IDS 30 F
BETRIEBSANLEITUNG
HEIZSTRAHLER
VERTALING VAN DE
OORSPRONKELIJKE
GEBRUIKSAANWIJZING
OLIEVERWARMINGSAPPARAAT
Inhoudsopgave
Aanwijzingen bij de gebruikshandleiding
Veiligheid
Informatie over het apparaat
Transport en opslag
Montage en in gebruik nemen
Bediening
Nabestelbare accessoires
Defecten en storingen
Onderhoud
Technische bijlagen
Info
Aanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en
veilig uitvoeren van uw werkzaamheden.
Handleiding opvolgen
Aanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de
gebruiksaanwijzing moet worden opgevolgd.De actuele versie van de gebruiksaanwijzing kunt u downloaden
via de volgende link:
https://hub.trotec.com/?id=44289
Recycling
Veiligheid
Conformiteitsverklaring
Aanwijzingen bij de gebruikshandleiding
Symbolen
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door elektrische spanning.
Waarschuwing voor brandgevaarlijke stoffen
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door brandgevaarlijke
stoffen.
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door hete oppervlakken.
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een
middelmatige risicograad, dat indien niet vermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.
Voorzichtig
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage
risicograad, dat indien niet vermeden gering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.
Het signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. op materiële schade), maar niet op gevaren.
Lees deze handleiding vóór het in gebruik nemen/gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding
altijd in de directe omgeving van de opstellocatie resp. bij het apparaat.
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen kunnen een elektrische schok, brand en/ of zwaar letsel veroorzaken.Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen
voor later gebruik.Dit apparaat mag niet door kinderen en personen onder
16 jaar worden gebruikt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door
kinderen en personen onder 16 jaar worden uitgevoerd.
Gebruik het apparaat niet in ruimten, als hier personen aanwezig zijn, die de ruimte niet zelfstandig kunnen verlaten en niet permanent onder toezicht staan.
• Gebruik het apparaat niet in ruimten of omgevingen met
explosiegevaar en plaats het daar nooit.
• Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen.
• Plaats het apparaat stabiel op een stevige ondergrond.
Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand.
• Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte
Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal
Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.• Het apparaat niet afdekken tijdens bedrijf.
• Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten
van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand. Let op: In Duitsland geldt de 'BundesImmissionsschutzverordnung' (staats-immisieverordening).Gebruik de installatie niet langer dan 3 maanden op
dezelfde locatie. Informeer uzelf voor het ontwerpen van de uitlaatgasinstallatie m.b.t. de nationale wetgeving en neem contact op met een verantwoordelijke vakspecialist.• Ga niet op het apparaat zitten.
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren
op afstand. Gebruik het apparaat alleen onder toezicht.Controleer voor elk gebruik van het apparaat de
accessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijke
beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten of apparaatonderdelen.Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn
beschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren).Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrische
kabels of aan de netaansluiting!• De netaansluiting moet voldoen aan de gegevens in de
• technische bijlage.
Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.
• Houd bij het kiezen van verlengsnoeren rekening met het
vermogen van het apparaat, de kabellengte en het gebruiksdoel. Rol de verlengkabel volledig uit. Voorkom elektrische overbelastingen. Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit
het stopcontact trekken.Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het
stopcontact als u het apparaat niet gebruikt.• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker
of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moet hetdoor de fabrikant of de klantendienst hiervan of door een
vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen, zodat gevaren worden voorkomen.Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de
gezondheid!
• Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten evenals met de opslag- en gebruiksomstandigheden, volgens de technische bijlage. Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn.Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en losse
voorwerpen.• Plaats het apparaat niet op een brandbare ondergrond.
Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop. Uitsluitend originele reserveonderdelen gebruiken. omdatanders een correcte en veilige werking niet is
gewaarborgd.
• Geen ontvlambare materialen in de buurt van het apparaat
opslaan (minimale afstand 3 m).
• Het apparaat niet transporteren met aangesloten
brandstofleiding.
• De betreffende brandpreventiemaatregelen opvolgen.
• Het apparaat uitsluitend in overdekte buitenomgevingen of
• in geventileerde binnenruimten met rookgasafvoer
opstellen.Plaats het apparaat alleen in de buurt van schoorstenen of
elektrische schakelkasten, die voldoen aan de opgegeven specificaties.
• Gebruik het verwarmingsapparaat niet met een
programmeerbare regeling, een tijdschakelklok, eenseparaat afstandsbedieningssysteem of een andere
inrichting, die het verwarmingsapparaat automatisch inschakelt, omdat brandgevaar bestaat als hetverwarmingsapparaat wordt afgedekt of verkeerd is
gepositioneerd.
Bedoeld gebruik
Het apparaat is ontwikkeld voor het leveren van warme lucht en
mag uitsluitend onder een overkapping in de buitenlucht of in
geventileerde binnenruimten worden gebruikt, volgens de technische gegevens. Het apparaat is geschikt voor het verwarmen van grote ruimten, zoals tenten, opslaghallen, werkplaatsen, bouwplaatsen, kassen of landbouwloodsen.Het apparaat is bedoeld voor gebruik zonder veel wisselen van
locatie.Het apparaat mag uitsluitend in ruimten met een voldoende
toevoer van verse lucht en afvoer van uitlaatgassen worden
gebruikt. Het apparaat mag alleen met stookolie EL (extra licht) en diesel, maar niet met benzine, zware stookolie, etc. worden gebruikt.De meegeleverde schoorsteen mag alleen bij gebruik in de
buitenlucht worden toegepast.
Voorspelbaar verkeerd gebruik
• Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het
apparaat.
• Gebruik het apparaat niet in de buurt van benzine,
oplosmiddelen, lakken of andere licht ontvlambare dampen of in ruimten waar deze worden bewaard.
• Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht, als het
apparaat wordt blootgesteld aan slechte
weersomstandigheden (bijv. regen) en geen overkapping mogelijk is.
• Het apparaat mag niet in brand- en explosiegevaarlijke
ruimten en omgevingen worden opgesteld en gebruikt.
• Gebruik het apparaat in de buitenlucht niet zonder
overkapping.
• Het apparaat mag niet in ruimten met onvoldoende toevoer
van verbrandingslucht worden gebruikt.
• Geen eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aanof ombouwwerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
Persoonlijke kwalificaties
Personen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren, die ontstaan bij het
werken met olieverwarmingsapparaten door hitte, brandgevaar en gebrekkige ventilatie.zich bewust zijn van de gevaren die ontstaan bij de
omgang met brandstoffen, zoals stookolie EL of diesel. de gebruiksaanwijzing, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben gelezen en begrepen.
Veiligheidsinrichtingen
Het apparaat is uitgerust met een elektronische vlam- en
overtemperatuurbewaking, die via een fotocel en een veiligheidsthermostaat werkt. De elektronische regeleenheid regelt de opstart, stilzet- en veiligheidsuitschakeltijden bij storingen. De regeleenheid is uitgerust met een reset-toets, waarvan de kleur (bedrijfsindicatie) afhankelijk is van de bedrijfsmodus:• uitgeschakeld bij pauze- of standby-modus van het
apparaat, in afwachting van de warmtevraaggroen permanent brandend tijdens normaal bedrijf van het
apparaat
rood permanent brandend tijdens veiligheidsuitschakeling
van het apparaat
oranjegekleurd knipperend bij bedrijfsonderbrekingen door
sterke netspanningsschommelingen (T < 175 V of T > 265 V). Het bedrijf wordt na het stabiliseren van de spanning tussen 190 V en 250 V automatisch weer hervat• Als het apparaat de veiligheidsuitschakeling heeft geactiveerd:
• Voor het hervatten van het bedrijf 3 seconden op de reset-
toets (25) drukken.
Letselgevaar door ontploffing!Onverbrande stookolie kan zich verzamelen in de
verbrandingskamer en bij het daarna herinschakelen
ontsteken.Nooit meer dan twee herstartpogingen na elkaar
uitvoeren.
Is nog steeds sprake van de veiligheidsuitschakeling:• Voor het weer in gebruik nemen van het apparaat, de
storingsoorzaak vaststellen (zie hoofdstuk defecten en storingen) en de storingsoorzaak verhelpen.• Druk minimaal 5 seconden op de reset-toets (25).
Het zelfdiagnoseprogramma start. Na het afronden van het zelfdiagnoseprogramma, krijgt de reset-toets een kleur (zelfdiagnose-indicatie), afhankelijk van de storingsoorzaak:• oranjegekleurd knipperend bij het registreren van een
verkeerde vlam bij het opstarten
roodgekleurd knipperend bij het registreren van een
ontbrekende vlam bij het opstarten
rood-/groengekleurd knipperend bij het registreren van
een ontbrekende vlam tijdens bedrijf
oranjegekleurd permanent brandend bij interne fouten van
de elektronische regeleenheid
• Zie hoofdstuk defecten en storingen voor het bepalen van de
storingsoorzaak.
Restgevaren
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de netstekker vast te pakken
Het apparaat mag niet worden afgedekt, er bestaat acuut brandgevaar!
Letselgevaar door vergiftiging!Ondeskundig installeren van de uitlaatgasafvoer kan
leiden tot schade voor de gezondheid. Laat het installeren door een vakman uitvoeren!
Gedrag bij noodgevallen
• Bij noodgevallen de ontstekingsvlam direct uitschakelen,
door de keuzeschakelaar naar de stand 0 te schakelen.• Bij noodgevallen het apparaat scheiden van de netvoeding:
Schakel het apparaat uit en trek de netstekker uit het
stopcontact.
• Breng personen buiten de gevarenzone.
• Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de
netaansluiting.
Informatie over het apparaat
Beschrijving van het apparaat
Het indirect gestookte olieverwarmingsapparaat dient voor het
verwarmen van ruimtelucht, voor een snelle verwarming van grote, goed geventileerde ruimten. Het olieverwarmingsapparaat wordt gebruikt met stookolie of diesel, het mag niet worden gebruikt met benzine of zware stookolie, etc.Het gaat om een olieverwarmingsapparaat met indirecte
verbranding voor het opstellen op overdekte plaatsen buiten of
in ruimten met voldoende toevoer van verse lucht. Omdat deze geen geïntegreerde tank heeft, is hij zeer geschikt voor mobiel gebruik en regelmatig wisselende gebruikslocaties.Het apparaat heeft een uitlaatgasaansluiting voor de afvoer van
de uitlaatgassen via de schoorsteen. Het tanken gebeurt via een externe tank of jerrycans.De keuze tussen twee bedrijfsmodi zorgt dat de regeling van het
olieverwarmingsapparaat zowel handmatig door de gebruiker,als automatisch met ondersteuning door een externe
thermostaat mogelijk is.
Werkingsprincipe
Het apparaat zorgt voor warmte door het langs de
verbrandingskamer leiden van koude lucht. In de verbrandingskamer wordt de brandstof verbrand. Deaangezogen lucht wordt verwarmd en bij de uitblaasopening
weer afgegeven aan de omgeving.
Waarschuwing voor brandgevaarlijke stoffen
Er bestaat brandgevaar bij de omgang met
brandstoffen.Neem voldoende preventieve maatregelen bij de
omgang met brandstoffen, zoals stookolie, kerosine of diesel. Mors geen diesel, kerosine of stookolie! Dampen niet inademen en geen brandstof inslikken! Vermijd huidcontact!
Onderdelen van het apparaat, vooral bij de luchtuitlaat, worden tijdens bedrijf zeer heet. Er bestaat verbrandings- en brandgevaar. Raak het apparaat niet aan tijdens bedrijf! Tijdens bedrijf een veiligheidsafstand van min. 3 m vanaf de voorkant van het apparaat aanhouden! De minimale afstanden t.o.v.wanden en objecten volgens de technische gegevens
aanhouden!
Onderdelen van het apparaat kunnen zeer heet worden
en tot verbrandingen leiden. Let vooral goed op als kinderen of andere kwetsbare personen aanwezig zijn!
Er bestaat verbrandingsgevaar bij ondeskundig
hanteren. Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bedoeld gebruik!
Er bestaat verbrandingsgevaar en gevaar voor
stroomstoten bij ondeskundig hanteren.Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bedoeld
gebruik!
Van dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het
ondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordt
gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties!
Het apparaat is geen speelgoed en hoort niet in
kinderhanden.
Verstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos
rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijk speelgoed zijn.
Er bestaat brandgevaar bij ondeskundig opstellen. Plaats het apparaat niet op een brandbare ondergrond. Plaats het apparaat niet op hoogpolige vloerbedekking.
Overzicht van het apparaat
Schematisch binnenaanzicht
Verbrandingskamer
Brander
Verstuiver
Magneetventiel
Motor
Ventilator
Pomp
Bedieningspaneel
Weerbeschermingskap
Schoorsteenpijp
Behuizing
Transportgreep
Frame
Aansluiting voor tankleiding
Opname voor tankaanzuigbuis
Bedieningspaneel
Luchtinlaat
Aansluitkit voor jerrycan (optioneel)
Beschermbeugel
Luchtuitlaat
Schoorsteenaansluiting voor rookgasafvoer
Keuzeschakelaar:• l = ON (handmatig bedrijf aan)
• 0 = apparaat uit
II = ON (automatisch bedrijf aan)
Thermostaatcontactdoos
Lamp
Netsnoer
Reset-toets
12345131211ONON1067984161417151819202223242521
Transport en opslag
• Controleer of de schoorsteen goed vastzit.
Het apparaat kan beschadigd raken als het niet correct
wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m.b.t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen.
Transport
Neem vóór elk transport de volgende instructies in acht:• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Schakel het apparaat uit.
door de stekker vast te pakken.
• Gebruik het netsnoer niet als trektouw.
Laat het apparaat voldoende afkoelen.• De snelkoppelingen bij de tankaansluiting losmaken.
• Bij gebruik van de optionele jerrycan-adapter:
– Verwijder de aanzuigbuis van de jerrycan-tankinrichting
uit de jerrycan.
– De aanzuigbuis in de opname steken. – De afsluitdop bevestigen.
Transporteer het apparaat altijd met z'n tweeën.
Tijdens het transport de volgende instructies opvolgen:• Gebruik de transportgrepen.
• Houd er rekening mee dat de beschermingsbeugels niet
geschikt zijn als transportgrepen.
Opslag
Vóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Schakel het apparaat uit.
door de stekker vast te pakken. Laat het apparaat voldoende afkoelen.• De snelkoppelingen bij de tankaansluiting losmaken.
• Bij gebruik van de optionele jerrycan-adapter:
– Verwijder de aanzuigbuis van de jerrycan-tankinrichting
uit de jerrycan.
– De aanzuigbuis in de opname steken. – De afsluitdop bevestigen.
Demonteer de schoorsteen vóór elk transport en plaats deze in de hiervoor bedoelde houder. Ga als volgt te werk bij het demonteren van de schoorsteen:• Verwijder de weerbeschermkap (1) van de schoorsteen.
• Verwijder de schoorsteenpijp (2) uit de
schoorsteenaansluiting.
• Plaats de schoorsteenpijp in de houder van het apparaat.
• Plaats de weerbeschermingskap (1) op de
schoorsteenaansluiting (13).
ONON1213ONON
• Bevestig de bouten aan beide kanten.
• Bevestig de achterste beschermbeugel met elk 2 bouten
aan elke kant.
• Controleer of de beschermbeugels goed vastzitten.
Houd bij het niet gebruiken van het apparaat rekening met de
volgende opslagcondities:• Droog en tegen vocht en hitte beschermd
• Rechtopstaand op een positie die beschermd is tegen stof
en direct zonlicht
Indien nodig met een hoes tegen binnendringen van stof
beschermen
Er kunnen maximaal 2 apparaten op elkaar gestapeld
worden opgeslagen
• Montage en in gebruik nemen
Leveromvang
• 1 x apparaat
1 x opname voor tankaansluiting
1 x opzetstuk voor frame-onderstel
1 x weerbeschermingskap
1 x verlenging voor de uitlaatgasafvoer
1 x schoorsteen
1 x handleiding
Apparaat uitpakken
• Open de doos en het apparaat hieruit halen.
• Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.
• Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het
netsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij het
afwikkelen.
Montage
Transportframe monteren
Het transportframe is bij levering al gedeeltelijk
voorgemonteerd. De beschermbeugels voor en achter moeten nog worden gemonteerd.• Plaats de voorste beschermbeugel voor op het apparaat.
Rookgasafvoer
• Informeer uzelf voor het ontwerpen van de
uitlaatgasinstallatie m.b.t. de nationale wetgeving en neemcontact op met een hiervoor verantwoordelijke vakkracht
(volgens DIN in Duitsland).Zorg voor een ongehinderde en voldoende toevoer van
verbrandingslucht (bijv. door luchttoevoer- en - afvoeropeningen in deuren, plafonds, ramen, wanden of een ruimteventilatiesysteem).Laat de uitlaatgasemissiewaarden van de brander
regelmatig controleren
ONONONON1213
Schoorsteen monteren
De schoorsteen is uitsluitend geschikt voor de rookgasafvoer in
de buitenlucht.Ga als volgt te werk voor het monteren van de schoorsteen op
het apparaat:• Haal de schoorsteenpijp uit de (2) uit de houder.
• Verwijder de weerbeschermingskap (1) van de
schoorsteenaansluiting (13).
• Plaats de weerbeschermingskap (1) op de
schoorsteenpijp (2).
• Controleer of de schoorsteen goed vastzit.
Schoorsteendoorvoer
Gebruik bij het ontwerp van een schoorsteendoorvoer de
volgende schematisch weergave:
• Plaats de schoorsteen (2) op de
schoorsteenaansluiting (13).
Schoorsteenaansluiting
Reinigingsopening met explosiebeveiligingsklep
Buitenwand
Rookgasafvoerkanaal – inwendig 20 x 20 cm
29 Wanddoorvoer met pijpkniestuk min. 5°
1213ONON213121326272829
A: min. 1 m B: min. 1 m C: zo kort mogelijk
Wanddoorvoer
Gebruik bij het ontwerp van een wanddoorvoer de volgende
schematisch weergave:
Olietoevoer tot stand brengen
Het apparaat wordt via snelkoppelingen verbonden met een
externe tank of een optionele jerrycan-tankinrichting.ü Het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud uit bedrijf
nemen.
ü Wacht bij het aansluiten van de externe tank, tot het
apparaat volledig is afgekoeld.
ü Gebruik uitsluitend brandstof die geschikt is voor het
apparaat (zie technische gegevens).
• Plaats het apparaat op een stevige, vlakke en onbrandbare
ondergrond.
• Schroef het deksel van de tankaansluiting van de externe
tank.
• Schroef het deksel van de tankaansluiting van het
apparaat.
• Bevestig de slang voor aanvoer en retour via de
snelkoppelingen bij de tankaansluiting van de externe
tank.
• Bevestig de slang voor aanvoer en retour via de
snelkoppelingen bij de tankaansluiting van het apparaat.
• Zorg dat de slang goed vastzit, zodat geen lekkages
kunnen ontstaan.
• Het apparaat is nu aan de olietoevoer aangesloten.
Schoorsteenaansluiting
Buitenwand
29 Wanddoorvoer met pijpkniestuk min. 5°Trekversterker H-vormig
A: min. 1 m B: min. 1 m C: zo kort mogelijk
• E: min. 1 m
13273029ONON
Opstelling
Bij de keuze van de opstellocatie voor het apparaat, moetrekening worden gehouden met een aantal ruimtelijke en
technische voorwaarden. Het negeren hiervan kan de correcte werking van het apparaat, resp. de accessoires nadelig beïnvloeden of leiden tot gevaren voor mensen en goederen.Bij het opstellen moet rekening worden gehouden met het
volgende:• Het apparaat mag uitsluitend op overdekte oppervlakken
worden gebruikt.
• Het apparaat moet stabiel en op een onbrandbare
ondergrond worden opgesteld.
• Het apparaat moet in de buurt van een schoorsteen, een
buitenwand of op een open, geventileerd oppervlak worden opgebouwd.
• Het apparaat moet worden aangesloten op een voldoende
afgezekerd netstopcontact.
• De opstelruimte van het apparaat moet voldoende worden
geventileerd.Zorg vooral voor een voldoende toevoer van verse lucht als
personen of dieren aanwezig zijn in dezelfde ruimte als het
apparaat!
• De minimale afstand van de aanzuigopening van het
apparaat t.o.v. de wand moet min. 2 m zijn (zie afbeelding).
• De minimale afstand van het apparaat t.o.v. ontvlambare
materialen moet min. 3 m zijn.
• De aanzuig- en uitblaasopeningen mogen niet worden
bedekt.Er mogen geen wanden of grote objecten aanwezig zijn in
de buurt van het apparaat. Er moeten voldoende brandblussers aanwezig zijn.• In gebruik nemen
• Controleer de volledigheid van de leveromvang van uw
apparaat. Bij storingen bij accessoires, contact opnemenmet de klantendienst van Trotec of het gespecialiseerd
bedrijf, waar u uw apparaat heeft gekocht.Controleer het apparaat en de aansluitonderdelen hiervan
op mogelijk beschadigingen.Zorg dat wordt voldaan aan de in het hoofdstuk opstellen
beschreven voorwaarden. Installeer de uitlaatgasafvoer van het apparaat vakkundig.U kunt het apparaat ook aansluiten op een schoorsteen of
bij een buitenwand, zoals in het hoofdstuk montage is weergegeven.• Het apparaat aansluiten op een externe tank of een
• jerrycan, zoals is beschreven bij het tot stand brengen van
de olietoevoer.Controleer het apparaat voor het in gebruik nemen en
controleer het tijdens gebruik regelmatig op een
probleemloze toestand.Controleer of de gegevens van het stroomnet
overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.Controleer voor elke inschakeling van het apparaat of de
ventilator vrij beweegt, voordat u de netstekker in het stopcontact steekt.
• Het netsnoer aansluiten op een voldoende afgezekerd
stopcontact (230 V/50 Hz /10 A). Op bouwplaatsen moet volgens de nationale bepalingen (in Duitsland: VDE 0100/0105) bij het stopcontact een aardlekschakelaar (FI) zijn voorgeschakeld.
Het apparaat is nu klaar voor gebruik.
Bediening
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die zijn
geïnstrueerd voor het bedienen van het apparaat.
Bedieningselementen
Brandgevaar door afdekking en verkeerde positionering
van het apparaat!Bij het afdekken of verkeerd positioneren van het
apparaat bestaat brandgevaar.Het apparaat nooit afdekken tijdens bedrijf en
positioneer het op voldoende afstand t.o.v. wanden en objecten (volgens het hoofdstuk technische bijlage).
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de netstekker vast te pakken.
Keuzeschakelaar:• l = ON (handmatig bedrijf aan)
• 0 = apparaat uit
II = ON (automatisch bedrijf aan)
Thermostaatcontactdoos
Lamp
Netsnoer
Reset-toets
Het apparaat heeft twee bedrijfsmodi:• Handmatig bedrijf
• Automatisch bedrijf met externe thermostaat (optioneel)
Handmatig bedrijf
Het apparaat werkt onafhankelijk van een regeleenheid voor het
continu leveren van warmte.• Het apparaat inschakelen, door de keuzeschakelaar (21)
naar de stand I (handmatig bedrijf aan) te schakelen.
Automatisch bedrijf (optioneel) Het apparaat kan alleen automatisch werken, als een regeleenheid (optioneel) wordt aangesloten, zoals een thermostaat. De thermostaat wordt aangesloten op het stopcontact voor de thermostaat (22).• Het apparaat inschakelen, door de keuzeschakelaar (21)
naar de stand II (automatisch bedrijf aan) te schakelen.
Is de opstartcyclus beëindigd, zal de elektronische
regeleenheid door een korte rode knipperindicatie van de
reset-toets (25) bevestigen dat het opstarten van het apparaat is afgerond.
Buiten gebruik stellen
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de netstekker vast te pakken.
Beschadiging van het apparaat door oververhitting!Schakel het apparaat nooit uit door het uit het
netstopcontact trekken van de netstekker. Hierdoor kan het apparaat oververhit raken. Het apparaat volgens de voorschriften uitschakelen. De netstekker pas uit het netstopcontact trekken, nadat de ventilatormotor volledig stilstaat.
• Schakel het apparaat uit, door de keuzeschakelaar in de
stand 0 te zetten.
• Gebruikt u een thermostaat, schakel het apparaat dan via
de instellingen van de regeleenheid uit (bijv. door de thermostaat op een lagere temperatuur te zetten).De vlam gaat uit en de ventilator draait nog ca
seconden door voor het afkoelen van de brander.
• Wacht tot het automatische afkoelen is beëindigd.
• Beveilig het apparaat tegen herinschakelen, door het uit
het stopcontact trekken van de netstekker
Olietoevoer loskoppelen
Ga als volgt te werk voor het loskoppelen van de olietoevoer:ü Zorg dat in de slang voor aanvoer en retour geen
brandstofresten meer aanwezig zijn.
ü Het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud uit bedrijf
nemen.
Nabestelbare accessoires
Accessoires
Thermostaat met 10 m kabel
Aansluiting voor externe olietank
ü Wacht bij het aansluiten van de externe tank, tot het
Adapterset tankkit-olieslang
Artikelnummer
6.100.007.016
6.100.006.185
7.210.000.003
6.100.006.037
6.100.006.184
6.100.006.160
6.100.006.161
6.100.006.216
Tankleiding met snelkoppelingen, lengte 5 m
Aansluitkit voor externe jerrycan
Tankpeilindicatie
Vulbuis-oliefilter
90°-bochtaansluiting voor uitlaatpijp
Luchtslang Tronect SP- C, lengte 7,6 m
6.100.001.265
Gebruik alleen accessoires en hulpapparaten die in de
gebruiksaanwijzing zijn opgegeven.Het gebruik van andere dan in de gebruiksaanwijzing
aanbevolen werkgereedschappen of andere
accessoires kan letselgevaar opleveren.
apparaat volledig is afgekoeld.
• De slang voor aanvoer en retour via de snelkoppelingen bij
de tankaansluiting van de externe tank loskoppelen.• De slang voor aanvoer en retour via de snelkoppelingen bij
de tankaansluiting van het apparaat loskoppelen IDS 30 F.
• Schroef de dop van de externe tank weer op de
tankaansluiting van de tank.
• Schroef de geschikte dop op de tankaansluiting van het
apparaat IDS 30 F.
Apparaat weer in gebruik nemen na een storing
Bij de eerste keer in gebruik nemen, resp. na het volledig leegmaken van het stookoliecircuit, kan de toevoer van stookolie naar de verstuiver onvoldoende zijn. Dan reageert de vlambewakingsinrichting en blokkeert het apparaat.• Wacht ca. 1 minuut.
• Druk ca. 5 seconden op de reset-toets (25).
• Het apparaat inschakelen.
Start het apparaat nog steeds niet:• Zorg dat het apparaat correct is aangesloten op een
externe tank of jerrycan (zie hoofdstuk montage).
• Druk op de rest-toets.
Zie hoofdstuk defecten en storingen, voor het bepalen van de overige storingsoorzaken.
ONON
Defecten en storingen
Werkzaamheden waarvoor het openen van het
apparaat noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Letselgevaar door ondeskundige reparatie!Probeer nooit veranderingen aan het apparaat of
reparaties zelf uit te voeren.Eigenhandige veranderingen kunnen tot zwaar letsel of
de dood leiden.Laat reparaties alleen uitvoeren door een
gecertificeerde en gespecialiseerde werkplaats.
Het apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een
goede werking getest. Mochten er desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgende lijst.
Het apparaat start niet:• Controleer de netaansluiting.
Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen. Constateert u beschadigingen, probeer dan niet het apparaat weer in gebruik te nemen. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moetdeze door de fabrikant of de klantendienst hiervan of door
een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden
vervangen, zodat gevaren worden voorkomen. Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie.
• Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel het apparaat daarna weer in.
Werkt het apparaat na deze controles nog niet
probleemloos: Neem contact op met de klantendienst. Het apparaat indiennodig voor reparatie naar een geautoriseerd elektrotechnisch
vakbedrijf of naar Trotec brengen
Foutcodes
Fout / storing
De ventilator draait
niet en de vlam
wordt niet ontstoken
Bedrijfstoestan
dsindicatie
Zelfdiagnoseindicatie
Uitgeschakeld
• Ventilator start niet of
schakelt uit tijdens
het opstarten of
tijdens bedrijf
• Oranjegekleurde
knipperende
Oorzaak
Maatregel
Regeleenheid
verkeerd ingesteld
Controleer of de regeleenheid correct is
ingesteld (de op de thermostaat ingestelde temperatuur moet bijv. hoger zijn dan de ruimtetemperatuur).
Regeleenheid defect Laat de regeleenheid vervangen door de
Geen
stroomvoorziening
Spanning < 175 V
Spanning > 265 V
Controleer de kenmerken van de
elektrische installatie (230 V-1~ – 50 Hz).Controleer de werking en de stand van de
keuzeschakelaar. Controleer of de zekering nog in orde is.
Controleer de voedingsspanning. Het apparaat start automatisch opnieuw op, als de spanning hoger wordt dan 190 V.
Controleer de voedingsspanning. Het apparaat start automatisch opnieuw op, als de spanning lager wordt dan 250 V.
Ventilator schakelt
uit tijdens het
opstarten of tijdens
bedrijf
Rood permanent
Oranjegekleurde
knipperende
Vlam aanwezig vóórontsteken door
transformator
Geef de klantendienst opdracht het
apparaat te reinigen en de stookolieresten
uit de verbrandingskamer te verwijderen.
Rood knipperende
of rood/groen
knipperende
Fotocel defect
Motorwikkeling
onderbroken of
doorgebrand
Motorlager
geblokkeerd
Laat de fotocel vervangen door de
Laat de motor vervangen door de
Motorcondensator
doorgebrand
Laat de motorcondensator vervangen door
de klantendienst.
Geen ontsteking
Controleer de verbindingen van de
ontstekingskabel bij elektroden en
transformator.Controleer de positie en afstand van de
elektroden.Controleer de vervuilingsgraad van de
elektroden.Laat de transformator vervangen door de
Vlambewakingsinric
hting defect
Laat de vlambewakingsinrichting
vervangen door de klantendienst.
Fotocel defect
De brander krijgt
geen of
onvoldoende
toevoer van
stookolie
Laat de fotocel vervangen door de
• De probleemloze toestand van de
koppeling tussen pomp en motor te
• Het stookoliecircuit te onderzoeken op
luchtinsluitingen en de lekdichtheid
van de leidingen en filterafdichting te
• De verstuiver te reinigen of te
vervangen.
Magneetventiel
defect
• De elektrische verbindingen te
• De veiligheidsthermostaat LI te
• Het magneetventiel te reinigen of te
vervangen.
Interne fout van de
elektronische
regeleenheid
Geef de klantendienst opdracht om de
regeleenheid resetten, minimaal twee pogingen ondernemen. Blijft storing aanwezig, vervang dan de regeleenheid.
Onvoldoende
toevoer van
verbrandingslucht
Toegevoerde
hoeveelheid
verbrandingslucht
te groot
Verwijder alle hindernissen of
verstoppingen bij aanzuig- en / of
uitblaasopeningen.Laat de positie van luchtinstelring
controleren door de klantendienst.Laat de draagplaat van de brander
controleren door de klantendienst.
Laat de positie van luchtinstelring
controleren door de klantendienst.
Gebruikte stookolie
verontreinigd, resp.bevat water
Vervang de gebruikte stookolie door schone
stookolie. Reinig het stookoliefilter.
Lucht in het
stookoliecircuit
Laat de lekdichtheid van de leidingen en
van het stookoliefilter controleren door de
Stookoliehoeveelhei
d bij brander
onvoldoende
• De pompdruk te controleren
• De verstuiver te reinigen of te
vervangen
Teveel stookolie bij
de brander
• De pompdruk te controleren.
• De verstuiver te vervangen.
Afdichting van
magneetventiel
defect
Laat het magneetventiel vervangen door de
Oranjegekleurde
permanent
• Ventilator start en de
vlam brandt met
rookontwikkeling
Groen
permanent
Apparaat schakelt
niet uit
• Groen
permanent
Onderhoud
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Aanzuigfilter op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indiennodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van
het apparaat op vervuilingen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsbouten controleren
Proefdraaien
Onderhoudsintervallen
Altijd voor het
in gebruik
nemen
Indien
nodig
Minimaal elke
2 weken
Minimaal elke
4 weken
Minimaal elke
6 maanden
Minimaal
jaarlijks
Onderhouds- en verzorgingsrapport
Apparaattype:
Apparaatnummer
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Aanzuigfilter op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indiennodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van
het apparaat op vervuilingen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsbouten controleren
Werkingstest
Opmerkingen
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
Schakel het apparaat uit.• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
door de stekker vast te pakken. Laat het apparaat volledig afkoelen.
• Werkzaamheden waarvoor het openen van het
apparaat noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Behuizing reinigen
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek. Zorg dat er geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals reinigingssprays, oplosmiddelen, alcoholhoudendereinigingsmiddelen of schuurmiddelen voor het bevochtigen van
de doek. De behuizing na het reinigen droogvegen.
Technische bijlagen
Technische gegevens
Parameter
Artikelnummer
Verwarmingstype
Luchthoeveelheid
Ventilator
Max. nominaleverwarmingsvermogen
Waarde
1.430.000.128
indirect
m³/uur
Axiale ventilator
34,1 kW
Nominaal verwarmingsvermogen
28,8 kW (24764 kcal)
Temperatuurverhoging ΔT
70 °C
Aansluitspanning
Stroomopname
V / 50 Hz
1,56 A
Luchttransportslang-aansluiting Ø 300 mm
Schoorsteenaansluiting Ø
Brandstofverbruik max.
Geluidsniveau (afstand 1m)
150 mm
3,25 l/uur
75 dB(A)
Afmetingen (lengte x breedte x hoogte)
Minimale afstanden t.o.v. wandenen objecten
A: boven B: achter C: zijkant D: voorkant
Gewicht
56 kg
Brandstoffen
Voor het apparaat zij de volgende brandstoffen toegestaan:• Diesel
Stookolie EL
Aansluitschema
Afkorting
Onderdeel
Afkorting
Onderdeel
AP
TA
ST
LI 1
EV 1
Regeleenheid
Thermostaataansluiting
Controlelampje
Veiligheidsthermostaat
Magneetventiel
FO
CO
FUA
RV
Fotocel
Condensor
Ventilatormotor
Zekering 3,15 A
Keuzeschakelaar
Reserveonderdeeloverzicht en reserveonderdeellijst
Info
De positienummers van de reserveonderdelen
verschillen van de in de gebruiksaanwijzing gebruikte
positienummers van de onderdelen
Schroef (cil. kop DIN 912 – M 8 x 25 VA)
Ring (DIN 125 – A Ø8,4 VA)
Moer (zeskant zelfborgend DIN 985 - M8 VA)
Moer (zeskant zelfborgend DIN 985 - M6)
Oliekachel
Klinknagel (Ø4x10 Al)
Ring (DIN – Ø8,4xØ24x1,8 VA) 10 Weerbeschermingskap (DN 150)
Ring (DIN – Ø6,4xØ20x1,25)
Schroef (verzonken inbus DIN - M6 x 16 V2A)
Expanderkabel (L = 450 mm)
Pijphouder
Slangaansluiting (IDS30 accessoire voorzetstuk 300 mm)
Universele aansluiting (universele aansluiting DN 150 conisch)
Klinknagel (Ø3,2x8 V2A)
IDS 30F frame
Info
De positienummers van de reserveonderdelen
verschillen van de in de gebruiksaanwijzing gebruikte
positienummers van de onderdelen.
Flexibele stookolieslang
61 Motor/pomp - koppeling
Uitblaasconus
Schoorsteenaansluiting
Isolatieplaat
Verbrandingskamer
Carrosserie-bovengedeelte
Carrosserie ondergedeelte
Draagbeugel carrosserie
Motor
Condensor
Draagbeugel motor
Houder stroomkabel
Kabeldoorvoer
Luchtcollector
Ventilator
Aantrekring
Aanzuigrooster
Flexibele stookolieslang
Beugel
Filter
Schakelkastje
Afdekking schakelpaneel
Kabeldoorvoer
Branderpijp
Veiligheidsthermostaat
Draagbeugel thermostaat
Schakelkastplaat
Vlambewaking
51 Montageplaat
Tweepolige schakelaar
Stopcontact
Deksel thermostaataansluitbus
Stroomtoevoerkabel
Lamp
Stookoliepomp
Spoel magneetventiel
59 Magneetventielhuis
Aansluiting, ijzer
Dunne slang
Verstuiver
Verstuiverhouder
Draagschijf brander
Contramoer, messing
Ontstekingselektrode
Hoogspanningskabel
Fotocel
Houder fotocel
Veiligheidsblokkeerschakelaar
BETRIEBSANLEITUNG
HEIZSTRAHLER
VERTALING VAN DE
OORSPRONKELIJKE
GEBRUIKSAANWIJZING
OLIEVERWARMINGSAPPARAAT
Inhoudsopgave
Aanwijzingen bij de gebruikshandleiding
Veiligheid
Informatie over het apparaat
Transport en opslag
Montage en in gebruik nemen
Bediening
Nabestelbare accessoires
Defecten en storingen
Onderhoud
Technische bijlagen
Info
Aanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en
veilig uitvoeren van uw werkzaamheden.
Handleiding opvolgen
Aanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de
gebruiksaanwijzing moet worden opgevolgd.De actuele versie van de gebruiksaanwijzing kunt u downloaden
via de volgende link:
https://hub.trotec.com/?id=44289
Recycling
Veiligheid
Conformiteitsverklaring
Aanwijzingen bij de gebruikshandleiding
Symbolen
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door elektrische spanning.
Waarschuwing voor brandgevaarlijke stoffen
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door brandgevaarlijke
stoffen.
Dit symbool wijst op gevaren voor het leven en de
gezondheid van personen door hete oppervlakken.
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een
middelmatige risicograad, dat indien niet vermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.
Voorzichtig
Dit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage
risicograad, dat indien niet vermeden gering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.
Het signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. op materiële schade), maar niet op gevaren.
Lees deze handleiding vóór het in gebruik nemen/gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding
altijd in de directe omgeving van de opstellocatie resp. bij het apparaat.
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen kunnen een elektrische schok, brand en/ of zwaar letsel veroorzaken.Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen
voor later gebruik.Dit apparaat mag niet door kinderen en personen onder
16 jaar worden gebruikt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door
kinderen en personen onder 16 jaar worden uitgevoerd.
Gebruik het apparaat niet in ruimten, als hier personen aanwezig zijn, die de ruimte niet zelfstandig kunnen verlaten en niet permanent onder toezicht staan.
• Gebruik het apparaat niet in ruimten of omgevingen met
explosiegevaar en plaats het daar nooit.
• Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen.
• Plaats het apparaat stabiel op een stevige ondergrond.
Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand.
• Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte
Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal
Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.• Het apparaat niet afdekken tijdens bedrijf.
• Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten
van het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand. Let op: In Duitsland geldt de 'BundesImmissionsschutzverordnung' (staats-immisieverordening).Gebruik de installatie niet langer dan 3 maanden op
dezelfde locatie. Informeer uzelf voor het ontwerpen van de uitlaatgasinstallatie m.b.t. de nationale wetgeving en neem contact op met een verantwoordelijke vakspecialist.• Ga niet op het apparaat zitten.
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren
op afstand. Gebruik het apparaat alleen onder toezicht.Controleer voor elk gebruik van het apparaat de
accessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijke
beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten of apparaatonderdelen.Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn
beschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren).Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrische
kabels of aan de netaansluiting!• De netaansluiting moet voldoen aan de gegevens in de
• technische bijlage.
Steek de netstekker in een volgens de voorschriften
gezekerd stopcontact.
• Houd bij het kiezen van verlengsnoeren rekening met het
vermogen van het apparaat, de kabellengte en het gebruiksdoel. Rol de verlengkabel volledig uit. Voorkom elektrische overbelastingen. Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit
het stopcontact trekken.Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het
stopcontact als u het apparaat niet gebruikt.• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker
of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moet hetdoor de fabrikant of de klantendienst hiervan of door een
vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen, zodat gevaren worden voorkomen.Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de
gezondheid!
• Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de
minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten evenals met de opslag- en gebruiksomstandigheden, volgens de technische bijlage. Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn.Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en losse
voorwerpen.• Plaats het apparaat niet op een brandbare ondergrond.
Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop. Uitsluitend originele reserveonderdelen gebruiken. omdatanders een correcte en veilige werking niet is
gewaarborgd.
• Geen ontvlambare materialen in de buurt van het apparaat
opslaan (minimale afstand 3 m).
• Het apparaat niet transporteren met aangesloten
brandstofleiding.
• De betreffende brandpreventiemaatregelen opvolgen.
• Het apparaat uitsluitend in overdekte buitenomgevingen of
• in geventileerde binnenruimten met rookgasafvoer
opstellen.Plaats het apparaat alleen in de buurt van schoorstenen of
elektrische schakelkasten, die voldoen aan de opgegeven specificaties.
• Gebruik het verwarmingsapparaat niet met een
programmeerbare regeling, een tijdschakelklok, eenseparaat afstandsbedieningssysteem of een andere
inrichting, die het verwarmingsapparaat automatisch inschakelt, omdat brandgevaar bestaat als hetverwarmingsapparaat wordt afgedekt of verkeerd is
gepositioneerd.
Bedoeld gebruik
Het apparaat is ontwikkeld voor het leveren van warme lucht en
mag uitsluitend onder een overkapping in de buitenlucht of in
geventileerde binnenruimten worden gebruikt, volgens de technische gegevens. Het apparaat is geschikt voor het verwarmen van grote ruimten, zoals tenten, opslaghallen, werkplaatsen, bouwplaatsen, kassen of landbouwloodsen.Het apparaat is bedoeld voor gebruik zonder veel wisselen van
locatie.Het apparaat mag uitsluitend in ruimten met een voldoende
toevoer van verse lucht en afvoer van uitlaatgassen worden
gebruikt. Het apparaat mag alleen met stookolie EL (extra licht) en diesel, maar niet met benzine, zware stookolie, etc. worden gebruikt.De meegeleverde schoorsteen mag alleen bij gebruik in de
buitenlucht worden toegepast.
Voorspelbaar verkeerd gebruik
• Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het
apparaat.
• Gebruik het apparaat niet in de buurt van benzine,
oplosmiddelen, lakken of andere licht ontvlambare dampen of in ruimten waar deze worden bewaard.
• Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht, als het
apparaat wordt blootgesteld aan slechte
weersomstandigheden (bijv. regen) en geen overkapping mogelijk is.
• Het apparaat mag niet in brand- en explosiegevaarlijke
ruimten en omgevingen worden opgesteld en gebruikt.
• Gebruik het apparaat in de buitenlucht niet zonder
overkapping.
• Het apparaat mag niet in ruimten met onvoldoende toevoer
van verbrandingslucht worden gebruikt.
• Geen eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aanof ombouwwerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
Persoonlijke kwalificaties
Personen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren, die ontstaan bij het
werken met olieverwarmingsapparaten door hitte, brandgevaar en gebrekkige ventilatie.zich bewust zijn van de gevaren die ontstaan bij de
omgang met brandstoffen, zoals stookolie EL of diesel. de gebruiksaanwijzing, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben gelezen en begrepen.
Veiligheidsinrichtingen
Het apparaat is uitgerust met een elektronische vlam- en
overtemperatuurbewaking, die via een fotocel en een veiligheidsthermostaat werkt. De elektronische regeleenheid regelt de opstart, stilzet- en veiligheidsuitschakeltijden bij storingen. De regeleenheid is uitgerust met een reset-toets, waarvan de kleur (bedrijfsindicatie) afhankelijk is van de bedrijfsmodus:• uitgeschakeld bij pauze- of standby-modus van het
apparaat, in afwachting van de warmtevraaggroen permanent brandend tijdens normaal bedrijf van het
apparaat
rood permanent brandend tijdens veiligheidsuitschakeling
van het apparaat
oranjegekleurd knipperend bij bedrijfsonderbrekingen door
sterke netspanningsschommelingen (T < 175 V of T > 265 V). Het bedrijf wordt na het stabiliseren van de spanning tussen 190 V en 250 V automatisch weer hervat• Als het apparaat de veiligheidsuitschakeling heeft geactiveerd:
• Voor het hervatten van het bedrijf 3 seconden op de reset-
toets (25) drukken.
Letselgevaar door ontploffing!Onverbrande stookolie kan zich verzamelen in de
verbrandingskamer en bij het daarna herinschakelen
ontsteken.Nooit meer dan twee herstartpogingen na elkaar
uitvoeren.
Is nog steeds sprake van de veiligheidsuitschakeling:• Voor het weer in gebruik nemen van het apparaat, de
storingsoorzaak vaststellen (zie hoofdstuk defecten en storingen) en de storingsoorzaak verhelpen.• Druk minimaal 5 seconden op de reset-toets (25).
Het zelfdiagnoseprogramma start. Na het afronden van het zelfdiagnoseprogramma, krijgt de reset-toets een kleur (zelfdiagnose-indicatie), afhankelijk van de storingsoorzaak:• oranjegekleurd knipperend bij het registreren van een
verkeerde vlam bij het opstarten
roodgekleurd knipperend bij het registreren van een
ontbrekende vlam bij het opstarten
rood-/groengekleurd knipperend bij het registreren van
een ontbrekende vlam tijdens bedrijf
oranjegekleurd permanent brandend bij interne fouten van
de elektronische regeleenheid
• Zie hoofdstuk defecten en storingen voor het bepalen van de
storingsoorzaak.
Restgevaren
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de netstekker vast te pakken
Het apparaat mag niet worden afgedekt, er bestaat acuut brandgevaar!
Letselgevaar door vergiftiging!Ondeskundig installeren van de uitlaatgasafvoer kan
leiden tot schade voor de gezondheid. Laat het installeren door een vakman uitvoeren!
Gedrag bij noodgevallen
• Bij noodgevallen de ontstekingsvlam direct uitschakelen,
door de keuzeschakelaar naar de stand 0 te schakelen.• Bij noodgevallen het apparaat scheiden van de netvoeding:
Schakel het apparaat uit en trek de netstekker uit het
stopcontact.
• Breng personen buiten de gevarenzone.
• Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de
netaansluiting.
Informatie over het apparaat
Beschrijving van het apparaat
Het indirect gestookte olieverwarmingsapparaat dient voor het
verwarmen van ruimtelucht, voor een snelle verwarming van grote, goed geventileerde ruimten. Het olieverwarmingsapparaat wordt gebruikt met stookolie of diesel, het mag niet worden gebruikt met benzine of zware stookolie, etc.Het gaat om een olieverwarmingsapparaat met indirecte
verbranding voor het opstellen op overdekte plaatsen buiten of
in ruimten met voldoende toevoer van verse lucht. Omdat deze geen geïntegreerde tank heeft, is hij zeer geschikt voor mobiel gebruik en regelmatig wisselende gebruikslocaties.Het apparaat heeft een uitlaatgasaansluiting voor de afvoer van
de uitlaatgassen via de schoorsteen. Het tanken gebeurt via een externe tank of jerrycans.De keuze tussen twee bedrijfsmodi zorgt dat de regeling van het
olieverwarmingsapparaat zowel handmatig door de gebruiker,als automatisch met ondersteuning door een externe
thermostaat mogelijk is.
Werkingsprincipe
Het apparaat zorgt voor warmte door het langs de
verbrandingskamer leiden van koude lucht. In de verbrandingskamer wordt de brandstof verbrand. Deaangezogen lucht wordt verwarmd en bij de uitblaasopening
weer afgegeven aan de omgeving.
Waarschuwing voor brandgevaarlijke stoffen
Er bestaat brandgevaar bij de omgang met
brandstoffen.Neem voldoende preventieve maatregelen bij de
omgang met brandstoffen, zoals stookolie, kerosine of diesel. Mors geen diesel, kerosine of stookolie! Dampen niet inademen en geen brandstof inslikken! Vermijd huidcontact!
Onderdelen van het apparaat, vooral bij de luchtuitlaat, worden tijdens bedrijf zeer heet. Er bestaat verbrandings- en brandgevaar. Raak het apparaat niet aan tijdens bedrijf! Tijdens bedrijf een veiligheidsafstand van min. 3 m vanaf de voorkant van het apparaat aanhouden! De minimale afstanden t.o.v.wanden en objecten volgens de technische gegevens
aanhouden!
Onderdelen van het apparaat kunnen zeer heet worden
en tot verbrandingen leiden. Let vooral goed op als kinderen of andere kwetsbare personen aanwezig zijn!
Er bestaat verbrandingsgevaar bij ondeskundig
hanteren. Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bedoeld gebruik!
Er bestaat verbrandingsgevaar en gevaar voor
stroomstoten bij ondeskundig hanteren.Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bedoeld
gebruik!
Van dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het
ondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordt
gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties!
Het apparaat is geen speelgoed en hoort niet in
kinderhanden.
Verstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos
rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijk speelgoed zijn.
Er bestaat brandgevaar bij ondeskundig opstellen. Plaats het apparaat niet op een brandbare ondergrond. Plaats het apparaat niet op hoogpolige vloerbedekking.
Overzicht van het apparaat
Schematisch binnenaanzicht
Verbrandingskamer
Brander
Verstuiver
Magneetventiel
Motor
Ventilator
Pomp
Bedieningspaneel
Weerbeschermingskap
Schoorsteenpijp
Behuizing
Transportgreep
Frame
Aansluiting voor tankleiding
Opname voor tankaanzuigbuis
Bedieningspaneel
Luchtinlaat
Aansluitkit voor jerrycan (optioneel)
Beschermbeugel
Luchtuitlaat
Schoorsteenaansluiting voor rookgasafvoer
Keuzeschakelaar:• l = ON (handmatig bedrijf aan)
• 0 = apparaat uit
II = ON (automatisch bedrijf aan)
Thermostaatcontactdoos
Lamp
Netsnoer
Reset-toets
12345131211ONON1067984161417151819202223242521
Transport en opslag
• Controleer of de schoorsteen goed vastzit.
Het apparaat kan beschadigd raken als het niet correct
wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m.b.t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen.
Transport
Neem vóór elk transport de volgende instructies in acht:• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Schakel het apparaat uit.
door de stekker vast te pakken.
• Gebruik het netsnoer niet als trektouw.
Laat het apparaat voldoende afkoelen.• De snelkoppelingen bij de tankaansluiting losmaken.
• Bij gebruik van de optionele jerrycan-adapter:
– Verwijder de aanzuigbuis van de jerrycan-tankinrichting
uit de jerrycan.
– De aanzuigbuis in de opname steken. – De afsluitdop bevestigen.
Transporteer het apparaat altijd met z'n tweeën.
Tijdens het transport de volgende instructies opvolgen:• Gebruik de transportgrepen.
• Houd er rekening mee dat de beschermingsbeugels niet
geschikt zijn als transportgrepen.
Opslag
Vóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
Schakel het apparaat uit.
door de stekker vast te pakken. Laat het apparaat voldoende afkoelen.• De snelkoppelingen bij de tankaansluiting losmaken.
• Bij gebruik van de optionele jerrycan-adapter:
– Verwijder de aanzuigbuis van de jerrycan-tankinrichting
uit de jerrycan.
– De aanzuigbuis in de opname steken. – De afsluitdop bevestigen.
Demonteer de schoorsteen vóór elk transport en plaats deze in de hiervoor bedoelde houder. Ga als volgt te werk bij het demonteren van de schoorsteen:• Verwijder de weerbeschermkap (1) van de schoorsteen.
• Verwijder de schoorsteenpijp (2) uit de
schoorsteenaansluiting.
• Plaats de schoorsteenpijp in de houder van het apparaat.
• Plaats de weerbeschermingskap (1) op de
schoorsteenaansluiting (13).
ONON1213ONON
• Bevestig de bouten aan beide kanten.
• Bevestig de achterste beschermbeugel met elk 2 bouten
aan elke kant.
• Controleer of de beschermbeugels goed vastzitten.
Houd bij het niet gebruiken van het apparaat rekening met de
volgende opslagcondities:• Droog en tegen vocht en hitte beschermd
• Rechtopstaand op een positie die beschermd is tegen stof
en direct zonlicht
Indien nodig met een hoes tegen binnendringen van stof
beschermen
Er kunnen maximaal 2 apparaten op elkaar gestapeld
worden opgeslagen
• Montage en in gebruik nemen
Leveromvang
• 1 x apparaat
1 x opname voor tankaansluiting
1 x opzetstuk voor frame-onderstel
1 x weerbeschermingskap
1 x verlenging voor de uitlaatgasafvoer
1 x schoorsteen
1 x handleiding
Apparaat uitpakken
• Open de doos en het apparaat hieruit halen.
• Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.
• Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het
netsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij het
afwikkelen.
Montage
Transportframe monteren
Het transportframe is bij levering al gedeeltelijk
voorgemonteerd. De beschermbeugels voor en achter moeten nog worden gemonteerd.• Plaats de voorste beschermbeugel voor op het apparaat.
Rookgasafvoer
• Informeer uzelf voor het ontwerpen van de
uitlaatgasinstallatie m.b.t. de nationale wetgeving en neemcontact op met een hiervoor verantwoordelijke vakkracht
(volgens DIN in Duitsland).Zorg voor een ongehinderde en voldoende toevoer van
verbrandingslucht (bijv. door luchttoevoer- en - afvoeropeningen in deuren, plafonds, ramen, wanden of een ruimteventilatiesysteem).Laat de uitlaatgasemissiewaarden van de brander
regelmatig controleren
ONONONON1213
Schoorsteen monteren
De schoorsteen is uitsluitend geschikt voor de rookgasafvoer in
de buitenlucht.Ga als volgt te werk voor het monteren van de schoorsteen op
het apparaat:• Haal de schoorsteenpijp uit de (2) uit de houder.
• Verwijder de weerbeschermingskap (1) van de
schoorsteenaansluiting (13).
• Plaats de weerbeschermingskap (1) op de
schoorsteenpijp (2).
• Controleer of de schoorsteen goed vastzit.
Schoorsteendoorvoer
Gebruik bij het ontwerp van een schoorsteendoorvoer de
volgende schematisch weergave:
• Plaats de schoorsteen (2) op de
schoorsteenaansluiting (13).
Schoorsteenaansluiting
Reinigingsopening met explosiebeveiligingsklep
Buitenwand
Rookgasafvoerkanaal – inwendig 20 x 20 cm
29 Wanddoorvoer met pijpkniestuk min. 5°
1213ONON213121326272829
A: min. 1 m B: min. 1 m C: zo kort mogelijk
Wanddoorvoer
Gebruik bij het ontwerp van een wanddoorvoer de volgende
schematisch weergave:
Olietoevoer tot stand brengen
Het apparaat wordt via snelkoppelingen verbonden met een
externe tank of een optionele jerrycan-tankinrichting.ü Het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud uit bedrijf
nemen.
ü Wacht bij het aansluiten van de externe tank, tot het
apparaat volledig is afgekoeld.
ü Gebruik uitsluitend brandstof die geschikt is voor het
apparaat (zie technische gegevens).
• Plaats het apparaat op een stevige, vlakke en onbrandbare
ondergrond.
• Schroef het deksel van de tankaansluiting van de externe
tank.
• Schroef het deksel van de tankaansluiting van het
apparaat.
• Bevestig de slang voor aanvoer en retour via de
snelkoppelingen bij de tankaansluiting van de externe
tank.
• Bevestig de slang voor aanvoer en retour via de
snelkoppelingen bij de tankaansluiting van het apparaat.
• Zorg dat de slang goed vastzit, zodat geen lekkages
kunnen ontstaan.
• Het apparaat is nu aan de olietoevoer aangesloten.
Schoorsteenaansluiting
Buitenwand
29 Wanddoorvoer met pijpkniestuk min. 5°Trekversterker H-vormig
A: min. 1 m B: min. 1 m C: zo kort mogelijk
• E: min. 1 m
13273029ONON
Opstelling
Bij de keuze van de opstellocatie voor het apparaat, moetrekening worden gehouden met een aantal ruimtelijke en
technische voorwaarden. Het negeren hiervan kan de correcte werking van het apparaat, resp. de accessoires nadelig beïnvloeden of leiden tot gevaren voor mensen en goederen.Bij het opstellen moet rekening worden gehouden met het
volgende:• Het apparaat mag uitsluitend op overdekte oppervlakken
worden gebruikt.
• Het apparaat moet stabiel en op een onbrandbare
ondergrond worden opgesteld.
• Het apparaat moet in de buurt van een schoorsteen, een
buitenwand of op een open, geventileerd oppervlak worden opgebouwd.
• Het apparaat moet worden aangesloten op een voldoende
afgezekerd netstopcontact.
• De opstelruimte van het apparaat moet voldoende worden
geventileerd.Zorg vooral voor een voldoende toevoer van verse lucht als
personen of dieren aanwezig zijn in dezelfde ruimte als het
apparaat!
• De minimale afstand van de aanzuigopening van het
apparaat t.o.v. de wand moet min. 2 m zijn (zie afbeelding).
• De minimale afstand van het apparaat t.o.v. ontvlambare
materialen moet min. 3 m zijn.
• De aanzuig- en uitblaasopeningen mogen niet worden
bedekt.Er mogen geen wanden of grote objecten aanwezig zijn in
de buurt van het apparaat. Er moeten voldoende brandblussers aanwezig zijn.• In gebruik nemen
• Controleer de volledigheid van de leveromvang van uw
apparaat. Bij storingen bij accessoires, contact opnemenmet de klantendienst van Trotec of het gespecialiseerd
bedrijf, waar u uw apparaat heeft gekocht.Controleer het apparaat en de aansluitonderdelen hiervan
op mogelijk beschadigingen.Zorg dat wordt voldaan aan de in het hoofdstuk opstellen
beschreven voorwaarden. Installeer de uitlaatgasafvoer van het apparaat vakkundig.U kunt het apparaat ook aansluiten op een schoorsteen of
bij een buitenwand, zoals in het hoofdstuk montage is weergegeven.• Het apparaat aansluiten op een externe tank of een
• jerrycan, zoals is beschreven bij het tot stand brengen van
de olietoevoer.Controleer het apparaat voor het in gebruik nemen en
controleer het tijdens gebruik regelmatig op een
probleemloze toestand.Controleer of de gegevens van het stroomnet
overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.Controleer voor elke inschakeling van het apparaat of de
ventilator vrij beweegt, voordat u de netstekker in het stopcontact steekt.
• Het netsnoer aansluiten op een voldoende afgezekerd
stopcontact (230 V/50 Hz /10 A). Op bouwplaatsen moet volgens de nationale bepalingen (in Duitsland: VDE 0100/0105) bij het stopcontact een aardlekschakelaar (FI) zijn voorgeschakeld.
Het apparaat is nu klaar voor gebruik.
Bediening
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die zijn
geïnstrueerd voor het bedienen van het apparaat.
Bedieningselementen
Brandgevaar door afdekking en verkeerde positionering
van het apparaat!Bij het afdekken of verkeerd positioneren van het
apparaat bestaat brandgevaar.Het apparaat nooit afdekken tijdens bedrijf en
positioneer het op voldoende afstand t.o.v. wanden en objecten (volgens het hoofdstuk technische bijlage).
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de netstekker vast te pakken.
Keuzeschakelaar:• l = ON (handmatig bedrijf aan)
• 0 = apparaat uit
II = ON (automatisch bedrijf aan)
Thermostaatcontactdoos
Lamp
Netsnoer
Reset-toets
Het apparaat heeft twee bedrijfsmodi:• Handmatig bedrijf
• Automatisch bedrijf met externe thermostaat (optioneel)
Handmatig bedrijf
Het apparaat werkt onafhankelijk van een regeleenheid voor het
continu leveren van warmte.• Het apparaat inschakelen, door de keuzeschakelaar (21)
naar de stand I (handmatig bedrijf aan) te schakelen.
Automatisch bedrijf (optioneel) Het apparaat kan alleen automatisch werken, als een regeleenheid (optioneel) wordt aangesloten, zoals een thermostaat. De thermostaat wordt aangesloten op het stopcontact voor de thermostaat (22).• Het apparaat inschakelen, door de keuzeschakelaar (21)
naar de stand II (automatisch bedrijf aan) te schakelen.
Is de opstartcyclus beëindigd, zal de elektronische
regeleenheid door een korte rode knipperindicatie van de
reset-toets (25) bevestigen dat het opstarten van het apparaat is afgerond.
Buiten gebruik stellen
Werkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen
alleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf
worden uitgevoerd!
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de
netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken door de netstekker vast te pakken.
Beschadiging van het apparaat door oververhitting!Schakel het apparaat nooit uit door het uit het
netstopcontact trekken van de netstekker. Hierdoor kan het apparaat oververhit raken. Het apparaat volgens de voorschriften uitschakelen. De netstekker pas uit het netstopcontact trekken, nadat de ventilatormotor volledig stilstaat.
• Schakel het apparaat uit, door de keuzeschakelaar in de
stand 0 te zetten.
• Gebruikt u een thermostaat, schakel het apparaat dan via
de instellingen van de regeleenheid uit (bijv. door de thermostaat op een lagere temperatuur te zetten).De vlam gaat uit en de ventilator draait nog ca
seconden door voor het afkoelen van de brander.
• Wacht tot het automatische afkoelen is beëindigd.
• Beveilig het apparaat tegen herinschakelen, door het uit
het stopcontact trekken van de netstekker
Olietoevoer loskoppelen
Ga als volgt te werk voor het loskoppelen van de olietoevoer:ü Zorg dat in de slang voor aanvoer en retour geen
brandstofresten meer aanwezig zijn.
ü Het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud uit bedrijf
nemen.
Nabestelbare accessoires
Accessoires
Thermostaat met 10 m kabel
Aansluiting voor externe olietank
ü Wacht bij het aansluiten van de externe tank, tot het
Adapterset tankkit-olieslang
Artikelnummer
6.100.007.016
6.100.006.185
7.210.000.003
6.100.006.037
6.100.006.184
6.100.006.160
6.100.006.161
6.100.006.216
Tankleiding met snelkoppelingen, lengte 5 m
Aansluitkit voor externe jerrycan
Tankpeilindicatie
Vulbuis-oliefilter
90°-bochtaansluiting voor uitlaatpijp
Luchtslang Tronect SP- C, lengte 7,6 m
6.100.001.265
Gebruik alleen accessoires en hulpapparaten die in de
gebruiksaanwijzing zijn opgegeven.Het gebruik van andere dan in de gebruiksaanwijzing
aanbevolen werkgereedschappen of andere
accessoires kan letselgevaar opleveren.
apparaat volledig is afgekoeld.
• De slang voor aanvoer en retour via de snelkoppelingen bij
de tankaansluiting van de externe tank loskoppelen.• De slang voor aanvoer en retour via de snelkoppelingen bij
de tankaansluiting van het apparaat loskoppelen IDS 30 F.
• Schroef de dop van de externe tank weer op de
tankaansluiting van de tank.
• Schroef de geschikte dop op de tankaansluiting van het
apparaat IDS 30 F.
Apparaat weer in gebruik nemen na een storing
Bij de eerste keer in gebruik nemen, resp. na het volledig leegmaken van het stookoliecircuit, kan de toevoer van stookolie naar de verstuiver onvoldoende zijn. Dan reageert de vlambewakingsinrichting en blokkeert het apparaat.• Wacht ca. 1 minuut.
• Druk ca. 5 seconden op de reset-toets (25).
• Het apparaat inschakelen.
Start het apparaat nog steeds niet:• Zorg dat het apparaat correct is aangesloten op een
externe tank of jerrycan (zie hoofdstuk montage).
• Druk op de rest-toets.
Zie hoofdstuk defecten en storingen, voor het bepalen van de overige storingsoorzaken.
ONON
Defecten en storingen
Werkzaamheden waarvoor het openen van het
apparaat noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Letselgevaar door ondeskundige reparatie!Probeer nooit veranderingen aan het apparaat of
reparaties zelf uit te voeren.Eigenhandige veranderingen kunnen tot zwaar letsel of
de dood leiden.Laat reparaties alleen uitvoeren door een
gecertificeerde en gespecialiseerde werkplaats.
Het apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een
goede werking getest. Mochten er desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgende lijst.
Het apparaat start niet:• Controleer de netaansluiting.
Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen. Constateert u beschadigingen, probeer dan niet het apparaat weer in gebruik te nemen. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moetdeze door de fabrikant of de klantendienst hiervan of door
een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden
vervangen, zodat gevaren worden voorkomen. Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie.
• Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel het apparaat daarna weer in.
Werkt het apparaat na deze controles nog niet
probleemloos: Neem contact op met de klantendienst. Het apparaat indiennodig voor reparatie naar een geautoriseerd elektrotechnisch
vakbedrijf of naar Trotec brengen
Foutcodes
Fout / storing
De ventilator draait
niet en de vlam
wordt niet ontstoken
Bedrijfstoestan
dsindicatie
Zelfdiagnoseindicatie
Uitgeschakeld
• Ventilator start niet of
schakelt uit tijdens
het opstarten of
tijdens bedrijf
• Oranjegekleurde
knipperende
Oorzaak
Maatregel
Regeleenheid
verkeerd ingesteld
Controleer of de regeleenheid correct is
ingesteld (de op de thermostaat ingestelde temperatuur moet bijv. hoger zijn dan de ruimtetemperatuur).
Regeleenheid defect Laat de regeleenheid vervangen door de
Geen
stroomvoorziening
Spanning < 175 V
Spanning > 265 V
Controleer de kenmerken van de
elektrische installatie (230 V-1~ – 50 Hz).Controleer de werking en de stand van de
keuzeschakelaar. Controleer of de zekering nog in orde is.
Controleer de voedingsspanning. Het apparaat start automatisch opnieuw op, als de spanning hoger wordt dan 190 V.
Controleer de voedingsspanning. Het apparaat start automatisch opnieuw op, als de spanning lager wordt dan 250 V.
Ventilator schakelt
uit tijdens het
opstarten of tijdens
bedrijf
Rood permanent
Oranjegekleurde
knipperende
Vlam aanwezig vóórontsteken door
transformator
Geef de klantendienst opdracht het
apparaat te reinigen en de stookolieresten
uit de verbrandingskamer te verwijderen.
Rood knipperende
of rood/groen
knipperende
Fotocel defect
Motorwikkeling
onderbroken of
doorgebrand
Motorlager
geblokkeerd
Laat de fotocel vervangen door de
Laat de motor vervangen door de
Motorcondensator
doorgebrand
Laat de motorcondensator vervangen door
de klantendienst.
Geen ontsteking
Controleer de verbindingen van de
ontstekingskabel bij elektroden en
transformator.Controleer de positie en afstand van de
elektroden.Controleer de vervuilingsgraad van de
elektroden.Laat de transformator vervangen door de
Vlambewakingsinric
hting defect
Laat de vlambewakingsinrichting
vervangen door de klantendienst.
Fotocel defect
De brander krijgt
geen of
onvoldoende
toevoer van
stookolie
Laat de fotocel vervangen door de
• De probleemloze toestand van de
koppeling tussen pomp en motor te
• Het stookoliecircuit te onderzoeken op
luchtinsluitingen en de lekdichtheid
van de leidingen en filterafdichting te
• De verstuiver te reinigen of te
vervangen.
Magneetventiel
defect
• De elektrische verbindingen te
• De veiligheidsthermostaat LI te
• Het magneetventiel te reinigen of te
vervangen.
Interne fout van de
elektronische
regeleenheid
Geef de klantendienst opdracht om de
regeleenheid resetten, minimaal twee pogingen ondernemen. Blijft storing aanwezig, vervang dan de regeleenheid.
Onvoldoende
toevoer van
verbrandingslucht
Toegevoerde
hoeveelheid
verbrandingslucht
te groot
Verwijder alle hindernissen of
verstoppingen bij aanzuig- en / of
uitblaasopeningen.Laat de positie van luchtinstelring
controleren door de klantendienst.Laat de draagplaat van de brander
controleren door de klantendienst.
Laat de positie van luchtinstelring
controleren door de klantendienst.
Gebruikte stookolie
verontreinigd, resp.bevat water
Vervang de gebruikte stookolie door schone
stookolie. Reinig het stookoliefilter.
Lucht in het
stookoliecircuit
Laat de lekdichtheid van de leidingen en
van het stookoliefilter controleren door de
Stookoliehoeveelhei
d bij brander
onvoldoende
• De pompdruk te controleren
• De verstuiver te reinigen of te
vervangen
Teveel stookolie bij
de brander
• De pompdruk te controleren.
• De verstuiver te vervangen.
Afdichting van
magneetventiel
defect
Laat het magneetventiel vervangen door de
Oranjegekleurde
permanent
• Ventilator start en de
vlam brandt met
rookontwikkeling
Groen
permanent
Apparaat schakelt
niet uit
• Groen
permanent
Onderhoud
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Aanzuigfilter op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indiennodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van
het apparaat op vervuilingen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsbouten controleren
Proefdraaien
Onderhoudsintervallen
Altijd voor het
in gebruik
nemen
Indien
nodig
Minimaal elke
2 weken
Minimaal elke
4 weken
Minimaal elke
6 maanden
Minimaal
jaarlijks
Onderhouds- en verzorgingsrapport
Apparaattype:
Apparaatnummer
Onderhouds- en
verzorgingsinterval
Aanzuig- en uitblaasopeningen op
vervuilingen en vreemde objecten
controleren, indien nodig reinigen
Aanzuigfilter op vervuilingen en
vreemde objecten controleren, indiennodig reinigen
Uitwendige reiniging
Visuele controle van het inwendige van
het apparaat op vervuilingen
Op beschadigingen controleren
Bevestigingsbouten controleren
Werkingstest
Opmerkingen
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
• Datum:
Handtekening:
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
Schakel het apparaat uit.• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
door de stekker vast te pakken. Laat het apparaat volledig afkoelen.
• Werkzaamheden waarvoor het openen van het
apparaat noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgeautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Behuizing reinigen
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek. Zorg dat er geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals reinigingssprays, oplosmiddelen, alcoholhoudendereinigingsmiddelen of schuurmiddelen voor het bevochtigen van
de doek. De behuizing na het reinigen droogvegen.
Technische bijlagen
Technische gegevens
Parameter
Artikelnummer
Verwarmingstype
Luchthoeveelheid
Ventilator
Max. nominaleverwarmingsvermogen
Waarde
1.430.000.128
indirect
m³/uur
Axiale ventilator
34,1 kW
Nominaal verwarmingsvermogen
28,8 kW (24764 kcal)
Temperatuurverhoging ΔT
70 °C
Aansluitspanning
Stroomopname
V / 50 Hz
1,56 A
Luchttransportslang-aansluiting Ø 300 mm
Schoorsteenaansluiting Ø
Brandstofverbruik max.
Geluidsniveau (afstand 1m)
150 mm
3,25 l/uur
75 dB(A)
Afmetingen (lengte x breedte x hoogte)
Minimale afstanden t.o.v. wandenen objecten
A: boven B: achter C: zijkant D: voorkant
Gewicht
56 kg
Brandstoffen
Voor het apparaat zij de volgende brandstoffen toegestaan:• Diesel
Stookolie EL
Aansluitschema
Afkorting
Onderdeel
Afkorting
Onderdeel
AP
TA
ST
LI 1
EV 1
Regeleenheid
Thermostaataansluiting
Controlelampje
Veiligheidsthermostaat
Magneetventiel
FO
CO
FUA
RV
Fotocel
Condensor
Ventilatormotor
Zekering 3,15 A
Keuzeschakelaar
Reserveonderdeeloverzicht en reserveonderdeellijst
Info
De positienummers van de reserveonderdelen
verschillen van de in de gebruiksaanwijzing gebruikte
positienummers van de onderdelen
Schroef (cil. kop DIN 912 – M 8 x 25 VA)
Ring (DIN 125 – A Ø8,4 VA)
Moer (zeskant zelfborgend DIN 985 - M8 VA)
Moer (zeskant zelfborgend DIN 985 - M6)
Oliekachel
Klinknagel (Ø4x10 Al)
Ring (DIN – Ø8,4xØ24x1,8 VA) 10 Weerbeschermingskap (DN 150)
Ring (DIN – Ø6,4xØ20x1,25)
Schroef (verzonken inbus DIN - M6 x 16 V2A)
Expanderkabel (L = 450 mm)
Pijphouder
Slangaansluiting (IDS30 accessoire voorzetstuk 300 mm)
Universele aansluiting (universele aansluiting DN 150 conisch)
Klinknagel (Ø3,2x8 V2A)
IDS 30F frame
Info
De positienummers van de reserveonderdelen
verschillen van de in de gebruiksaanwijzing gebruikte
positienummers van de onderdelen.
Flexibele stookolieslang
61 Motor/pomp - koppeling
Uitblaasconus
Schoorsteenaansluiting
Isolatieplaat
Verbrandingskamer
Carrosserie-bovengedeelte
Carrosserie ondergedeelte
Draagbeugel carrosserie
Motor
Condensor
Draagbeugel motor
Houder stroomkabel
Kabeldoorvoer
Luchtcollector
Ventilator
Aantrekring
Aanzuigrooster
Flexibele stookolieslang
Beugel
Filter
Schakelkastje
Afdekking schakelpaneel
Kabeldoorvoer
Branderpijp
Veiligheidsthermostaat
Draagbeugel thermostaat
Schakelkastplaat
Vlambewaking
51 Montageplaat
Tweepolige schakelaar
Stopcontact
Deksel thermostaataansluitbus
Stroomtoevoerkabel
Lamp
Stookoliepomp
Spoel magneetventiel
59 Magneetventielhuis
Aansluiting, ijzer
Dunne slang
Verstuiver
Verstuiverhouder
Draagschijf brander
Contramoer, messing
Ontstekingselektrode
Hoogspanningskabel
Fotocel
Houder fotocel
Veiligheidsblokkeerschakelaar