nl
TTK 75 S
BETRIEBSANLEITUNG
HEIZSTRAHLER
BEDIENINGSHANDLEIDING
LUCHTONTVOCHTIGER
Inhoudsopgave
Opmerkingen m.b.t. de bedieningshandleidingVeiligheid
Informatie over het apparaat
Transport en opslag
Montage en installeren
De actuele versie van de bedieningshandleiding en de
EU-conformiteitsverklaring, kunt u downloaden via de volgende link:
TTK 75 S
Bediening
https://hub.trotec.com/?id=40315
Defecten en storingen
Onderhoud
Technische bijlagen
Recycling
Veiligheid
Lees deze handleiding vóór het in gebruik nemen / gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding in de
directe omgeving van de opstellocatie, resp. het apparaat!
Opmerkingen m.b.t. de bedieningshandleiding
Symbolen
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door elektrische spanning.
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een
middelmatige risicograad, dat indien niet vermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.
Voorzichtig
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage
risicograad, dat indien niet vermeden gering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.
Dit signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. materiële schade), maar niet op gevaren.
Info
Aanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en
veilig uitvoeren van uw werkzaamheden.
Handleiding opvolgen
Aanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de
bedieningshandleiding moet worden opgevolgd.
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen kan een elektrische schok, brand en / of ernstig letsel veroorzaken.Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen
voor later gebruik.Het apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door
personen met verminderde geestelijke, sensorische ofmentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en /
of kennis worden gebruikt, als ze onder toezicht staan of m.b.t. het veilig gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd en de hierdoor ontstane gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet
door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.
• Gebruik het apparaat niet in ruimten met explosiegevaar.
• Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen.
• Plaats het apparaat rechtop en stabiel.
Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand.
• Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte
handen. Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal.• Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.
• Dek het apparaat tijdens gebruik niet af en transporteer
het dan niet.
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren
op afstand. Gebruik het apparaat alleen onder toezicht• Controleer voor elk gebruik van het apparaat de
accessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijke
beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten of apparaatonderdelen.Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn
beschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren).Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrische
kabels of aan de netaansluiting!
• De stroomaansluiting moet voldoen aan de gegeven in het
• hoofdstuk technische gegevens.
Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.
• Houd bij het kiezen van verlengsnoeren rekening met het
vermogen van het apparaat, de kabellengte en het gebruiksdoel. Rol de verlengkabel volledig uit. Voorkom elektrische overbelastingen. Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit
het stopcontact trekken.Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het
stopcontact als u het apparaat niet gebruikt.• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker
of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moetdeze door de fabrikant of de klantendienst hiervan of door
een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden
vervangen, zodat gevaren worden voorkomen.Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de
gezondheid!
• Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten evenals met de opslag- en gebruiksomstandigheden, volgens hoofdstuk technische gegevens. Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn.Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en losse
voorwerpen. Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop en met een
leeggemaakt condensreservoir, resp. lege afvoerslang. Voor opslag of transport al het condens aftappen. Drink het niet. Er bestaat gevaar voor de gezondheid!• Bedoeld gebruik
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het drogen en
ontvochtigen van de ruimtelucht volgens de technische
gegevens.Het apparaat kan daarnaast ook als ruimtelucht-wasdroger voor
ondersteuning van de droging van natte was worden gebruikt. Tot het bedoeld gebruik behoren:• het ontvochtigen en drogen van:
– woon-, slaap-, douche- en kelderruimten – spoelkeukens, weekendhuisjes, caravans, boten het continu drooghouden van: – magazijnen, archieven, laboratoria, garages – zwem-, was- en kleedruimten, etc.
• Niet bedoeld gebruik
Het apparaat is niet bedoeld voor industrieel gebruik.• Plaats het apparaat niet op een natte resp. overstroomde
ondergrond. Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het apparaat.• Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht.
• Eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aan- of
ombouwwerkzaamheden aan het apparaat zijn verboden.Elk ander gebruik en andere bediening dan is opgenomen
in deze handleiding is verboden. Bij het negeren hiervan vervalt elke aansprakelijkheid en aanspraak op garantie.
• Persoonlijke kwalificaties
Personen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren die bij werkzaamheden
met en aan elektrische apparaten in vochtige omgeving
ontstaan. de bedieningshandleiding, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben gelezen en begrepen.
• Onderhoudswerkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door Trotec worden uitgevoerd.
Restgevaren
Informatie over het apparaat
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Trek voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact!De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de stekker vast te pakken.
Van dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het
ondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordt
gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties!
Het apparaat is geen speelgoed en hoort niet in
kinderhanden.
Verstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos
rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijk speelgoed zijn.
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
Gedrag bij noodgevallen
• Schakel het apparaat uit.
• Bij noodgevallen het apparaat scheiden van de netvoeding:
De netstekker van het aansluitkabel uit het stopcontact
verwijderen door de stekker vast te pakken.• Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de
netaansluiting.
Beschrijving van het apparaat
Via het condensatieprincipe zorgt het apparaat voor de
automatische luchtontvochtiging van ruimten.De ventilator zuigt de vochtige ruimtelucht aan via de luchtinlaat
door het luchtfilter, de verdamper en door de daar achter liggende condensor. Bij de koude verdamper wordt de ruimtelucht tot onder het dauwpunt afgekoeld. De in de lucht opgenomen waterdamp slaat als condens, resp. rijp neer op de verdamperlamellen. Bij de condensor wordt de ontvochtigde, afgekoelde lucht licht verwarmd en weer uitgeblazen. De zo bereide, droge lucht wordt weer gemengd met de ruimtelucht.Door de doorlopende circulatie van de ruimtelucht door het
apparaat, wordt de luchtvochtigheid in de opstelruimte verminderd.Afhankelijk van de luchttemperatuur en de relatieve
luchtvochtigheid, druppelt het gecondenseerde waterdoorlopend of alleen tijdens de ontdooifasen via de
geïntegreerde afvoeraansluiting in het daaronder geplaatste condensreservoir. Dit is uitgerust met een vlotter voor het meten van het vulpeil.Het apparaat is voorzien van een bedieningspaneel voor de
bediening en controle van de werking.Wordt het maximale vulpeil van het condensreservoir bereikt of
is het condensreservoir niet correct geplaatst, brandt het condensreservoir-controlelampje (zie hoofdstuk bedieningselementen) op het bedieningspaneel. Het apparaat schakelt uit. Het controlelampje van het condensreservoir gaatpas weer uit bij het terugplaatsen van het geleegde
condensreservoir.Optioneel kan het condenswater via een slang aan de
condensaansluiting worden afgevoerd.Het apparaat maakt het verlagen van de relatieve
luchtvochtigheid tot ca. 30 % mogelijk.Het apparaat kan daarnaast ook als ruimtelucht-wasdroger voor
ondersteuning van de droging van nat wasgoed in woon- of
werkruimten worden gebruikt. Door de warmtestraling die ontstaat tijdens het gebruik, kan deruimtetemperatuur iets stijgen
Overzicht van het apparaat
Transport en opslag
Het apparaat kan beschadigd raken als het niet correct
wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m.b.t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen.
Transport
Het apparaat is voorzien van transportrollen voor een eenvoudig
transport.Het apparaat is voorzien van een handgreep voor eenvoudig
transport.
Vóór elk transport de volgende instructies opvolgen:• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Schakel het apparaat uit.
• Gebruik het netsnoer niet als trektouw.
• Het resterende condens uit het apparaat en de
condensafvoerslang verwijderen (zie hoofdstuk onderhoud).Rol het apparaat alleen over vlakke en gladde
oppervlakken.
• Na elk transport de volgende instructies opvolgen:
Plaats het apparaat na het transport rechtop.• Laat het apparaat 12 tot 24 uur stilstaan, zodat het
• koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor.
Schakel het apparaat pas na 12 tot 24 uur weer in! Anderskan de compressor beschadigd raken en het apparaat niet
meer werken. In dit geval vervalt elke aanspraak op garantie.
Opslag
Vóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• Het resterende condens uit het apparaat en de
condensafvoerslang verwijderen (zie hoofdstuk onderhoud).
• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Eventuele condenswaterresten aftappen.
• Houd bij het niet gebruiken van het apparaat rekening met de
volgende opslagcondities:• droog en tegen vocht en hitte beschermd
rechtopstaand op een positie die beschermd is tegen stof
en direct zonlicht
evt. met een hoes tegen indringen van stof beschermengeen andere apparaten of voorwerpen op het apparaat
plaatsen, zodat beschadigingen aan het apparaat wordenvoorkomen
• Nr.
Aanduiding
Luchtuitlaat (boven)
Bedieningspaneel
Condensreservoir met vulpeilindicatie
Aan- / uit-schakelaar
Luchtinlaat met luchtfilter
Aansluiting condensafvoerslang
Netsnoeropwikkeling
Transportrollen
Luchtfilter
Luchtuitlaat (zijkant)
Transportgreep
Montage en installeren
Leveromvang
• 1 x apparaat
1 x luchtfilter
1 x condensafvoerslang, diameter: 15 mm 1 x handleiding
Apparaat uitpakken
• Open de doos en het apparaat hieruit halen.
• Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.
• Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het
netsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij het
afwikkelen.
In gebruik nemen
Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten, volgens hoofdstuk technische gegevens.
• Houd bij het opstellen van het apparaat voldoende afstand
• t.o.v. warmtebronnen.
Zorg dat gordijnen of andere objecten de luchtstroom niet
hinderen.Vooral bij het opstellen van het apparaat in natte
omgevingen, het apparaat in de gebouwinstallatie volgensde voorschriften afzekeren met een geschikte
aardlekschakelaar (FI-automaat).
Luchtfilter plaatsen
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
• Zorg voor het inschakelen dat het luchtfilter is
geïnstalleerd.
Condensreservoir plaatsen
• Zorg dat de vlotter correct is geplaatst in het
condensreservoir.Controleer of het condensreservoir leeg is en correct is
geplaatst.
• Netsnoer aansluiten
• Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.
Controleer de toestand van het netsnoer voordat het
apparaat weer in gebruik wordt genomen. Bij twijfel aan de probleemloze toestand hiervan, contact opnemen met de klantendienst. Plaats het apparaat rechtop en stabiel. Voorkom struikelgevaar bij het leggen van het netsnoer, resp. andere elektrische snoeren, vooral bij het opstellen van het apparaat middenin een ruimte. Gebruik snoerbruggen. Zorg dat verlengsnoeren volledig zijn uit-/afgerold.
ABCCD
Ventilatorsnelheid instellen
U kunt op ieder moment kiezen tussen een lage en een hoge
ventilatorsnelheid (wasdroogfunctie).• Draai de keuzeschakelaar (13) naar de gewenste
ventilatorsnelheid.
Ontvochtiging
Het apparaat draait tot het bereiken van de gewenste relatieve
ruimteluchtvochtigheid. Daarna schakelt de compressor uit en draait de ventilator door. Wordt de gewenste relatieve ruimteluchtvochtigheid overschreden, schakelt de compressor weer in.De gewenste relatieve ruimteluchtvochtigheid kan op ieder
moment worden ingesteld.U kunt op ieder moment kiezen tussen een lage en een hoge
ventilatorsnelheid (wasdroogfunctie).
Bedrijf met slang aan de condensaansluiting
Voor langdurig continubedrijf of onbewaakte ontvochtiging,moet een geschikte condensafvoerslang worden aangesloten op
het apparaat. ü Een geschikte slang (diameter: 15 mm) ligt klaar. ü Het apparaat is uitgeschakeld.• Verwijder de rubberplug uit de slangaansluiting.
Bediening
Vermijd open deuren en ramen.• Het apparaat werkt na het inschakelen volautomatisch.
• De ventilator draait bij ontvochtigingsbedrijf permanent,
ook na het bereiken van de ingestelde gewenste waarde, tot het uitschakelen van het apparaat.
Bedieningselementen
Nr. Aanduiding
12 Indicatie FULL
13 Keuzeschakelaar
14 Draaischakelaar
15 Indicatie POWER
Betekenis
Wordt bij vol of niet correct
geplaatst condensreservoir
weergegeven
Voor het kiezen van de capaciteit: H = hoge ventilatorsnelheid (wasdroogfunctie) L = lage ventilatorsnelheid
Voor het kiezen van de gewenste
relatieve luchtvochtigheid: MIN = geringe luchtvochtigheid (tot max. 30 %) MAX = hoge luchtvochtigheid (tot max. 90 %)
Wordt weergegeven nadat het
apparaat is ingeschakeld
Apparaat inschakelen
Nadat het apparaat, zoals in hoofdstuk inbedrijfstelling is beschreven, klaar voor gebruik is opgesteld, kan het worden ingeschakeld.• Schakel het apparaat in met de aan- / uit-schakelaar (4).
Het apparaat start met de Ontvochtiging. De indicatie POWER (15) brandt.
Bedrijfsmodus instellen
Gewenste relatieve ruimteluchtvochtigheid instellen
U kunt de gewenste relatieve ruimteluchtvochtigheid op ieder
moment wijzigen.• Regel de gewenste luchtvochtigheid, door de
draaischakelaar (14) naar een stand tussen MIN en MAX te draaien.
• Schuif het ene uiteinde van de slang op de
• Plaats het condensreservoir weer in het apparaat.
slangaansluiting.
Beschadig de vlotter niet bij het plaatsen en verwijderen
van het condensreservoir. Zorg hierbij dat de vlotter correct is gepositioneerd. Zorg dat het condensreservoir goed wordt geplaatst,anders zal het apparaat niet opnieuw worden
ingeschakeld.
• Verwijder het condensreservoir uit het apparaat.
• Steek de rubberdop in de condensafvoer.
• Het andere uiteinde van de slang naar een geschikte
afvoer (bijv. afvoerputje of een voldoende groot opvangreservoir) leiden. Zorg dat de slang niet wordt geknikt.
Verwijder de slang als het condens weer moet worden
opgevangen via het condensreservoir. Laat de slang voor het opslaan drogen. De slang kan in elke willekeurigebedrijfsmodus worden aangesloten voor permanent gebruik
Automatische ontdooiing
Bij lage omgevingstemperaturen (onder 15 °C), kan de verdamper tijdens het ontvochtigen bevriezen. Het apparaat voert daarna elke 30 minuten een automatische ontdooiing uit, die 5 minuten duurt. Tijdens de ontdooifase wordt de ontvochtiging kort onderbroken.
Defecten en storingen
Het apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een
goede werking getest. Mochten er desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgende lijst.
Info
Het wordt aanbevolen het apparaat niet bij
temperaturen onder 5 °C te gebruiken.
Het apparaat tijdens de automatische ontdooien niet
uitschakelen. De netstekker niet uit het stopcontact trekken.
Wasdroging
Het apparaat kan daarnaast ook als ruimtelucht-wasdroger voor
ondersteuning van de droging van nat wasgoed in woon- of
werkruimten worden gebruikt.Houd bij het plaatsen van het apparaat of een wasrek rekening
met de minimale afstanden volgens de technische gegevens.Voor wasdroging moeten de volgende waarden worden
vooringesteld: Kastdroog = 46% relatieve luchtvochtigheid• Strijkdroog = 58% relatieve luchtvochtigheid
• Voorgedroogd = 65% relatieve luchtvochtigheid
Gebruik evt. een meetapparaat voor het meten van de luchtvochtigheid.• Kies met de keuzeschakelaar (13) de hoge
ventilatorsnelheid (wasdroogfunctie). De wasdroogfunctie is ingesteld.
Buiten gebruik stellen
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
Schakel het apparaat uit.• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
• Verwijder indien nodig de condensafvoerslang en de hierin
aanwezige restvloeistof. Indien nodig het condensreservoir legen. Reinig het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud.• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk opslag.
Het apparaat start niet:• Controleer de netaansluiting.
Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen. Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie. Controleer het vulpeil van het condensreservoir, indien nodig leegmaken. De indicatie FULL (12) mag niet branden. Controleer of het condensreservoir goed is geplaatst. Controleer de ruimtetemperatuur. Houd rekening met hettoegestane werkbereik van het apparaat volgens de
technische gegevens. Het kan zijn dat het apparaat niet start door te lage omgevingstemperaturen (< 5 °C).• Wacht 10 minuten, voordat u het apparaat opnieuw start.
• Mocht het apparaat niet opstarten, laat dan een elektrische
controle uitvoeren door gespecialiseerd bedrijf of door
Trotec.• Het apparaat werkt, maar er is geen condensvorming:
Controleer de vlotter in het condensreservoir op
• vervuilingen. Indien nodig het condensreservoir reinigen.
De vlotter moet soepel bewegen. Controleer de ruimtetemperatuur. Houd rekening met hettoegestane werkbereik van het apparaat volgens de
technische gegevens. Het kan zijn dat het apparaat niet start door te lage omgevingstemperaturen (< 5 °C).Controleer of de relatieve ruimteluchtvochtigheid
overeenkomt met de technische gegevens.Controleer de vooringestelde relatieve
ruimteluchtvochtigheid. De luchtvochtigheid in de opstelruimte moet boven het gekozen bereik liggen. Controleer het luchtfilter op vervuilingen. Het luchtfilter indien nodig reinigen, resp. vervangen. Controleer de condensor uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat een vervuilde condensor reinigen door een gespecialiseerd bedrijf of door Trotec.• Het apparaat kan net een automatische ontdooiing
uitvoeren. Tijdens automatische ontdooiing vindt geen ontvochtiging plaats.
Het apparaat maakt herrie, resp. trilt:• Controleer of het apparaat rechtop en stabiel staat.
Condenslekkage:• Controleer het apparaat op lekkages.
De compressor start niet:• Controleer de ruimtetemperatuur. Houd rekening met het
toegestane werkbereik van het apparaat volgens de
technische gegevens. Het kan zijn dat het apparaat niet start door te lage omgevingstemperaturen (< 5 °C).Controleer of de relatieve ruimteluchtvochtigheid
overeenkomt met de technische gegevens.Controleer de vooringestelde relatieve
ruimteluchtvochtigheid. De luchtvochtigheid in de opstelruimte moet boven het gekozen bereik liggen.Controleer of de oververhittingsbeveiliging van de
compressor is geactiveerd. Scheid het apparaat van het stroomnet en laat het ca. 10 minuten afkoelen, voor het weer aansluiten hiervan op het stroomnet.• Het apparaat kan op dat moment evt. een automatische
ontdooiing uitvoeren. Tijdens een automatisch ontdooiing vindt geen ontvochtiging plaats.
Het apparaat wordt zeer heet, maakt herrie, resp. capaciteit daalt:• Controleer de luchtinlaten en het luchtfilter op vervuilingen.
Verwijder uitwendige vervuilingen. Controleer het apparaat uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat een inwendig vervuildapparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door Trotec.
• Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel het apparaat daarna weer in.
Werkt uw apparaat na deze controles nog niet
probleemloos? Neem contact op met de klantenservice. Breng het apparaatvoor reparatie naar een gespecialiseerd bedrijf op het gebied
van koel- en koudetechniek of naar Trotec
Onderhoud
Onderhoudsintervallen
Onderhouds- en verzorgingsinterval Elke keer voor het
in gebruik nemen
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Indien
nodig
Minimaal elke
2 weken
Minimaal elke
4 weken
Minimaal elke
6 maanden
Minimaal
jaarlijks
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van
het apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en vreemde
objecten controleren, indien nodig reinigen resp. vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en/of afvoerslang
leegmaken
Onderhouds- en verzorgingsrapport
Apparaattype:
Apparaatnummer
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van
het apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en vreemde
objecten controleren, indien nodig reinigen resp. vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en/of afvoerslang
leegmaken
Opmerkingen
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
Luchtfilter reinigen
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
Schakel het apparaat uit.• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Werkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Koudemiddelkringloop
• De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij,
hermetisch gesloten systeem en mag alleen door
gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koude- en
klimaattechniek of door Trotec worden onderhouden, resp. gerepareerd.
Behuizing reinigen
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek. Zorg dat geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, bijv. reinigingssprays, oplosmiddelen, alcoholhoudende reinigingsmiddelen of schuurmiddelen voor het bevochtigen van de doek.
Visuele controle van het inwendige van het apparaat
op vervuilingen
• Verwijder het luchtfilter.
• Schijn met een zaklamp in de openingen van het apparaat.
• Controleer het inwendige van het apparaat op vervuilingen.
• Ziet u een dikke stoflaag, laat dan het inwendige van het
apparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door Trotec.
• Plaats het luchtfilter weer.
Controleer of het luchtfilter niet versleten of
beschadigd is. De hoeken en randen van het luchtfilter mogen niet zijn vervormd of afgerond. Controleer voorhet weer plaatsen van het luchtfilter of het
onbeschadigd en droog is!
Het luchtfilter moet worden gereinigd, zodra het vervuild is. Dit is bijv. merkbaar aan een gereduceerde capaciteit (zie hoofdstuk defecten en storingen).• Verwijder het luchtfilter uit het apparaat.
• Maak het filter schoon met een zachte, licht bevochtigde,
pluisvrije doek. Is het filter sterk vervuild, maak het dan schoon met warm water, vermengd met een neutraal reinigingsmiddel.
• Laat het filter volledig drogen. Plaats geen nat filter in het
apparaat!
• Plaats het luchtfilter weer in het apparaat.
• Het reservoir uitspoelen met schoon water. Reinig het
reservoir regelmatig met een mild reinigingsmiddel (geen afwasmiddel!).
• Plaats het condensreservoir weer in het apparaat.
Beschadig de vlotter niet bij het plaatsen en verwijderen
van het condensreservoir. Zorg hierbij dat de vlotter correct is gepositioneerd. Zorg ook dat het condensreservoir goed wordt geplaatst,anders zal het apparaat niet opnieuw worden
ingeschakeld.
Condensreservoir legen
Is het condensreservoir vol of niet correct geplaatst, brandt de indicatie FULL (12) op het bedieningspaneel. Compressor en ventilator schakelen uit.• Verwijder het condensreservoir uit het apparaat.
Activiteiten na het onderhoud
Wilt u het apparaat verder gebruiken:• Laat het apparaat 12 tot 24 uur stilstaan, zodat het
koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor. Schakel het apparaat pas na 12 tot 24 uur weer in! Anderskan de compressor beschadigd raken en het apparaat niet
meer werken. In dit geval vervalt elke aanspraak op garantie.
• Het apparaat weer aansluiten door de netstekker in het
stopcontact te steken.
Gebruikt u het apparaat langere tijd niet:• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk opslag.
• Het condensreservoir legen via een afvoer of in een
gootsteen.
Technische bijlagen
Technische gegevens
Parameter
Model
Waarde
TTK 75 S
Luchthoeveelheid
Ontvochtigingscapaciteit, max. 24 l / 24 h180 m3/h
5 °C tot 35 °C
Werkbereik (temperatuur)
Werkbereik (relatieve luchtvochtigheid)
Druk zuigzijde
Druk uitlaatzijde
Netaansluiting
30 % tot 90 % r.v.
1 MPa
2 MPa
1/N/PE ~ 220 - 240 V / 50 Hz
Opgenomen vermogen, max.
0,33 kW
Nominale stroom
Koudemiddel
Koudemiddelhoeveelheid
1,5 A
R-134a
170 g
GWP-factor
CO2-equivalent
Vulhoeveelheid waterreservoir 3,6 l
1.430
0,24 t
Geluidsdrukniveau
40 dB(A)
Afmetingen (lengte x breedte x hoogte)
Minimale afstand t.o.v. wandenen objecten
A: boven: B: achter: C: zijkant: D: voor:
30 cm
20 cm
13 kg
Gewicht
Elektrisch schema
Reserveonderdeeloverzicht
Opmerking: De positienummers van de reserveonderdelenonderscheiden zich van de in de bedieningshandleiding
gebruikte positienummers van de onderdelen
Front Shell Of Plastic Handle 2
25 Left Side Panel
Reserveonderdeellijst
No. Spare Part
1 Wind Speed Knob
Humidity Knob
Indicator Cap
Front Panel
Indicator Keystoke
PCB Frame11
8 Water-Full Indicator Board
Power Indicator Board
10 Wind Speed Switch
11 Humidity Switch
12 Motor
13 Duct
14 Fan
15 Motor Capacitor
16 Duct Cover
17 Terminal Board
18 PCB Board
19 Electrical Box
Recycling
QTY No. Spare Part
20 Water Tray
21 Condenser
22 Evaporator
23 Dry Filter
24 Left Side Connector
26 Left Side Decorative Frame
27 Back Shell Of Plastic Handle
28 Covering Buckle
29 Power Switch
30 Filter Frame
31 Dust Filter
32 Filter Cover
33 Covering Board
34 Back Panel
35 Compressor Capacitor Clip
36 Compressor Capacitor
37 Compressor
38 Rubber Frame For Compressor 1
QTY
39 Axle
40 Pressing Block For Left Side Axle
41 Pressing Block For Right Side Axle 1
42 Base Panel
43 Wheel
44 Frame
45 Universal Castor
46 Microswitch
47 Power Controller
48 Inlet Pipe
49 Outlet Pipe
50 Right Side Panel
51 Right Side Decorative Frame
52 Right Side Connector
53 Floater
54 Water Tank
55 Water Tank Handle
TTK 75 S
BETRIEBSANLEITUNG
HEIZSTRAHLER
BEDIENINGSHANDLEIDING
LUCHTONTVOCHTIGER
Inhoudsopgave
Opmerkingen m.b.t. de bedieningshandleidingVeiligheid
Informatie over het apparaat
Transport en opslag
Montage en installeren
De actuele versie van de bedieningshandleiding en de
EU-conformiteitsverklaring, kunt u downloaden via de volgende link:
TTK 75 S
Bediening
https://hub.trotec.com/?id=40315
Defecten en storingen
Onderhoud
Technische bijlagen
Recycling
Veiligheid
Lees deze handleiding vóór het in gebruik nemen / gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding in de
directe omgeving van de opstellocatie, resp. het apparaat!
Opmerkingen m.b.t. de bedieningshandleiding
Symbolen
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door elektrische spanning.
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een
middelmatige risicograad, dat indien niet vermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.
Voorzichtig
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage
risicograad, dat indien niet vermeden gering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.
Dit signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. materiële schade), maar niet op gevaren.
Info
Aanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en
veilig uitvoeren van uw werkzaamheden.
Handleiding opvolgen
Aanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de
bedieningshandleiding moet worden opgevolgd.
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen kan een elektrische schok, brand en / of ernstig letsel veroorzaken.Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen
voor later gebruik.Het apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door
personen met verminderde geestelijke, sensorische ofmentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en /
of kennis worden gebruikt, als ze onder toezicht staan of m.b.t. het veilig gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd en de hierdoor ontstane gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet
door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.
• Gebruik het apparaat niet in ruimten met explosiegevaar.
• Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen.
• Plaats het apparaat rechtop en stabiel.
Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand.
• Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte
handen. Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal.• Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.
• Dek het apparaat tijdens gebruik niet af en transporteer
het dan niet.
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren
op afstand. Gebruik het apparaat alleen onder toezicht• Controleer voor elk gebruik van het apparaat de
accessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijke
beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten of apparaatonderdelen.Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn
beschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren).Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrische
kabels of aan de netaansluiting!
• De stroomaansluiting moet voldoen aan de gegeven in het
• hoofdstuk technische gegevens.
Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.
• Houd bij het kiezen van verlengsnoeren rekening met het
vermogen van het apparaat, de kabellengte en het gebruiksdoel. Rol de verlengkabel volledig uit. Voorkom elektrische overbelastingen. Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit
het stopcontact trekken.Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het
stopcontact als u het apparaat niet gebruikt.• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker
of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moetdeze door de fabrikant of de klantendienst hiervan of door
een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden
vervangen, zodat gevaren worden voorkomen.Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de
gezondheid!
• Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten evenals met de opslag- en gebruiksomstandigheden, volgens hoofdstuk technische gegevens. Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn.Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en losse
voorwerpen. Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop en met een
leeggemaakt condensreservoir, resp. lege afvoerslang. Voor opslag of transport al het condens aftappen. Drink het niet. Er bestaat gevaar voor de gezondheid!• Bedoeld gebruik
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het drogen en
ontvochtigen van de ruimtelucht volgens de technische
gegevens.Het apparaat kan daarnaast ook als ruimtelucht-wasdroger voor
ondersteuning van de droging van natte was worden gebruikt. Tot het bedoeld gebruik behoren:• het ontvochtigen en drogen van:
– woon-, slaap-, douche- en kelderruimten – spoelkeukens, weekendhuisjes, caravans, boten het continu drooghouden van: – magazijnen, archieven, laboratoria, garages – zwem-, was- en kleedruimten, etc.
• Niet bedoeld gebruik
Het apparaat is niet bedoeld voor industrieel gebruik.• Plaats het apparaat niet op een natte resp. overstroomde
ondergrond. Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het apparaat.• Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht.
• Eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aan- of
ombouwwerkzaamheden aan het apparaat zijn verboden.Elk ander gebruik en andere bediening dan is opgenomen
in deze handleiding is verboden. Bij het negeren hiervan vervalt elke aansprakelijkheid en aanspraak op garantie.
• Persoonlijke kwalificaties
Personen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren die bij werkzaamheden
met en aan elektrische apparaten in vochtige omgeving
ontstaan. de bedieningshandleiding, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben gelezen en begrepen.
• Onderhoudswerkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en
koudetechniek of door Trotec worden uitgevoerd.
Restgevaren
Informatie over het apparaat
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Trek voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact!De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de stekker vast te pakken.
Van dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het
ondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordt
gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties!
Het apparaat is geen speelgoed en hoort niet in
kinderhanden.
Verstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos
rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijk speelgoed zijn.
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
Gedrag bij noodgevallen
• Schakel het apparaat uit.
• Bij noodgevallen het apparaat scheiden van de netvoeding:
De netstekker van het aansluitkabel uit het stopcontact
verwijderen door de stekker vast te pakken.• Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de
netaansluiting.
Beschrijving van het apparaat
Via het condensatieprincipe zorgt het apparaat voor de
automatische luchtontvochtiging van ruimten.De ventilator zuigt de vochtige ruimtelucht aan via de luchtinlaat
door het luchtfilter, de verdamper en door de daar achter liggende condensor. Bij de koude verdamper wordt de ruimtelucht tot onder het dauwpunt afgekoeld. De in de lucht opgenomen waterdamp slaat als condens, resp. rijp neer op de verdamperlamellen. Bij de condensor wordt de ontvochtigde, afgekoelde lucht licht verwarmd en weer uitgeblazen. De zo bereide, droge lucht wordt weer gemengd met de ruimtelucht.Door de doorlopende circulatie van de ruimtelucht door het
apparaat, wordt de luchtvochtigheid in de opstelruimte verminderd.Afhankelijk van de luchttemperatuur en de relatieve
luchtvochtigheid, druppelt het gecondenseerde waterdoorlopend of alleen tijdens de ontdooifasen via de
geïntegreerde afvoeraansluiting in het daaronder geplaatste condensreservoir. Dit is uitgerust met een vlotter voor het meten van het vulpeil.Het apparaat is voorzien van een bedieningspaneel voor de
bediening en controle van de werking.Wordt het maximale vulpeil van het condensreservoir bereikt of
is het condensreservoir niet correct geplaatst, brandt het condensreservoir-controlelampje (zie hoofdstuk bedieningselementen) op het bedieningspaneel. Het apparaat schakelt uit. Het controlelampje van het condensreservoir gaatpas weer uit bij het terugplaatsen van het geleegde
condensreservoir.Optioneel kan het condenswater via een slang aan de
condensaansluiting worden afgevoerd.Het apparaat maakt het verlagen van de relatieve
luchtvochtigheid tot ca. 30 % mogelijk.Het apparaat kan daarnaast ook als ruimtelucht-wasdroger voor
ondersteuning van de droging van nat wasgoed in woon- of
werkruimten worden gebruikt. Door de warmtestraling die ontstaat tijdens het gebruik, kan deruimtetemperatuur iets stijgen
Overzicht van het apparaat
Transport en opslag
Het apparaat kan beschadigd raken als het niet correct
wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m.b.t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen.
Transport
Het apparaat is voorzien van transportrollen voor een eenvoudig
transport.Het apparaat is voorzien van een handgreep voor eenvoudig
transport.
Vóór elk transport de volgende instructies opvolgen:• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Schakel het apparaat uit.
• Gebruik het netsnoer niet als trektouw.
• Het resterende condens uit het apparaat en de
condensafvoerslang verwijderen (zie hoofdstuk onderhoud).Rol het apparaat alleen over vlakke en gladde
oppervlakken.
• Na elk transport de volgende instructies opvolgen:
Plaats het apparaat na het transport rechtop.• Laat het apparaat 12 tot 24 uur stilstaan, zodat het
• koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor.
Schakel het apparaat pas na 12 tot 24 uur weer in! Anderskan de compressor beschadigd raken en het apparaat niet
meer werken. In dit geval vervalt elke aanspraak op garantie.
Opslag
Vóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• Het resterende condens uit het apparaat en de
condensafvoerslang verwijderen (zie hoofdstuk onderhoud).
• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Eventuele condenswaterresten aftappen.
• Houd bij het niet gebruiken van het apparaat rekening met de
volgende opslagcondities:• droog en tegen vocht en hitte beschermd
rechtopstaand op een positie die beschermd is tegen stof
en direct zonlicht
evt. met een hoes tegen indringen van stof beschermengeen andere apparaten of voorwerpen op het apparaat
plaatsen, zodat beschadigingen aan het apparaat wordenvoorkomen
• Nr.
Aanduiding
Luchtuitlaat (boven)
Bedieningspaneel
Condensreservoir met vulpeilindicatie
Aan- / uit-schakelaar
Luchtinlaat met luchtfilter
Aansluiting condensafvoerslang
Netsnoeropwikkeling
Transportrollen
Luchtfilter
Luchtuitlaat (zijkant)
Transportgreep
Montage en installeren
Leveromvang
• 1 x apparaat
1 x luchtfilter
1 x condensafvoerslang, diameter: 15 mm 1 x handleiding
Apparaat uitpakken
• Open de doos en het apparaat hieruit halen.
• Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.
• Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het
netsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij het
afwikkelen.
In gebruik nemen
Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten, volgens hoofdstuk technische gegevens.
• Houd bij het opstellen van het apparaat voldoende afstand
• t.o.v. warmtebronnen.
Zorg dat gordijnen of andere objecten de luchtstroom niet
hinderen.Vooral bij het opstellen van het apparaat in natte
omgevingen, het apparaat in de gebouwinstallatie volgensde voorschriften afzekeren met een geschikte
aardlekschakelaar (FI-automaat).
Luchtfilter plaatsen
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
• Zorg voor het inschakelen dat het luchtfilter is
geïnstalleerd.
Condensreservoir plaatsen
• Zorg dat de vlotter correct is geplaatst in het
condensreservoir.Controleer of het condensreservoir leeg is en correct is
geplaatst.
• Netsnoer aansluiten
• Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.
Controleer de toestand van het netsnoer voordat het
apparaat weer in gebruik wordt genomen. Bij twijfel aan de probleemloze toestand hiervan, contact opnemen met de klantendienst. Plaats het apparaat rechtop en stabiel. Voorkom struikelgevaar bij het leggen van het netsnoer, resp. andere elektrische snoeren, vooral bij het opstellen van het apparaat middenin een ruimte. Gebruik snoerbruggen. Zorg dat verlengsnoeren volledig zijn uit-/afgerold.
ABCCD
Ventilatorsnelheid instellen
U kunt op ieder moment kiezen tussen een lage en een hoge
ventilatorsnelheid (wasdroogfunctie).• Draai de keuzeschakelaar (13) naar de gewenste
ventilatorsnelheid.
Ontvochtiging
Het apparaat draait tot het bereiken van de gewenste relatieve
ruimteluchtvochtigheid. Daarna schakelt de compressor uit en draait de ventilator door. Wordt de gewenste relatieve ruimteluchtvochtigheid overschreden, schakelt de compressor weer in.De gewenste relatieve ruimteluchtvochtigheid kan op ieder
moment worden ingesteld.U kunt op ieder moment kiezen tussen een lage en een hoge
ventilatorsnelheid (wasdroogfunctie).
Bedrijf met slang aan de condensaansluiting
Voor langdurig continubedrijf of onbewaakte ontvochtiging,moet een geschikte condensafvoerslang worden aangesloten op
het apparaat. ü Een geschikte slang (diameter: 15 mm) ligt klaar. ü Het apparaat is uitgeschakeld.• Verwijder de rubberplug uit de slangaansluiting.
Bediening
Vermijd open deuren en ramen.• Het apparaat werkt na het inschakelen volautomatisch.
• De ventilator draait bij ontvochtigingsbedrijf permanent,
ook na het bereiken van de ingestelde gewenste waarde, tot het uitschakelen van het apparaat.
Bedieningselementen
Nr. Aanduiding
12 Indicatie FULL
13 Keuzeschakelaar
14 Draaischakelaar
15 Indicatie POWER
Betekenis
Wordt bij vol of niet correct
geplaatst condensreservoir
weergegeven
Voor het kiezen van de capaciteit: H = hoge ventilatorsnelheid (wasdroogfunctie) L = lage ventilatorsnelheid
Voor het kiezen van de gewenste
relatieve luchtvochtigheid: MIN = geringe luchtvochtigheid (tot max. 30 %) MAX = hoge luchtvochtigheid (tot max. 90 %)
Wordt weergegeven nadat het
apparaat is ingeschakeld
Apparaat inschakelen
Nadat het apparaat, zoals in hoofdstuk inbedrijfstelling is beschreven, klaar voor gebruik is opgesteld, kan het worden ingeschakeld.• Schakel het apparaat in met de aan- / uit-schakelaar (4).
Het apparaat start met de Ontvochtiging. De indicatie POWER (15) brandt.
Bedrijfsmodus instellen
Gewenste relatieve ruimteluchtvochtigheid instellen
U kunt de gewenste relatieve ruimteluchtvochtigheid op ieder
moment wijzigen.• Regel de gewenste luchtvochtigheid, door de
draaischakelaar (14) naar een stand tussen MIN en MAX te draaien.
• Schuif het ene uiteinde van de slang op de
• Plaats het condensreservoir weer in het apparaat.
slangaansluiting.
Beschadig de vlotter niet bij het plaatsen en verwijderen
van het condensreservoir. Zorg hierbij dat de vlotter correct is gepositioneerd. Zorg dat het condensreservoir goed wordt geplaatst,anders zal het apparaat niet opnieuw worden
ingeschakeld.
• Verwijder het condensreservoir uit het apparaat.
• Steek de rubberdop in de condensafvoer.
• Het andere uiteinde van de slang naar een geschikte
afvoer (bijv. afvoerputje of een voldoende groot opvangreservoir) leiden. Zorg dat de slang niet wordt geknikt.
Verwijder de slang als het condens weer moet worden
opgevangen via het condensreservoir. Laat de slang voor het opslaan drogen. De slang kan in elke willekeurigebedrijfsmodus worden aangesloten voor permanent gebruik
Automatische ontdooiing
Bij lage omgevingstemperaturen (onder 15 °C), kan de verdamper tijdens het ontvochtigen bevriezen. Het apparaat voert daarna elke 30 minuten een automatische ontdooiing uit, die 5 minuten duurt. Tijdens de ontdooifase wordt de ontvochtiging kort onderbroken.
Defecten en storingen
Het apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een
goede werking getest. Mochten er desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgende lijst.
Info
Het wordt aanbevolen het apparaat niet bij
temperaturen onder 5 °C te gebruiken.
Het apparaat tijdens de automatische ontdooien niet
uitschakelen. De netstekker niet uit het stopcontact trekken.
Wasdroging
Het apparaat kan daarnaast ook als ruimtelucht-wasdroger voor
ondersteuning van de droging van nat wasgoed in woon- of
werkruimten worden gebruikt.Houd bij het plaatsen van het apparaat of een wasrek rekening
met de minimale afstanden volgens de technische gegevens.Voor wasdroging moeten de volgende waarden worden
vooringesteld: Kastdroog = 46% relatieve luchtvochtigheid• Strijkdroog = 58% relatieve luchtvochtigheid
• Voorgedroogd = 65% relatieve luchtvochtigheid
Gebruik evt. een meetapparaat voor het meten van de luchtvochtigheid.• Kies met de keuzeschakelaar (13) de hoge
ventilatorsnelheid (wasdroogfunctie). De wasdroogfunctie is ingesteld.
Buiten gebruik stellen
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
Schakel het apparaat uit.• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
• Verwijder indien nodig de condensafvoerslang en de hierin
aanwezige restvloeistof. Indien nodig het condensreservoir legen. Reinig het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud.• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk opslag.
Het apparaat start niet:• Controleer de netaansluiting.
Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen. Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie. Controleer het vulpeil van het condensreservoir, indien nodig leegmaken. De indicatie FULL (12) mag niet branden. Controleer of het condensreservoir goed is geplaatst. Controleer de ruimtetemperatuur. Houd rekening met hettoegestane werkbereik van het apparaat volgens de
technische gegevens. Het kan zijn dat het apparaat niet start door te lage omgevingstemperaturen (< 5 °C).• Wacht 10 minuten, voordat u het apparaat opnieuw start.
• Mocht het apparaat niet opstarten, laat dan een elektrische
controle uitvoeren door gespecialiseerd bedrijf of door
Trotec.• Het apparaat werkt, maar er is geen condensvorming:
Controleer de vlotter in het condensreservoir op
• vervuilingen. Indien nodig het condensreservoir reinigen.
De vlotter moet soepel bewegen. Controleer de ruimtetemperatuur. Houd rekening met hettoegestane werkbereik van het apparaat volgens de
technische gegevens. Het kan zijn dat het apparaat niet start door te lage omgevingstemperaturen (< 5 °C).Controleer of de relatieve ruimteluchtvochtigheid
overeenkomt met de technische gegevens.Controleer de vooringestelde relatieve
ruimteluchtvochtigheid. De luchtvochtigheid in de opstelruimte moet boven het gekozen bereik liggen. Controleer het luchtfilter op vervuilingen. Het luchtfilter indien nodig reinigen, resp. vervangen. Controleer de condensor uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat een vervuilde condensor reinigen door een gespecialiseerd bedrijf of door Trotec.• Het apparaat kan net een automatische ontdooiing
uitvoeren. Tijdens automatische ontdooiing vindt geen ontvochtiging plaats.
Het apparaat maakt herrie, resp. trilt:• Controleer of het apparaat rechtop en stabiel staat.
Condenslekkage:• Controleer het apparaat op lekkages.
De compressor start niet:• Controleer de ruimtetemperatuur. Houd rekening met het
toegestane werkbereik van het apparaat volgens de
technische gegevens. Het kan zijn dat het apparaat niet start door te lage omgevingstemperaturen (< 5 °C).Controleer of de relatieve ruimteluchtvochtigheid
overeenkomt met de technische gegevens.Controleer de vooringestelde relatieve
ruimteluchtvochtigheid. De luchtvochtigheid in de opstelruimte moet boven het gekozen bereik liggen.Controleer of de oververhittingsbeveiliging van de
compressor is geactiveerd. Scheid het apparaat van het stroomnet en laat het ca. 10 minuten afkoelen, voor het weer aansluiten hiervan op het stroomnet.• Het apparaat kan op dat moment evt. een automatische
ontdooiing uitvoeren. Tijdens een automatisch ontdooiing vindt geen ontvochtiging plaats.
Het apparaat wordt zeer heet, maakt herrie, resp. capaciteit daalt:• Controleer de luchtinlaten en het luchtfilter op vervuilingen.
Verwijder uitwendige vervuilingen. Controleer het apparaat uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat een inwendig vervuildapparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door Trotec.
• Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel het apparaat daarna weer in.
Werkt uw apparaat na deze controles nog niet
probleemloos? Neem contact op met de klantenservice. Breng het apparaatvoor reparatie naar een gespecialiseerd bedrijf op het gebied
van koel- en koudetechniek of naar Trotec
Onderhoud
Onderhoudsintervallen
Onderhouds- en verzorgingsinterval Elke keer voor het
in gebruik nemen
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Indien
nodig
Minimaal elke
2 weken
Minimaal elke
4 weken
Minimaal elke
6 maanden
Minimaal
jaarlijks
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van
het apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en vreemde
objecten controleren, indien nodig reinigen resp. vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en/of afvoerslang
leegmaken
Onderhouds- en verzorgingsrapport
Apparaattype:
Apparaatnummer
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van
het apparaat op vervuilingen
Luchtfilter op vervuilingen en vreemde
objecten controleren, indien nodig reinigen resp. vervangen
Luchtfilter vervangen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsschroeven controleren
Proefdraaien
Condensreservoir en/of afvoerslang
leegmaken
Opmerkingen
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
Luchtfilter reinigen
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
Schakel het apparaat uit.• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Werkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Koudemiddelkringloop
• De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij,
hermetisch gesloten systeem en mag alleen door
gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koude- en
klimaattechniek of door Trotec worden onderhouden, resp. gerepareerd.
Behuizing reinigen
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek. Zorg dat geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, bijv. reinigingssprays, oplosmiddelen, alcoholhoudende reinigingsmiddelen of schuurmiddelen voor het bevochtigen van de doek.
Visuele controle van het inwendige van het apparaat
op vervuilingen
• Verwijder het luchtfilter.
• Schijn met een zaklamp in de openingen van het apparaat.
• Controleer het inwendige van het apparaat op vervuilingen.
• Ziet u een dikke stoflaag, laat dan het inwendige van het
apparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het
gebied van koel- en koudetechniek of door Trotec.
• Plaats het luchtfilter weer.
Controleer of het luchtfilter niet versleten of
beschadigd is. De hoeken en randen van het luchtfilter mogen niet zijn vervormd of afgerond. Controleer voorhet weer plaatsen van het luchtfilter of het
onbeschadigd en droog is!
Het luchtfilter moet worden gereinigd, zodra het vervuild is. Dit is bijv. merkbaar aan een gereduceerde capaciteit (zie hoofdstuk defecten en storingen).• Verwijder het luchtfilter uit het apparaat.
• Maak het filter schoon met een zachte, licht bevochtigde,
pluisvrije doek. Is het filter sterk vervuild, maak het dan schoon met warm water, vermengd met een neutraal reinigingsmiddel.
• Laat het filter volledig drogen. Plaats geen nat filter in het
apparaat!
• Plaats het luchtfilter weer in het apparaat.
• Het reservoir uitspoelen met schoon water. Reinig het
reservoir regelmatig met een mild reinigingsmiddel (geen afwasmiddel!).
• Plaats het condensreservoir weer in het apparaat.
Beschadig de vlotter niet bij het plaatsen en verwijderen
van het condensreservoir. Zorg hierbij dat de vlotter correct is gepositioneerd. Zorg ook dat het condensreservoir goed wordt geplaatst,anders zal het apparaat niet opnieuw worden
ingeschakeld.
Condensreservoir legen
Is het condensreservoir vol of niet correct geplaatst, brandt de indicatie FULL (12) op het bedieningspaneel. Compressor en ventilator schakelen uit.• Verwijder het condensreservoir uit het apparaat.
Activiteiten na het onderhoud
Wilt u het apparaat verder gebruiken:• Laat het apparaat 12 tot 24 uur stilstaan, zodat het
koudemiddel zich kan verzamelen in de compressor. Schakel het apparaat pas na 12 tot 24 uur weer in! Anderskan de compressor beschadigd raken en het apparaat niet
meer werken. In dit geval vervalt elke aanspraak op garantie.
• Het apparaat weer aansluiten door de netstekker in het
stopcontact te steken.
Gebruikt u het apparaat langere tijd niet:• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk opslag.
• Het condensreservoir legen via een afvoer of in een
gootsteen.
Technische bijlagen
Technische gegevens
Parameter
Model
Waarde
TTK 75 S
Luchthoeveelheid
Ontvochtigingscapaciteit, max. 24 l / 24 h180 m3/h
5 °C tot 35 °C
Werkbereik (temperatuur)
Werkbereik (relatieve luchtvochtigheid)
Druk zuigzijde
Druk uitlaatzijde
Netaansluiting
30 % tot 90 % r.v.
1 MPa
2 MPa
1/N/PE ~ 220 - 240 V / 50 Hz
Opgenomen vermogen, max.
0,33 kW
Nominale stroom
Koudemiddel
Koudemiddelhoeveelheid
1,5 A
R-134a
170 g
GWP-factor
CO2-equivalent
Vulhoeveelheid waterreservoir 3,6 l
1.430
0,24 t
Geluidsdrukniveau
40 dB(A)
Afmetingen (lengte x breedte x hoogte)
Minimale afstand t.o.v. wandenen objecten
A: boven: B: achter: C: zijkant: D: voor:
30 cm
20 cm
13 kg
Gewicht
Elektrisch schema
Reserveonderdeeloverzicht
Opmerking: De positienummers van de reserveonderdelenonderscheiden zich van de in de bedieningshandleiding
gebruikte positienummers van de onderdelen
Front Shell Of Plastic Handle 2
25 Left Side Panel
Reserveonderdeellijst
No. Spare Part
1 Wind Speed Knob
Humidity Knob
Indicator Cap
Front Panel
Indicator Keystoke
PCB Frame11
8 Water-Full Indicator Board
Power Indicator Board
10 Wind Speed Switch
11 Humidity Switch
12 Motor
13 Duct
14 Fan
15 Motor Capacitor
16 Duct Cover
17 Terminal Board
18 PCB Board
19 Electrical Box
Recycling
QTY No. Spare Part
20 Water Tray
21 Condenser
22 Evaporator
23 Dry Filter
24 Left Side Connector
26 Left Side Decorative Frame
27 Back Shell Of Plastic Handle
28 Covering Buckle
29 Power Switch
30 Filter Frame
31 Dust Filter
32 Filter Cover
33 Covering Board
34 Back Panel
35 Compressor Capacitor Clip
36 Compressor Capacitor
37 Compressor
38 Rubber Frame For Compressor 1
QTY
39 Axle
40 Pressing Block For Left Side Axle
41 Pressing Block For Right Side Axle 1
42 Base Panel
43 Wheel
44 Frame
45 Universal Castor
46 Microswitch
47 Power Controller
48 Inlet Pipe
49 Outlet Pipe
50 Right Side Panel
51 Right Side Decorative Frame
52 Right Side Connector
53 Floater
54 Water Tank
55 Water Tank Handle