiding is verboden. Bij het negeren hiervan vervalt elke aansprakelijkheid en aanspraak op garantie.
• Persoonlijke kwalificaties
Personen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren die bij werkzaamheden
met en aan elektrische apparaten in vochtige omgeving
ontstaan. de bedieningshandleiding, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben gelezen en begrepen.
• Onderhoudswerkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door Trotec worden uitgevoerd.• Controleer voor elk gebruik van het apparaat de
accessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijke
beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten of apparaatonderdelen.Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn
beschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren).Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrische
kabels of aan de netaansluiting!
• De stroomaansluiting moet voldoen aan de gegeven in het
• hoofdstuk technische gegevens.
Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.Bij het kiezen van verlengsnoeren de technische gegevens
opvolgen. Het verlengsnoer volledig uitrollen. Voorkom elektrische overbelasting. Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit
het stopcontact trekken.Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het
stopcontact als u het apparaat niet gebruikt.
• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker
of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moetdeze door de fabrikant of de klantendienst hiervan of door
een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden
vervangen, zodat gevaren worden voorkomen.Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de
gezondheid!
• Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten evenals met de opslag- en gebruiksomstandigheden, volgens hoofdstuk technische gegevens. Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn. Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en losse
voorwerpen.Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop en met een
geleegd condensreservoir resp. geleegde afvoerslang. Voor opslag of transport al het condens aftappen. Drink het niet. Er bestaat gevaar voor de gezondheid!• Restgevaren
Informatie over het apparaat
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Trek voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact!De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de stekker vast te pakken.
Van dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het
ondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordt
gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties!
Het apparaat is geen speelgoed en hoort niet in
kinderhanden.
Verstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos
rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijk speelgoed zijn.
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter zal het apparaat inwendig vervuilen,hierdoor kan de ontvochtigingscapaciteit worden
verminderd en het apparaat worden beschadigd.
Gedrag bij noodgevallen
• Schakel het apparaat uit.
• Bij noodgevallen het apparaat scheiden van de netvoeding:
De netstekker van het aansluitkabel uit het stopcontact
verwijderen door de stekker vast te pakken.• Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de
netaansluiting.
Beschrijving van het apparaat
Het apparaat dient voor ruimtekoeling. Bovendien filtert enontvochtigt het de lucht en zorgt het zo voor een aangenaam
ruimteklimaat.Het apparaat koelt met twee van elkaar gescheiden
luchtslangen. De toevoerlucht wordt van buiten toegevoerd en niet vanuit de ruimte. In de ruimte ontstaat geen onderdruk, erkomt geen warme buitenlucht binnen en er wordt desondanks
doorlopend verse lucht toegevoerd aan het aircosysteem en
door de ventilator in de ruimte verdeeld. Airconditioners met tweeslangen-techniek zijn tot wel 25% efficiënter.Het apparaat kan indien nodig ook alleen met luchtafvoerslang
worden gebruikt, de toevoerlucht wordt dan vanuit de ruimte toegevoerd.Bij gebruik van het apparaat met een luchtafvoerslang koelt het
apparaat de ruimtelucht door hier warmte aan te onttrekken. Deopgenomen warmte wordt via de luchtafvoerslang afgegeven
aan de buitenlucht, de gekoelde lucht wordt via een ventilator toegevoerd aan de opstelruimte.De ontstane condens druppelt van de verdamper op de hete
condensor, verdampt daar en wordt via de luchtafvoerslang naar de buitenlucht getransporteerd.In de bedrijfsmodus Ventilatie biedt het apparaat de
mogelijkheid de ruimtelucht te circuleren, zonder deze te koelen.In de bedrijfsmodus Ontvochtiging wordt vocht onttrokken aan
de ruimtelucht.Het apparaat werkt volautomatisch en biedt talrijke andere
opties, het apparaat kan bijv. via de timerfunctie automatisch tijdvertraagd worden in- resp. uitgeschakeld.De bediening van het apparaat gebeurt via het bedieningspaneel
op het apparaat of via de meegeleverde infraroodafstandsbediening. Het apparaat is ontworpen voor universeel en flexibel gebruik.Dankzij de compacte afmetingen kan het comfortabel worden
getransporteerd en worden gebruikt in alle binnenruimten
Overzicht van het apparaat
Nr.
Aanduiding
Luchtuitlaat met ventilatielamellen
Bedieningspaneel
Transportrollen
Vak voor afstandsbediening
Luchtinlaat met luchtfilter
Aansluiting luchttoevoerslang
Aansluiting luchtafvoerslang
Luchtinlaat
Luchtinlaat-regelknop
Condensafvoer met afsluitdop en rubberplug
Afstandsbediening
Luchtslang (luchtafvoerslang en luchttoevoerslang)
Luchtfilter voor luchtinlaat
Vlak uitblaasmondstuk
Netsnoerhouder
Transportgreep
Transport en opslag
Het apparaat kan beschadigd raken als het niet correct
wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m.b.t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen.
Transport
Het apparaat is voorzien van transportrollen voor een eenvoudig
transport.Het apparaat is voorzien van een handgreep voor eenvoudig
transport.
Neem vóór elk transport de volgende instructies in acht:• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Schakel het apparaat uit.
• Gebruik het netsnoer niet als trektouw.
• Verwijder de resterende condens uit het apparaat.
Rol het apparaat alleen over vlakke en gladde
oppervlakken.
Volg na elk transport de volgende instructies op:• Plaats het apparaat na het transport rechtop.
Laat het apparaat 12 tot 24 uur stilstaan, zodat het koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor. Schakel het apparaat pas na 12 tot 24 uur weer in! Anderskan de compressor beschadigd raken en het apparaat niet
meer werken. In dit geval vervalt elke aanspraak op garantie.
Opslag
Vóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• Verwijder de resterende condens uit het apparaat.
• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
In gebruik nemen
Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten, volgens het hoofdstuk Technische gegevens.
Houd bij het niet gebruiken van het apparaat rekening met de
volgende opslagcondities:• droog en tegen vocht en hitte beschermd
rechtopstaand op een positie die beschermd is tegen stof
en direct zonlicht
evt. met een hoes tegen indringen van stof beschermengeen andere apparaten of voorwerpen op het apparaat
plaatsen, zodat beschadigingen aan het apparaat wordenvoorkomen
batterijen verwijderen uit de afstandsbediening
• Montage en installeren
Leveromvang
• 1 x apparaat
2 x luchtslang
1 x profiel voor schuifraam2 x afdekplaat voor schuifraam
1 x afstandsbediening
2 x vlak uitblaasmondstuk
10 x bevestigingsschroef
1 x handleiding
Apparaat uitpakken
• Open de doos en het apparaat hieruit halen.
• Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.
• Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het
netsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij het
afwikkelen.• Controleer de toestand van het netsnoer voordat het
apparaat weer in gebruik wordt genomen. Neem bij twijfelaan de probleemloze toestand hiervan contact op met de
klantendienst. Plaats het apparaat rechtop en stabiel. Voorkom struikelgevaar bij het leggen van het netsnoer, resp. andere elektrische snoeren, vooral bij het opstellen van het apparaat middenin een ruimte. Gebruik kabelbruggen. Zorg dat verlengsnoeren volledig zijn uit-/afgerold.Zorg dat de luchtin- en luchtuitlaten en de aansluiting voor
de luchtafvoerslang vrij zijn.Zorg dat gordijnen of andere voorwerpen de luchtstroming
niet hinderen
ABCCD
Luchtfilter plaatsen
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter zal het apparaat inwendig vervuilen,hierdoor kan de ontvochtigingscapaciteit worden
verminderd en het apparaat worden beschadigd.
• Zorg voor het inschakelen dat beide luchtfilters zijn
geïnstalleerd.
• Controleer de stand van de luchtinlaat-regelknop (9). Deze
moet bij aangesloten luchttoevoerslang in de stand Closed
staan. De ventilatiesleuven bij de luchtinlaat (8) zijn gesloten. Sluit u de luchttoevoerslang niet aan, dan moet de luchtinlaat-regelknop (9) in de stand Open staan. De ventilatiesleuven bij de luchtinlaat (8) zijn geopend.
Luchttoevoerslang en luchtafvoerslang aansluiten
• Verbind het vlakke mondstuk (15) met het uiteinde van de
luchtslang (12).
• Verbind het andere uiteinde van de luchtslang met de
slangadapter.
• Schroef de slangadapter in pijlrichting (zie afbeelding
hieronder) in de aansluiting van de luchtafvoer- (7) resp. luchttoevoerslang (6) van de airconditioner.
Lucht toevoeren via de luchttoevoerslang
• De lucht kan van buiten worden toegevoerd, zodat in de
ruimte geen onderdruk ontstaat.
• Het uiteinde van de luchttoevoerslangkan door het
geopende raam worden geleid. Zet het geopende raam evt. met geschikte hulpmiddelen vast, zodat het uiteinde van de luchttoevoerslang niet kan wegglijden.
• Het uiteinde van de luchttoevoerslang kan in het gekanteld
raam worden gehangen.Hiervoor wordt het gebruik van een raamafdichting
aanbevolen (optioneel).
• Daarnaast moet worden gecontroleerd of de
ventilatiesleuven bij de luchtinlaat (8) gesloten zijn. Zijn de ventilatiesleuven geopend, ga dan als volgt te werk:• Schuif de luchtinlaat-regelknop (9) naar de stand Closed.
De ventilatiesleuven bij de luchtinlaat (8) zijn gesloten.
Voorbeeld met luchtafvoer- en luchttoevoerslang:
Afvoerlucht afvoeren
• De afvoerlucht van het apparaat bevat de overtollige
warmte uit de te koelen ruimte. Daarom wordt het aanbevolen de afvoerlucht af te voeren naar buiten.
• Het uiteinde van de luchtafvoerslang kan door het
geopende raam worden geleid. Zet het geopende raam evt. met geschikte hulpmiddelen vast, zodat het uiteinde van de luchtafvoerslang niet kan wegglijden.
• Het uiteinde van de luchtafvoerslang kan in een gekanteld
raam worden gehangen.Hiervoor wordt het gebruik van een raamafdichting
aanbevolen (optioneel). Bij het aanbrengen van een raamafdichting, moet tussen de 2 slangen een minimale afstand van 30 cm worden aangehouden.Leg de luchtafvoerslang stijgend in de
luchtstromingsrichting.
• Gebruik van het profiel
• Plaats de profielen in de raamspleet en pas de lengte naar
behoefte aan. Gebruik indien nodig de verlengprofielen. Verbind het vlakke mondstuk met het profiel:
• Voorbeeld met luchtafvoerslang:
• Gebruikt u een tweede luchtslang, verbind deze dan
eveneens met het profiel. Zorg dat het vlakke mondstuk stevig verbonden is met het profiel. Sluit het raam weer, tot het profiel vastzit
A.B.C.Volg de volgende aanwijzingen voor het leggen van de
afvoerluchtslang op:
Ventilatielamellen instellen
• Open voor het inschakelen van het apparaat de
ventilatielamellen bij de luchtuitlaat (1).
Netsnoer aansluiten
• Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.
• Voorkom het knikken van de afvoerluchtslang. Knikken
leiden tot het verzamelen van vochtige afvoerlucht, het apparaat raakt oververhit en schakelt uit.
• De afmetingen van de afvoerluchtslang zijn speciaal
afgestemd op het apparaat. Vervang of verleng deze niet door andere slangen. Dit kan apparaatstoringen veroorzaken.
≥ 43 cm≤ 1 mBediening
• Vermijd open deuren en ramen.
Bedieningselementen
Benaming
Functie
Ventilatorsnelheid
Indicatie Timer
Bedrijfsmodus
Geeft de ventilatorsnelheid aan: HIGH = hoogste snelheid MID = middelmatige snelheid LOW = laagste snelheid
Brandt bij geactiveerde timerfunctie
Toont de gekozen bedrijfsmodus: COOL = Koeling FAN = Ventilatie DRY = Ontvochtiging
Apparaat inschakelen
• Laat het apparaat enige tijd stilstaan.
• Nadat het apparaat klaar voor gebruik is opgesteld zoals
beschreven in het hoofdstuk In gebruik nemen, kan het worden ingeschakeld.
• Druk op de toets Aan/uit (24).
Het apparaat start in de bedrijfsmodus Koeling bij 22 °C en
de hoogste ventilatorsnelheid (eerste keer in gebruik nemen).Het apparaat slaat bij stand-by-bedrijf de laatst gekozen
instellingen op. Bij het scheiden van het stroomnet worden deze instellingen niet opgeslagen.
Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld als het
condensreservoir vol is. Op het display verschijnt FL.
Bedrijfsmodi instellen
Het apparaat heeft de volgende bedrijfsmodi:• Ontvochtiging
Benaming
Toets Timer
Toets
Ventilatorsnelheid
Toets Waarde
verhogen
Functie
inschakelen in 1 h-stappen (1 h uitschakelen in 1 h-stappen (1 h
Snelheid van de ventilator in
3 standen (laag, midden, hoog) instellen.Werkt alleen in de bedrijfsmodi
Koeling en Ventilatie.
Doeltemperatuur (17 °C tot 30 °C) resp. aantal uren timer (1 tot 24 h) verhogenSegmentweergave Weergave van gewenste
ruimtetemperatuur tijdens
gebruik
Weergave van de actuele
ruimtetemperatuur tijdens
stand-by
Indicatie van de timer
Indicatie van de ventilatorsnelheid
F3 = hoogste ventilatorsnelheid F2 = middelmatigeventilatorsnelheid
F1 = laagste ventilatorsnelheidIndicatie van de foutcode
Doeltemperatuur (17 °C tot 30 °C) resp. aantal uren timer (1 tot 24 h) verlagen.
Bedrijfsmodus kiezen:Ontvochtiging
Toets Waarde
verlagen
Toets
Bedrijfsmodus
Toets Aan/uit
Apparaat in- resp. uitschakelen
MIDCOOLCHrHIGHLOWTIMERFANDRYAUTOF18192021222324252627
In de bedrijfsmodus Koeling wordt de ruimte afgekoeld tot een
vooringestelde temperatuur.• Kies met de toets Bedrijfsmodus (23) de bedrijfsmodus
Koeling. In de indicatie Bedrijfsmodus (27) verschijnt COOL. Op de segmentweergave (21) wordt de actueel ingestelde doeltemperatuur weergegeven.
In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) wordt de actueel
ingestelde ventilatorsnelheid weergegeven.• Kies met de toetsen Waarde verhogen (20) of Waarde
verlagen (22) de gewenste doeltemperatuur. De temperatuur kan worden ingesteld tussen 17 °C en 30 °C.
• Kies met toets Ventilatorsnelheid (19) de gewenste
ventilatorsnelheid.De doeltemperatuur en de ventilatorsnelheid worden
weergegeven op het display.
Wordt het apparaat gebruikt in een zeer vochtige
omgeving, moet de ontstane condens regelmatig worden geleegd (zie hoofdstuk Condensreservoir legen).
Verwijder tijdens de bedrijfsmodus Ventilatie de
luchtafvoerslang.
In de bedrijfsmodus Ventilatie circuleert de ruimtelucht en vindt
er geen koeling plaats. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) verschijnt de gewenste snelheid HIGH/MID/LOW en op de segmentweergave (21) de betreffende snelheid F3/F2/F1. De temperatuur kan niet worden ingesteld.• Kies met de toets Bedrijfsmodus (23) de bedrijfsmodus
Ventilatie. In de indicatie Bedrijfsmodus (27) verschijnt FAN. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) wordt de actueel
ingestelde ventilatorsnelheid weergegeven.• Kies met toets Ventilatorsnelheid (19) de gewenste
ventilatorsnelheid. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) verschijnt degewenste snelheid HIGH/MID/LOW en op de
segmentweergave (21) de betreffende snelheid F3/F2/F1.
Ontvochtiging
In de bedrijfsmodus Ontvochtiging wordt de luchtvochtigheid in
de ruimte verlaagd. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) verschijnt LOW en op de segmentweergave F1. Is de ruimtetemperatuur 15 °C, dan start de compressor. Komt de ruimtetemperatuur onder 15 °C, dan stopt de compressor en deze start pas weer bij 15 °C met een vertraging van ca. 3 min.
Verwijder tijdens de bedrijfsmodus Ontvochtiging de
luchtafvoer- en luchttoevoerslang, omdat anders deontvochtiging te gering is en FL wordt weergegeven op
het display.
• Kies met de toets Bedrijfsmodus (23) de bedrijfsmodus
Ontvochtiging. In de indicatie Bedrijfsmodus (27) verschijnt DRY. De temperatuur en de ventilatorsnelheid (LOW – laag)
zijn in deze bedrijfsmodus vooringesteld en kunnen niet
worden gewijzigd.
Wordt het apparaat gebruikt in een zeer vochtige
omgeving, dan moet de ontstane condens regelmatig worden geleegd (zie Condensreservoir legen (handmatig legen) in het hoofdstuk Onderhoud).
Timer instellen
De timer werkt op twee manieren:• Automatisch inschakelen na een vooringesteld aantal uren.
Automatisch uitschakelen na een vooringesteld aantal
uren.
De functie kan in alle bedrijfsmodi en tijdens standby-bedrijf
worden ingesteld. Het aantal uren kan tussen 1 en 24 uren liggen en in stappen van 1 uur worden ingesteld.
Het apparaat mag niet onbewaakt in een vrij
toegankelijke ruimte worden gebruikt als de timer
actief is.
Nachtmodus
De nachtmodus kan alleen in de bedrijfsmodus Koeling worden
geactiveerd. De nachtmodus heeft de volgende instellingen:• De vooringestelde temperatuur wordt na 2 uur met 1 °C
verhoogd.
• De temperatuur wordt na nog 2 uur opnieuw 1 °C
verhoogd, dus wordt in totaal binnen 4 uur de vooringestelde temperatuur verhoogd met 2 °C. Daarna blijft de temperatuur op deze waarde.
• De ventilatorsnelheid wordt automatisch ingesteld op de
laagste snelheid en kan niet handmatig worden gewijzigd.
• De swing-functie kan indien nodig via de
afstandsbediening worden ingeschakeld.
Ga als volgt te werk voor het activeren van de nachtmodus:• Kies met de toets Bedrijfsmodus (23) de bedrijfsmodus
Koeling.
• Druk tegelijk op de toets Timer (18) en de toets Waarde
verlagen (22).De ventilatorsnelheid wordt automatisch ingesteld op de
laagste snelheid.
De nachtmodus wordt niet op het display weergegeven.
• Druk opnieuw tegelijk op de toets Timer (18) en de toets
Waarde verlagen (22) om de nachtmodus uit te schakelen.
Automatisch inschakelen
ü Het apparaat is uitgeschakeld.• Druk op de toets Timer (18).
De indicatie Timer (26) brandt op het display. De actuele bedrijfsmodus (COOL, FAN of DRY), de ventilatorsnelheid en de knipperende, actueleinschakeltijd in uren worden weergegeven op het
display.
• Kies met de toetsen Waarde verhogen (20) of Waarde
verlagen (22) de gewenste inschakeltijd in uren.Het aantal uren wordt knipperend in de
segmentweergave (21) weergegeven.
• Wijzig indien nodig de instelling van de bedrijfsmodus
en/of ventilatorsnelheid.
• Wacht ca. 5 seconden, tot de weergave op het display
donkerder wordt en zo uw instellingen worden opgeslagen. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) verschijnt de
gewenste snelheid HIGH/MID/LOW, op de segmentweergave (21) de betreffende snelheid F3/F2/F1. Bovendien verschijnt de bedrijfsmodus (27) en de indicatie Timer (26) op het display.
Opmerkingen voor automatisch inschakelen:• Het handmatig inschakelen van het apparaat deactiveert
het automatisch inschakelen.
• Als u het aantal uren 0 kiest, is de timer uitgeschakeld.
Automatisch uitschakelen
ü Het apparaat is ingeschakeld.• Kies de gewenste bedrijfsmodus met de toets
Bedrijfsmodus (23).
• Druk op de toets Timer (18).
De indicatie Timer (26) brandt op het display.• Kies met de toetsen Waarde verhogen (20) of Waarde
verlagen (22) de gewenste uitschakeltijd in uren.Het aantal uren wordt knipperend in de
segmentweergave (21) weergegeven.• Wacht 5 seconden, zodat de instellingen worden
opgeslagen. Het display wisselt weer naar de voorgaande weergave. De indicatie Timer (26) brandt permanent en bevestigt
zo het automatisch uitschakelen.
Aanwijzingen bij automatisch uitschakelen:• Het drukken op de toets Aan/uit (24) deactiveert het
automatisch uitschakelen
Aanduiding
Toets DOWN
Toets MODE
Toets POWER
Betekenis
Doeltemperatuur (17 °C tot 30 °C) resp. aantal uren timer (1 tot 24 h) verlagen.
Keuzetoets voor de bedrijfsmodus
Ontvochtiging
Aan-/uit-toets: Apparaat in- resp. uitschakelen
Indicatie Timer
Timer actief
Indicatie Batterij
Bedrijfsmodus
Ventilatorsnelheid
Knop °C / °FToets SWING
Indicatie Zenden
Laadtoestand van de batterijen
voor de afstandsbediening
Cool = Koeling Fan = Ventilatie Dry = Ontvochtiging
Laag = Middelmatig = Hoog =
Temperatuurweergave
omschakelen tussen °C en °F
Stand van de ventilatielamellen
instellen
Signaleert het zenden naar het
apparaat bij het drukken op een
toets
Zender/ontvanger
afstandsbediening
Communicatie tussen apparaat en
afstandsbediening
Eenheid °C / °F omschakelen De temperatuur in de segmentweergave (21) kan in °C of °F worden weergegeven. Ga als volgt te werk, voor het omschakelen van de temperatuureenheid:• Druk tegelijk op de toetsen Waarde verhogen (20) en
Waarde verlagen (22). Alternatief kunt u de toets °C / °F (31) op de afstandsbediening indrukken.
De weergegeven temperatuur wordt omgeschakeld naar de
andere eenheid.
Afstandsbediening
Alle instellingen van het apparaat kunnen via de meegeleverde
afstandsbediening worden uitgevoerd. Plaats geschikte batterijen in de afstandsbediening (zie het hoofdstuk Technische bijlage).
De afstandsbediening gaat na langer niet gebruiken
naar standby-bedrijf. Door te drukken op de toets POWER op de afstandsbediening wordt het standbybedrijf beëindigd. Houd er rekening mee dat hetapparaat automatisch de actuele instellingen van de
afstandsbediening overneemt.
Aanduiding
Toets TIMER
Toets FAN
Toets UP
Segmentweergave
Betekenis
inschakelen in 1 h-stappen (1 h uitschakelen in 1 h-stappen (1 h
Ventilatorsnelheid instellen in
3 standen: hoog, middelmatig enlaag
Werkt alleen in de bedrijfsmodi
Koeling en Ventilatie.
Doeltemperatuur (17 °C tot 30 °C) resp. aantal uren timer (1 tot 24 h) verhogen.
Weergave van de actuele
ruimtetemperatuur in de
bedrijfsmodus
Weergave van de gewenste
temperatuur bij het instellen van
de doeltemperatuur
Indicatie van de timer
Indicatie van de foutcode
Cool Fan DryHeatTimer°C°FHr AutoSwingTIMER SWING °C °FUPFANPOWERMODEDOWN182930232835341924213120222632Swing-functie
De swing-functie kan via de afstandsbediening worden
geactiveerd.Met de swing-functie kunt u de stand van de ventilatielamellen
aanpassen of een doorlopende beweging van de
ventilatielamellen activeren.• Druk op de toets SWING (32).
De ventilatielamellen bewegen zich doorlopend op en
neer.
De indicatie Swing-functie (36) brandt.• Druk opnieuw op de toets SWING (32) om de
ventilatielamellen in een bepaalde stand te stoppen of om
de swing-functie uit te schakelen. De indicatie Swing-functie (36) gaat uit.
Automatisch ontdooien
Bij lage omgevingstemperaturen kan de verdamper bevriezen. Het apparaat voert dan een automatische ontdooiing uit. De compressor schakelt uit en de ventilator draait door, tot het ontdooien is afgerond. De duur van het ontdooien kan variëren. Schakel het apparaat tijdens het automatisch ontdooien niet uit. Trek de netstekker niet uit het stopcontact.
Buiten gebruik stellen
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
Schakel het apparaat uit.• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
• Leeg indien nodig het condensreservoir.
Verwijder indien nodig de condensafvoerslang en de hierin
aanwezige restvloeistof. Reinig het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud.• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk opslag.
Defecten en storingen
Het apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een
goede werking getest. Mochten er desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgende lijst.
Het apparaat start niet:• Controleer de netaansluiting.
Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen. Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie.• De bedrijfstemperatuur in het hoofdstuk technische
• gegevens aanhouden.
Controleer het vulpeil van het condensreservoir, leeg het indien nodig. De indicatie FL (Condensreservoir vol) mag niet oplichten.
• Wacht 10 minuten, voordat u het apparaat opnieuw start.
Mocht het apparaat niet opstarten, laat dan een elektrischecontrole uitvoeren door gespecialiseerd bedrijf of door
Trotec.
Het apparaat werkt zonder of met een gereduceerde
koelcapaciteit:• Controleer of de bedrijfsmodus Koeling is ingesteld.
Controleer of de luchtafvoerslang goed vastzit. Is de luchtafvoerslang geknikt of verstopt, dan kan de afvoerlucht niet worden afgevoerd. Zorg voor een vrije afvoer van de afvoerlucht. Controleer de stand van de ventilatielamellen. De ventilatielamellen moeten zo ver mogelijk geopend zijn. Controleer of de toevoerluchtslang goed vastzit. Is de toevoerluchtslang geknikt of verstopt, kan de toevoerluchtslang niet worden toegevoerd. Zorg voor een vrije toevoer van toevoerlucht. Controleer de luchtfilter(s) op vervuilingen. Reinig resp. vervang de luchtfilter(s) indien nodig. Controleer de minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten. Zet het apparaat evt. verder in de ruimte.Controleer of de ruimte geopende ramen en / of deuren
heeft. Sluit deze eventueel. Zorg hierbij dat er een raam open blijft voor de luchtafvoerslang. Controleer de temperatuurinstellingen op het apparaat. Verlaag de ingestelde temperatuur, als deze boven de ruimtetemperatuur ligt.• Het apparaat maakt herrie, resp. trilt:
• Controleer of het apparaat rechtop en stabiel staat.
Condenslekkage:• Controleer het apparaat op lekkages
FL
E1
E2
De compressor start niet:• Controleer of de oververhittingsbeveiliging van de
compressor is geactiveerd. Scheid het apparaat van het stroomnet en laat het ca. 10 minuten afkoelen, voor het weer aansluiten op het stroomnet.Controleer of de omgevingstemperatuur overeenkomt komt
met de doeltemperatuur (in de bedrijfsmodus Koeling). De compressor schakelt pas in, als deze temperatuur is bereikt.
• De compressor start evt. met 3 min vertraging, omdat deze
een interne beveiliging heeft tegen directe herinschakeling.
Het apparaat wordt zeer heet, maakt herrie, resp. capaciteit daalt:• Controleer de luchtinlaten en het luchtfilter op vervuilingen.
Verwijder uitwendige vervuilingen. Controleer het apparaat uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat een inwendig vervuildapparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door Trotec.
• Het apparaat reageert niet op de infraroodafstandsbediening:
• Controleer of de afstand van de afstandsbediening t.o.v.
het apparaat te groot is en verklein de afstand, indien noodzakelijk. Zorg dat er geen hindernissen, zoals meubels of muren, zijn tussen apparaat en afstandsbediening. Zorg voor zichtcontact tussen apparaat en afstandsbediening.Controleer de laadtoestand van de batterijen en vervang
ze, indien noodzakelijk.Controleer of de polen van de batterijen in de juiste richting
liggen als de batterijen net zijn vervangen en draai ze om, indien noodzakelijk.• Foutcodes
Op het display kunnen de volgende foutmeldingen worden
weergegeven:
Foutcode
Oorzaak
Maatregel
Condensreservoir vol Condens afvoeren
Temperatuursensor
spoel defect
Temperatuursensor
ruimtetemperatuur
defect
E4
Vorstbeveiliging
(handmatig legen) volgens hoofdstuk onderhoud.
Het apparaat kort scheiden
van het stroomnet.Mocht de fout na het
herinschakelen nog steeds
aanwezig zijn, neem dancontact op met de
klantenservice.
Het apparaat kort scheiden
van het stroomnet.Mocht de fout na het
herinschakelen nog steeds
aanwezig zijn, neem dancontact op met de
klantenservice.
Komt de spoeltemperatuur
onder 0 °C, schakelt het apparaat automatisch uit.Zodra de temperatuur van
de spoel weer toeneemt
naar min. 8 °C, schakelt devorstbeveiliging weer uit en
kan het apparaat weer
worden gebruikt.
Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel het apparaat daarna weer in.
Werkt uw apparaat na deze controles nog niet
probleemloos? Neem contact op met de klantenservice. Breng het apparaatvoor reparatie naar een gespecialiseerd bedrijf op het gebied
van koel- en koudetechniek of naar Trotec.
Onderhoud
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige
van het apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indien nodig reinigen resp.vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en afvoerslang
leegmaken
Onderhoudsintervallen
Elke keer voor
het in gebruik
nemen
Indien
nodig
Minimaal elke
2 weken
Minimaal elke
4 weken
Minimaal elke
6 maanden
Minimaal
jaarlijks
Onderhouds- en verzorgingsrapport
Apparaattype:
Apparaatnummer
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige
van het apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indien nodig reinigen resp.vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en afvoerslang
leegmaken
Opmerkingen
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
• Plaats het luchtfilter weer.
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
Schakel het apparaat uit.• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Werkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Koudemiddelkringloop
• De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij,
hermetisch gesloten systeem en mag alleen door
gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koude- en
klimaattechniek of door Trotec worden onderhouden, resp. gerepareerd.
Behuizing reinigen
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek. Zorg dat geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, bijv. reinigingssprays, oplosmiddelen, alcoholhoudende reinigingsmiddelen of schuurmiddelen voor het bevochtigen van de doek.
Visuele controle van het inwendige van het apparaat
op vervuilingen
• Verwijder het luchtfilter.
• Schijn met een zaklamp in de openingen van het apparaat.
• Controleer het inwendige van het apparaat op vervuilingen.
• Ziet u een dikke stoflaag, laat dan het inwendige van het
apparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door Trotec.
Luchtfilter reinigen
De luchtfilters moet worden gereinigd, zodra ze vervuild zijn. Dit is bijv. merkbaar aan een gereduceerde capaciteit (zie hoofdstuk defecten en storingen).
Controleer of de luchtfilters niet versleten of
beschadigd zijn. De hoeken en randen van de luchtfilters mogen niet zijn vervormd of afgerond.Controleer voor het weer plaatsen van de luchtfilters of
ze onbeschadigd en droog zijn!
• Verwijder de luchtfilters uit het apparaat.
• Plaats de luchtfilters weer in het apparaat.
• Maak de filters schoon met een zachte, licht bevochtigde
en pluisvrije doek. Zijn de filters sterk vervuild, maak ze dan schoon met warm water, vermengd met een neutraal reinigingsmiddel.
• Laat de filters volledig drogen. Plaats geen natte filters in
het apparaat!
Technische bijlage
Technische gegevens
Parameter
Model
Koelvermogen
Ontvochtigingscapaciteit
Waarde
PAC PRO
3,5 kW
1,3 l/h
Bedrijfstemperatuur
7 °C tot 35 °C
Instelbereik temperatuur
Max. luchtdebiet
Netaansluiting
Nominale stroom
Opgenomen vermogen
Geluidsniveau max.
Koudemiddel
Koudemiddelhoeveelheid
GWP-factor
CO2-equivalent
Afmetingen
(lengte x breedte x hoogte)
Minimale afstand t.o.v. wanden en objecten:
17 °C tot 30 °C380 m3/h
1/N/PE~ 230 V / 50 Hz
5,7 A
1,3 kW
55 dB(A)
R-410A
685 g
2.088
1,43 t
boven (A): achter (B): zijkant (C): voor (D):
34 kg
Gewicht
Batterijen afstandsbediening
Type LR03 / AAA – 1,5 V (2 stuks)
PAC 3550 PRO
BETRIEBSANLEITUNG
HEIZSTRAHLER
PAC PRO
BEDIENINGSHANDLEIDING
LOKALE AIRCONDITIONER
Inhoudsopgave
Opmerkingen m.b.t. de bedieningshandleidingVeiligheid
Informatie over het apparaat
Transport en opslag
Montage en installeren
De actuele versie van de bedieningshandleiding en de
EU-conformiteitsverklaring, kunt u downloaden via de volgende link:
PAC PRO
Bediening
https://hub.trotec.com/?id=41283
Defecten en storingen
Onderhoud
Technische bijlage
Recycling
Veiligheid
Lees deze handleiding vóór het in gebruik nemen / gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding in de
directe omgeving van de opstellocatie, resp. het apparaat!
Opmerkingen m.b.t. de bedieningshandleiding
Symbolen
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door elektrische spanning.
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een
middelmatige risicograad, dat indien niet vermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.
Voorzichtig
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage
risicograad, dat indien niet vermeden gering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.
Dit signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. materiële schade), maar niet op gevaren.
Aanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en
veilig uitvoeren van uw werkzaamheden.
Handleiding opvolgen
Aanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de
bedieningshandleiding moet worden opgevolgd.
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen kan een elektrische schok, brand en / of ernstig letsel veroorzaken.Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen
voor later gebruik.Het apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door
personen met verminderde geestelijke, sensorische ofmentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en /
of kennis worden gebruikt, als ze onder toezicht staan of m.b.t. het veilig gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd en de hierdoor ontstane gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet
door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.
• Gebruik het apparaat niet in ruimten met explosiegevaar.
• Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen.
• Plaats het apparaat rechtop en stabiel.
Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand.
• Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte
handen. Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal.• Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.
• Dek het apparaat tijdens gebruik niet af en transporteer
het dan niet.
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren
op afstand. Gebruik het apparaat alleen onder toezicht
Bedoeld gebruik
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het koelen, ventileren en ontvochtigen van de ruimtelucht in binnenruimten, volgens de technische gegevens.
Niet bedoeld gebruik
• Plaats het apparaat niet op een natte resp. overstroomde
ondergrond. Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het apparaat.
• Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht.
• Eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aan- of
ombouwwerkzaamheden aan het apparaat zijn verboden.Elk ander gebruik en andere bediening dan is opgenomen
in deze handleiding is verboden. Bij het negeren hiervan vervalt elke aansprakelijkheid en aanspraak op garantie.
• Persoonlijke kwalificaties
Personen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren die bij werkzaamheden
met en aan elektrische apparaten in vochtige omgeving
ontstaan. de bedieningshandleiding, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben gelezen en begrepen.
• Onderhoudswerkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door Trotec worden uitgevoerd.• Controleer voor elk gebruik van het apparaat de
accessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijke
beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten of apparaatonderdelen.Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn
beschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren).Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrische
kabels of aan de netaansluiting!
• De stroomaansluiting moet voldoen aan de gegeven in het
• hoofdstuk technische gegevens.
Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.Bij het kiezen van verlengsnoeren de technische gegevens
opvolgen. Het verlengsnoer volledig uitrollen. Voorkom elektrische overbelasting. Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit
het stopcontact trekken.Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het
stopcontact als u het apparaat niet gebruikt.
• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker
of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moetdeze door de fabrikant of de klantendienst hiervan of door
een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden
vervangen, zodat gevaren worden voorkomen.Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de
gezondheid!
• Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten evenals met de opslag- en gebruiksomstandigheden, volgens hoofdstuk technische gegevens. Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn. Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en losse
voorwerpen.Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop en met een
geleegd condensreservoir resp. geleegde afvoerslang. Voor opslag of transport al het condens aftappen. Drink het niet. Er bestaat gevaar voor de gezondheid!• Restgevaren
Informatie over het apparaat
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Trek voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact!De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de stekker vast te pakken.
Van dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het
ondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordt
gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties!
Het apparaat is geen speelgoed en hoort niet in
kinderhanden.
Verstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos
rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijk speelgoed zijn.
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter zal het apparaat inwendig vervuilen,hierdoor kan de ontvochtigingscapaciteit worden
verminderd en het apparaat worden beschadigd.
Gedrag bij noodgevallen
• Schakel het apparaat uit.
• Bij noodgevallen het apparaat scheiden van de netvoeding:
De netstekker van het aansluitkabel uit het stopcontact
verwijderen door de stekker vast te pakken.• Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de
netaansluiting.
Beschrijving van het apparaat
Het apparaat dient voor ruimtekoeling. Bovendien filtert enontvochtigt het de lucht en zorgt het zo voor een aangenaam
ruimteklimaat.Het apparaat koelt met twee van elkaar gescheiden
luchtslangen. De toevoerlucht wordt van buiten toegevoerd en niet vanuit de ruimte. In de ruimte ontstaat geen onderdruk, erkomt geen warme buitenlucht binnen en er wordt desondanks
doorlopend verse lucht toegevoerd aan het aircosysteem en
door de ventilator in de ruimte verdeeld. Airconditioners met tweeslangen-techniek zijn tot wel 25% efficiënter.Het apparaat kan indien nodig ook alleen met luchtafvoerslang
worden gebruikt, de toevoerlucht wordt dan vanuit de ruimte toegevoerd.Bij gebruik van het apparaat met een luchtafvoerslang koelt het
apparaat de ruimtelucht door hier warmte aan te onttrekken. Deopgenomen warmte wordt via de luchtafvoerslang afgegeven
aan de buitenlucht, de gekoelde lucht wordt via een ventilator toegevoerd aan de opstelruimte.De ontstane condens druppelt van de verdamper op de hete
condensor, verdampt daar en wordt via de luchtafvoerslang naar de buitenlucht getransporteerd.In de bedrijfsmodus Ventilatie biedt het apparaat de
mogelijkheid de ruimtelucht te circuleren, zonder deze te koelen.In de bedrijfsmodus Ontvochtiging wordt vocht onttrokken aan
de ruimtelucht.Het apparaat werkt volautomatisch en biedt talrijke andere
opties, het apparaat kan bijv. via de timerfunctie automatisch tijdvertraagd worden in- resp. uitgeschakeld.De bediening van het apparaat gebeurt via het bedieningspaneel
op het apparaat of via de meegeleverde infraroodafstandsbediening. Het apparaat is ontworpen voor universeel en flexibel gebruik.Dankzij de compacte afmetingen kan het comfortabel worden
getransporteerd en worden gebruikt in alle binnenruimten
Overzicht van het apparaat
Nr.
Aanduiding
Luchtuitlaat met ventilatielamellen
Bedieningspaneel
Transportrollen
Vak voor afstandsbediening
Luchtinlaat met luchtfilter
Aansluiting luchttoevoerslang
Aansluiting luchtafvoerslang
Luchtinlaat
Luchtinlaat-regelknop
Condensafvoer met afsluitdop en rubberplug
Afstandsbediening
Luchtslang (luchtafvoerslang en luchttoevoerslang)
Luchtfilter voor luchtinlaat
Vlak uitblaasmondstuk
Netsnoerhouder
Transportgreep
Transport en opslag
Het apparaat kan beschadigd raken als het niet correct
wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m.b.t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen.
Transport
Het apparaat is voorzien van transportrollen voor een eenvoudig
transport.Het apparaat is voorzien van een handgreep voor eenvoudig
transport.
Neem vóór elk transport de volgende instructies in acht:• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Schakel het apparaat uit.
• Gebruik het netsnoer niet als trektouw.
• Verwijder de resterende condens uit het apparaat.
Rol het apparaat alleen over vlakke en gladde
oppervlakken.
Volg na elk transport de volgende instructies op:• Plaats het apparaat na het transport rechtop.
Laat het apparaat 12 tot 24 uur stilstaan, zodat het koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor. Schakel het apparaat pas na 12 tot 24 uur weer in! Anderskan de compressor beschadigd raken en het apparaat niet
meer werken. In dit geval vervalt elke aanspraak op garantie.
Opslag
Vóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• Verwijder de resterende condens uit het apparaat.
• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
In gebruik nemen
Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten, volgens het hoofdstuk Technische gegevens.
Houd bij het niet gebruiken van het apparaat rekening met de
volgende opslagcondities:• droog en tegen vocht en hitte beschermd
rechtopstaand op een positie die beschermd is tegen stof
en direct zonlicht
evt. met een hoes tegen indringen van stof beschermengeen andere apparaten of voorwerpen op het apparaat
plaatsen, zodat beschadigingen aan het apparaat wordenvoorkomen
batterijen verwijderen uit de afstandsbediening
• Montage en installeren
Leveromvang
• 1 x apparaat
2 x luchtslang
1 x profiel voor schuifraam2 x afdekplaat voor schuifraam
1 x afstandsbediening
2 x vlak uitblaasmondstuk
10 x bevestigingsschroef
1 x handleiding
Apparaat uitpakken
• Open de doos en het apparaat hieruit halen.
• Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.
• Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het
netsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij het
afwikkelen.• Controleer de toestand van het netsnoer voordat het
apparaat weer in gebruik wordt genomen. Neem bij twijfelaan de probleemloze toestand hiervan contact op met de
klantendienst. Plaats het apparaat rechtop en stabiel. Voorkom struikelgevaar bij het leggen van het netsnoer, resp. andere elektrische snoeren, vooral bij het opstellen van het apparaat middenin een ruimte. Gebruik kabelbruggen. Zorg dat verlengsnoeren volledig zijn uit-/afgerold.Zorg dat de luchtin- en luchtuitlaten en de aansluiting voor
de luchtafvoerslang vrij zijn.Zorg dat gordijnen of andere voorwerpen de luchtstroming
niet hinderen
ABCCD
Luchtfilter plaatsen
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter zal het apparaat inwendig vervuilen,hierdoor kan de ontvochtigingscapaciteit worden
verminderd en het apparaat worden beschadigd.
• Zorg voor het inschakelen dat beide luchtfilters zijn
geïnstalleerd.
• Controleer de stand van de luchtinlaat-regelknop (9). Deze
moet bij aangesloten luchttoevoerslang in de stand Closed
staan. De ventilatiesleuven bij de luchtinlaat (8) zijn gesloten. Sluit u de luchttoevoerslang niet aan, dan moet de luchtinlaat-regelknop (9) in de stand Open staan. De ventilatiesleuven bij de luchtinlaat (8) zijn geopend.
Luchttoevoerslang en luchtafvoerslang aansluiten
• Verbind het vlakke mondstuk (15) met het uiteinde van de
luchtslang (12).
• Verbind het andere uiteinde van de luchtslang met de
slangadapter.
• Schroef de slangadapter in pijlrichting (zie afbeelding
hieronder) in de aansluiting van de luchtafvoer- (7) resp. luchttoevoerslang (6) van de airconditioner.
Lucht toevoeren via de luchttoevoerslang
• De lucht kan van buiten worden toegevoerd, zodat in de
ruimte geen onderdruk ontstaat.
• Het uiteinde van de luchttoevoerslangkan door het
geopende raam worden geleid. Zet het geopende raam evt. met geschikte hulpmiddelen vast, zodat het uiteinde van de luchttoevoerslang niet kan wegglijden.
• Het uiteinde van de luchttoevoerslang kan in het gekanteld
raam worden gehangen.Hiervoor wordt het gebruik van een raamafdichting
aanbevolen (optioneel).
• Daarnaast moet worden gecontroleerd of de
ventilatiesleuven bij de luchtinlaat (8) gesloten zijn. Zijn de ventilatiesleuven geopend, ga dan als volgt te werk:• Schuif de luchtinlaat-regelknop (9) naar de stand Closed.
De ventilatiesleuven bij de luchtinlaat (8) zijn gesloten.
Voorbeeld met luchtafvoer- en luchttoevoerslang:
Afvoerlucht afvoeren
• De afvoerlucht van het apparaat bevat de overtollige
warmte uit de te koelen ruimte. Daarom wordt het aanbevolen de afvoerlucht af te voeren naar buiten.
• Het uiteinde van de luchtafvoerslang kan door het
geopende raam worden geleid. Zet het geopende raam evt. met geschikte hulpmiddelen vast, zodat het uiteinde van de luchtafvoerslang niet kan wegglijden.
• Het uiteinde van de luchtafvoerslang kan in een gekanteld
raam worden gehangen.Hiervoor wordt het gebruik van een raamafdichting
aanbevolen (optioneel). Bij het aanbrengen van een raamafdichting, moet tussen de 2 slangen een minimale afstand van 30 cm worden aangehouden.Leg de luchtafvoerslang stijgend in de
luchtstromingsrichting.
• Gebruik van het profiel
• Plaats de profielen in de raamspleet en pas de lengte naar
behoefte aan. Gebruik indien nodig de verlengprofielen. Verbind het vlakke mondstuk met het profiel:
• Voorbeeld met luchtafvoerslang:
• Gebruikt u een tweede luchtslang, verbind deze dan
eveneens met het profiel. Zorg dat het vlakke mondstuk stevig verbonden is met het profiel. Sluit het raam weer, tot het profiel vastzit
A.B.C.Volg de volgende aanwijzingen voor het leggen van de
afvoerluchtslang op:
Ventilatielamellen instellen
• Open voor het inschakelen van het apparaat de
ventilatielamellen bij de luchtuitlaat (1).
Netsnoer aansluiten
• Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.
• Voorkom het knikken van de afvoerluchtslang. Knikken
leiden tot het verzamelen van vochtige afvoerlucht, het apparaat raakt oververhit en schakelt uit.
• De afmetingen van de afvoerluchtslang zijn speciaal
afgestemd op het apparaat. Vervang of verleng deze niet door andere slangen. Dit kan apparaatstoringen veroorzaken.
≥ 43 cm≤ 1 mBediening
• Vermijd open deuren en ramen.
Bedieningselementen
Benaming
Functie
Ventilatorsnelheid
Indicatie Timer
Bedrijfsmodus
Geeft de ventilatorsnelheid aan: HIGH = hoogste snelheid MID = middelmatige snelheid LOW = laagste snelheid
Brandt bij geactiveerde timerfunctie
Toont de gekozen bedrijfsmodus: COOL = Koeling FAN = Ventilatie DRY = Ontvochtiging
Apparaat inschakelen
• Laat het apparaat enige tijd stilstaan.
• Nadat het apparaat klaar voor gebruik is opgesteld zoals
beschreven in het hoofdstuk In gebruik nemen, kan het worden ingeschakeld.
• Druk op de toets Aan/uit (24).
Het apparaat start in de bedrijfsmodus Koeling bij 22 °C en
de hoogste ventilatorsnelheid (eerste keer in gebruik nemen).Het apparaat slaat bij stand-by-bedrijf de laatst gekozen
instellingen op. Bij het scheiden van het stroomnet worden deze instellingen niet opgeslagen.
Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld als het
condensreservoir vol is. Op het display verschijnt FL.
Bedrijfsmodi instellen
Het apparaat heeft de volgende bedrijfsmodi:• Ontvochtiging
Benaming
Toets Timer
Toets
Ventilatorsnelheid
Toets Waarde
verhogen
Functie
inschakelen in 1 h-stappen (1 h uitschakelen in 1 h-stappen (1 h
Snelheid van de ventilator in
3 standen (laag, midden, hoog) instellen.Werkt alleen in de bedrijfsmodi
Koeling en Ventilatie.
Doeltemperatuur (17 °C tot 30 °C) resp. aantal uren timer (1 tot 24 h) verhogenSegmentweergave Weergave van gewenste
ruimtetemperatuur tijdens
gebruik
Weergave van de actuele
ruimtetemperatuur tijdens
stand-by
Indicatie van de timer
Indicatie van de ventilatorsnelheid
F3 = hoogste ventilatorsnelheid F2 = middelmatigeventilatorsnelheid
F1 = laagste ventilatorsnelheidIndicatie van de foutcode
Doeltemperatuur (17 °C tot 30 °C) resp. aantal uren timer (1 tot 24 h) verlagen.
Bedrijfsmodus kiezen:Ontvochtiging
Toets Waarde
verlagen
Toets
Bedrijfsmodus
Toets Aan/uit
Apparaat in- resp. uitschakelen
MIDCOOLCHrHIGHLOWTIMERFANDRYAUTOF18192021222324252627
In de bedrijfsmodus Koeling wordt de ruimte afgekoeld tot een
vooringestelde temperatuur.• Kies met de toets Bedrijfsmodus (23) de bedrijfsmodus
Koeling. In de indicatie Bedrijfsmodus (27) verschijnt COOL. Op de segmentweergave (21) wordt de actueel ingestelde doeltemperatuur weergegeven.
In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) wordt de actueel
ingestelde ventilatorsnelheid weergegeven.• Kies met de toetsen Waarde verhogen (20) of Waarde
verlagen (22) de gewenste doeltemperatuur. De temperatuur kan worden ingesteld tussen 17 °C en 30 °C.
• Kies met toets Ventilatorsnelheid (19) de gewenste
ventilatorsnelheid.De doeltemperatuur en de ventilatorsnelheid worden
weergegeven op het display.
Wordt het apparaat gebruikt in een zeer vochtige
omgeving, moet de ontstane condens regelmatig worden geleegd (zie hoofdstuk Condensreservoir legen).
Verwijder tijdens de bedrijfsmodus Ventilatie de
luchtafvoerslang.
In de bedrijfsmodus Ventilatie circuleert de ruimtelucht en vindt
er geen koeling plaats. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) verschijnt de gewenste snelheid HIGH/MID/LOW en op de segmentweergave (21) de betreffende snelheid F3/F2/F1. De temperatuur kan niet worden ingesteld.• Kies met de toets Bedrijfsmodus (23) de bedrijfsmodus
Ventilatie. In de indicatie Bedrijfsmodus (27) verschijnt FAN. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) wordt de actueel
ingestelde ventilatorsnelheid weergegeven.• Kies met toets Ventilatorsnelheid (19) de gewenste
ventilatorsnelheid. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) verschijnt degewenste snelheid HIGH/MID/LOW en op de
segmentweergave (21) de betreffende snelheid F3/F2/F1.
Ontvochtiging
In de bedrijfsmodus Ontvochtiging wordt de luchtvochtigheid in
de ruimte verlaagd. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) verschijnt LOW en op de segmentweergave F1. Is de ruimtetemperatuur 15 °C, dan start de compressor. Komt de ruimtetemperatuur onder 15 °C, dan stopt de compressor en deze start pas weer bij 15 °C met een vertraging van ca. 3 min.
Verwijder tijdens de bedrijfsmodus Ontvochtiging de
luchtafvoer- en luchttoevoerslang, omdat anders deontvochtiging te gering is en FL wordt weergegeven op
het display.
• Kies met de toets Bedrijfsmodus (23) de bedrijfsmodus
Ontvochtiging. In de indicatie Bedrijfsmodus (27) verschijnt DRY. De temperatuur en de ventilatorsnelheid (LOW – laag)
zijn in deze bedrijfsmodus vooringesteld en kunnen niet
worden gewijzigd.
Wordt het apparaat gebruikt in een zeer vochtige
omgeving, dan moet de ontstane condens regelmatig worden geleegd (zie Condensreservoir legen (handmatig legen) in het hoofdstuk Onderhoud).
Timer instellen
De timer werkt op twee manieren:• Automatisch inschakelen na een vooringesteld aantal uren.
Automatisch uitschakelen na een vooringesteld aantal
uren.
De functie kan in alle bedrijfsmodi en tijdens standby-bedrijf
worden ingesteld. Het aantal uren kan tussen 1 en 24 uren liggen en in stappen van 1 uur worden ingesteld.
Het apparaat mag niet onbewaakt in een vrij
toegankelijke ruimte worden gebruikt als de timer
actief is.
Nachtmodus
De nachtmodus kan alleen in de bedrijfsmodus Koeling worden
geactiveerd. De nachtmodus heeft de volgende instellingen:• De vooringestelde temperatuur wordt na 2 uur met 1 °C
verhoogd.
• De temperatuur wordt na nog 2 uur opnieuw 1 °C
verhoogd, dus wordt in totaal binnen 4 uur de vooringestelde temperatuur verhoogd met 2 °C. Daarna blijft de temperatuur op deze waarde.
• De ventilatorsnelheid wordt automatisch ingesteld op de
laagste snelheid en kan niet handmatig worden gewijzigd.
• De swing-functie kan indien nodig via de
afstandsbediening worden ingeschakeld.
Ga als volgt te werk voor het activeren van de nachtmodus:• Kies met de toets Bedrijfsmodus (23) de bedrijfsmodus
Koeling.
• Druk tegelijk op de toets Timer (18) en de toets Waarde
verlagen (22).De ventilatorsnelheid wordt automatisch ingesteld op de
laagste snelheid.
De nachtmodus wordt niet op het display weergegeven.
• Druk opnieuw tegelijk op de toets Timer (18) en de toets
Waarde verlagen (22) om de nachtmodus uit te schakelen.
Automatisch inschakelen
ü Het apparaat is uitgeschakeld.• Druk op de toets Timer (18).
De indicatie Timer (26) brandt op het display. De actuele bedrijfsmodus (COOL, FAN of DRY), de ventilatorsnelheid en de knipperende, actueleinschakeltijd in uren worden weergegeven op het
display.
• Kies met de toetsen Waarde verhogen (20) of Waarde
verlagen (22) de gewenste inschakeltijd in uren.Het aantal uren wordt knipperend in de
segmentweergave (21) weergegeven.
• Wijzig indien nodig de instelling van de bedrijfsmodus
en/of ventilatorsnelheid.
• Wacht ca. 5 seconden, tot de weergave op het display
donkerder wordt en zo uw instellingen worden opgeslagen. In de indicatie Ventilatorsnelheid (25) verschijnt de
gewenste snelheid HIGH/MID/LOW, op de segmentweergave (21) de betreffende snelheid F3/F2/F1. Bovendien verschijnt de bedrijfsmodus (27) en de indicatie Timer (26) op het display.
Opmerkingen voor automatisch inschakelen:• Het handmatig inschakelen van het apparaat deactiveert
het automatisch inschakelen.
• Als u het aantal uren 0 kiest, is de timer uitgeschakeld.
Automatisch uitschakelen
ü Het apparaat is ingeschakeld.• Kies de gewenste bedrijfsmodus met de toets
Bedrijfsmodus (23).
• Druk op de toets Timer (18).
De indicatie Timer (26) brandt op het display.• Kies met de toetsen Waarde verhogen (20) of Waarde
verlagen (22) de gewenste uitschakeltijd in uren.Het aantal uren wordt knipperend in de
segmentweergave (21) weergegeven.• Wacht 5 seconden, zodat de instellingen worden
opgeslagen. Het display wisselt weer naar de voorgaande weergave. De indicatie Timer (26) brandt permanent en bevestigt
zo het automatisch uitschakelen.
Aanwijzingen bij automatisch uitschakelen:• Het drukken op de toets Aan/uit (24) deactiveert het
automatisch uitschakelen
Aanduiding
Toets DOWN
Toets MODE
Toets POWER
Betekenis
Doeltemperatuur (17 °C tot 30 °C) resp. aantal uren timer (1 tot 24 h) verlagen.
Keuzetoets voor de bedrijfsmodus
Ontvochtiging
Aan-/uit-toets: Apparaat in- resp. uitschakelen
Indicatie Timer
Timer actief
Indicatie Batterij
Bedrijfsmodus
Ventilatorsnelheid
Knop °C / °FToets SWING
Indicatie Zenden
Laadtoestand van de batterijen
voor de afstandsbediening
Cool = Koeling Fan = Ventilatie Dry = Ontvochtiging
Laag = Middelmatig = Hoog =
Temperatuurweergave
omschakelen tussen °C en °F
Stand van de ventilatielamellen
instellen
Signaleert het zenden naar het
apparaat bij het drukken op een
toets
Zender/ontvanger
afstandsbediening
Communicatie tussen apparaat en
afstandsbediening
Eenheid °C / °F omschakelen De temperatuur in de segmentweergave (21) kan in °C of °F worden weergegeven. Ga als volgt te werk, voor het omschakelen van de temperatuureenheid:• Druk tegelijk op de toetsen Waarde verhogen (20) en
Waarde verlagen (22). Alternatief kunt u de toets °C / °F (31) op de afstandsbediening indrukken.
De weergegeven temperatuur wordt omgeschakeld naar de
andere eenheid.
Afstandsbediening
Alle instellingen van het apparaat kunnen via de meegeleverde
afstandsbediening worden uitgevoerd. Plaats geschikte batterijen in de afstandsbediening (zie het hoofdstuk Technische bijlage).
De afstandsbediening gaat na langer niet gebruiken
naar standby-bedrijf. Door te drukken op de toets POWER op de afstandsbediening wordt het standbybedrijf beëindigd. Houd er rekening mee dat hetapparaat automatisch de actuele instellingen van de
afstandsbediening overneemt.
Aanduiding
Toets TIMER
Toets FAN
Toets UP
Segmentweergave
Betekenis
inschakelen in 1 h-stappen (1 h uitschakelen in 1 h-stappen (1 h
Ventilatorsnelheid instellen in
3 standen: hoog, middelmatig enlaag
Werkt alleen in de bedrijfsmodi
Koeling en Ventilatie.
Doeltemperatuur (17 °C tot 30 °C) resp. aantal uren timer (1 tot 24 h) verhogen.
Weergave van de actuele
ruimtetemperatuur in de
bedrijfsmodus
Weergave van de gewenste
temperatuur bij het instellen van
de doeltemperatuur
Indicatie van de timer
Indicatie van de foutcode
Cool Fan DryHeatTimer°C°FHr AutoSwingTIMER SWING °C °FUPFANPOWERMODEDOWN182930232835341924213120222632Swing-functie
De swing-functie kan via de afstandsbediening worden
geactiveerd.Met de swing-functie kunt u de stand van de ventilatielamellen
aanpassen of een doorlopende beweging van de
ventilatielamellen activeren.• Druk op de toets SWING (32).
De ventilatielamellen bewegen zich doorlopend op en
neer.
De indicatie Swing-functie (36) brandt.• Druk opnieuw op de toets SWING (32) om de
ventilatielamellen in een bepaalde stand te stoppen of om
de swing-functie uit te schakelen. De indicatie Swing-functie (36) gaat uit.
Automatisch ontdooien
Bij lage omgevingstemperaturen kan de verdamper bevriezen. Het apparaat voert dan een automatische ontdooiing uit. De compressor schakelt uit en de ventilator draait door, tot het ontdooien is afgerond. De duur van het ontdooien kan variëren. Schakel het apparaat tijdens het automatisch ontdooien niet uit. Trek de netstekker niet uit het stopcontact.
Buiten gebruik stellen
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
Schakel het apparaat uit.• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
• Leeg indien nodig het condensreservoir.
Verwijder indien nodig de condensafvoerslang en de hierin
aanwezige restvloeistof. Reinig het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud.• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk opslag.
Defecten en storingen
Het apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een
goede werking getest. Mochten er desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgende lijst.
Het apparaat start niet:• Controleer de netaansluiting.
Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen. Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie.• De bedrijfstemperatuur in het hoofdstuk technische
• gegevens aanhouden.
Controleer het vulpeil van het condensreservoir, leeg het indien nodig. De indicatie FL (Condensreservoir vol) mag niet oplichten.
• Wacht 10 minuten, voordat u het apparaat opnieuw start.
Mocht het apparaat niet opstarten, laat dan een elektrischecontrole uitvoeren door gespecialiseerd bedrijf of door
Trotec.
Het apparaat werkt zonder of met een gereduceerde
koelcapaciteit:• Controleer of de bedrijfsmodus Koeling is ingesteld.
Controleer of de luchtafvoerslang goed vastzit. Is de luchtafvoerslang geknikt of verstopt, dan kan de afvoerlucht niet worden afgevoerd. Zorg voor een vrije afvoer van de afvoerlucht. Controleer de stand van de ventilatielamellen. De ventilatielamellen moeten zo ver mogelijk geopend zijn. Controleer of de toevoerluchtslang goed vastzit. Is de toevoerluchtslang geknikt of verstopt, kan de toevoerluchtslang niet worden toegevoerd. Zorg voor een vrije toevoer van toevoerlucht. Controleer de luchtfilter(s) op vervuilingen. Reinig resp. vervang de luchtfilter(s) indien nodig. Controleer de minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten. Zet het apparaat evt. verder in de ruimte.Controleer of de ruimte geopende ramen en / of deuren
heeft. Sluit deze eventueel. Zorg hierbij dat er een raam open blijft voor de luchtafvoerslang. Controleer de temperatuurinstellingen op het apparaat. Verlaag de ingestelde temperatuur, als deze boven de ruimtetemperatuur ligt.• Het apparaat maakt herrie, resp. trilt:
• Controleer of het apparaat rechtop en stabiel staat.
Condenslekkage:• Controleer het apparaat op lekkages
FL
E1
E2
De compressor start niet:• Controleer of de oververhittingsbeveiliging van de
compressor is geactiveerd. Scheid het apparaat van het stroomnet en laat het ca. 10 minuten afkoelen, voor het weer aansluiten op het stroomnet.Controleer of de omgevingstemperatuur overeenkomt komt
met de doeltemperatuur (in de bedrijfsmodus Koeling). De compressor schakelt pas in, als deze temperatuur is bereikt.
• De compressor start evt. met 3 min vertraging, omdat deze
een interne beveiliging heeft tegen directe herinschakeling.
Het apparaat wordt zeer heet, maakt herrie, resp. capaciteit daalt:• Controleer de luchtinlaten en het luchtfilter op vervuilingen.
Verwijder uitwendige vervuilingen. Controleer het apparaat uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat een inwendig vervuildapparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door Trotec.
• Het apparaat reageert niet op de infraroodafstandsbediening:
• Controleer of de afstand van de afstandsbediening t.o.v.
het apparaat te groot is en verklein de afstand, indien noodzakelijk. Zorg dat er geen hindernissen, zoals meubels of muren, zijn tussen apparaat en afstandsbediening. Zorg voor zichtcontact tussen apparaat en afstandsbediening.Controleer de laadtoestand van de batterijen en vervang
ze, indien noodzakelijk.Controleer of de polen van de batterijen in de juiste richting
liggen als de batterijen net zijn vervangen en draai ze om, indien noodzakelijk.• Foutcodes
Op het display kunnen de volgende foutmeldingen worden
weergegeven:
Foutcode
Oorzaak
Maatregel
Condensreservoir vol Condens afvoeren
Temperatuursensor
spoel defect
Temperatuursensor
ruimtetemperatuur
defect
E4
Vorstbeveiliging
(handmatig legen) volgens hoofdstuk onderhoud.
Het apparaat kort scheiden
van het stroomnet.Mocht de fout na het
herinschakelen nog steeds
aanwezig zijn, neem dancontact op met de
klantenservice.
Het apparaat kort scheiden
van het stroomnet.Mocht de fout na het
herinschakelen nog steeds
aanwezig zijn, neem dancontact op met de
klantenservice.
Komt de spoeltemperatuur
onder 0 °C, schakelt het apparaat automatisch uit.Zodra de temperatuur van
de spoel weer toeneemt
naar min. 8 °C, schakelt devorstbeveiliging weer uit en
kan het apparaat weer
worden gebruikt.
Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel het apparaat daarna weer in.
Werkt uw apparaat na deze controles nog niet
probleemloos? Neem contact op met de klantenservice. Breng het apparaatvoor reparatie naar een gespecialiseerd bedrijf op het gebied
van koel- en koudetechniek of naar Trotec.
Onderhoud
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige
van het apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indien nodig reinigen resp.vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en afvoerslang
leegmaken
Onderhoudsintervallen
Elke keer voor
het in gebruik
nemen
Indien
nodig
Minimaal elke
2 weken
Minimaal elke
4 weken
Minimaal elke
6 maanden
Minimaal
jaarlijks
Onderhouds- en verzorgingsrapport
Apparaattype:
Apparaatnummer
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige
van het apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indien nodig reinigen resp.vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en afvoerslang
leegmaken
Opmerkingen
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
• Plaats het luchtfilter weer.
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
Schakel het apparaat uit.• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Werkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Koudemiddelkringloop
• De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij,
hermetisch gesloten systeem en mag alleen door
gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koude- en
klimaattechniek of door Trotec worden onderhouden, resp. gerepareerd.
Behuizing reinigen
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek. Zorg dat geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, bijv. reinigingssprays, oplosmiddelen, alcoholhoudende reinigingsmiddelen of schuurmiddelen voor het bevochtigen van de doek.
Visuele controle van het inwendige van het apparaat
op vervuilingen
• Verwijder het luchtfilter.
• Schijn met een zaklamp in de openingen van het apparaat.
• Controleer het inwendige van het apparaat op vervuilingen.
• Ziet u een dikke stoflaag, laat dan het inwendige van het
apparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door Trotec.
Luchtfilter reinigen
De luchtfilters moet worden gereinigd, zodra ze vervuild zijn. Dit is bijv. merkbaar aan een gereduceerde capaciteit (zie hoofdstuk defecten en storingen).
Controleer of de luchtfilters niet versleten of
beschadigd zijn. De hoeken en randen van de luchtfilters mogen niet zijn vervormd of afgerond.Controleer voor het weer plaatsen van de luchtfilters of
ze onbeschadigd en droog zijn!
• Verwijder de luchtfilters uit het apparaat.
• Plaats de luchtfilters weer in het apparaat.
• Maak de filters schoon met een zachte, licht bevochtigde
en pluisvrije doek. Zijn de filters sterk vervuild, maak ze dan schoon met warm water, vermengd met een neutraal reinigingsmiddel.
• Laat de filters volledig drogen. Plaats geen natte filters in
het apparaat!
Technische bijlage
Technische gegevens
Parameter
Model
Koelvermogen
Ontvochtigingscapaciteit
Waarde
PAC PRO
3,5 kW
1,3 l/h
Bedrijfstemperatuur
7 °C tot 35 °C
Instelbereik temperatuur
Max. luchtdebiet
Netaansluiting
Nominale stroom
Opgenomen vermogen
Geluidsniveau max.
Koudemiddel
Koudemiddelhoeveelheid
GWP-factor
CO2-equivalent
Afmetingen
(lengte x breedte x hoogte)
Minimale afstand t.o.v. wanden en objecten:
17 °C tot 30 °C380 m3/h
1/N/PE~ 230 V / 50 Hz
5,7 A
1,3 kW
55 dB(A)
R-410A
685 g
2.088
1,43 t
boven (A): achter (B): zijkant (C): voor (D):
34 kg
Gewicht
Batterijen afstandsbediening
Type LR03 / AAA – 1,5 V (2 stuks)